W.E.N. HART VOL VUUR
World-Evangeisation-Network.
    Recente Tweets
    Abonneren
    Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
    Laatste reacties

    Jezus Christus is de verzoening voor onze zonden

    De apostel Johannes schrijft deze geruststellende woorden: "Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoeningvoor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld" (1 Johannes 2:1, 2).

    Wat betekent dit, dat Jezus de verzoening is voor onze zonden? Johannes gebruikt hetzelfde woord in hoofdstuk vier: "Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoeningvoor onze zonden" (1 Johannes 4:9, 10).

    Wat betekent het woord 'verzoening'? Dit zijn de enige twee teksten in het Nieuwe Testament waar dit specifiek Grieks woord voorkomt, maar twaalf andere woorden met een gelijkaardige betekenis worden gebruikt (uit vier woordfamilies).

    Eén Nederlands woord moet soms gebruikt worden om meerdere Griekse woorden te vertalen. Een bespreking van de Griekse woorden kan ons daarom helpen dit onderwerp te verstaan.

    Het Nederlands woord 'verzoening' verwijst naar iets dat vrede sticht door aan een eis tegemoet te komen. In verband met godsdienst verwijst het naar een genoegdoening voor zonde om Gods gunst te herwinnen. Deze teksten leren dus dat God Zijn Zoon als genoegdoening voor onze zonden gegeven heeft omdat Hij ons liefheeft.

    Het Grieks woord hier, ‛ιλασμός, is een zelfstandig naamwoord gedefinieerd als genoegdoening, voldoening, verzoening, een middel om iets bij te leggen.

    Twee andere woorden in dezelfde familie worden ook gebruikt om te beschrijven wat Jezus voor ons heeft gedaan.

    "Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen(Hebreeën 2:17).

    Hier hebben wij de werkwoordsvorm van hetzelfde woord, ‛ιλάσκομαι, gedefinieerd als 'genoegdoening voor (zonde) of verzoening'. Let op dat deze 'genoegdoening voor zonde' verband houd met de activiteit van een priester en dat de Messias mens moest zijn om deze taak te vervullen.

    Nog een woord in dezelfde familie is ‛ιλαστήρον dat verwijst naar het 'verzoendeksel', een plaats van genoegdoening in de tempel van het Oude Testament (Hebreeën 9:5) of naar een verzoenend slachtoffer, een zoenmiddel.

    Dit woord vinden wij in Romeinen 3:25. Hoe Christus als zoenoffer voor onze zonden dient, wordt door Paulus in Romeinen 3:21 t/m 26 uitgelegd. "Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddeldoor het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden -- om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is" (Romeinen 3:21 t/m 26).

    Wij allen zondigen en derven de heerlijkheid Gods, waardoor wij van God gescheiden worden. Doordat God rechtvaardig is, kan Hij de zonde niet door de vingers zien. Dus moet er genoegdoening voor onze zonde zijn alvorens wij met God verzoend kunnen worden. God bereikt dit door Zijn eigen Zoon te sturen als zoenmiddel voor onze zonden.

    "De loon die de zonde geeft is de dood" (Romeinen 6:23). Hoewel wij wegens onze zonden de dood verdienen, heeft God Zijn Zoon gezonden om in onze plaats te sterven opdat wij gered kunnen worden.

    In vers 24 vinden wij een woord uit een andere woordfamilie met een verwante betekenis: verlossing. Wij "worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossingin Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed" (Romeinen 3:24, 25).

    Vijf woorden uit deze familie worden in het Nieuwe Testament gebruikt om verzoening door Christus te beschrijven. De wortelbetekenis van deze woorden is 'losprijs'. Een losprijs is wat betaald wordt opdat iemand bevrijd kan worden.

    Hier hebben wij het woord απολύτρωσις. Het voorzetsel απο geeft dit woord de bijkomende kracht dat de losprijs volledig betaald werd. Het is gedefinieerd als 'verlossing, redding, een bevrijding bekomen door het betalen van een losprijs'. Dit woord komt in volgende teksten voor als beschrijving van wat Jezus voor ons heeft gedaan.

    "Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing" (1 Korintiërs 1:30).

    "In Hem hebben wij de verlossingdoor zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade" (Efeziërs 1:7).

    "Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossinghebben, de vergeving der zonden" (Kolossenzen 1:13, 14).

    "Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossingverwierf. Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen? En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te bevrijdenvan de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden" (Hebreeën 9:11 t/m 15).

    Dit woord, zoals in vers vijftien gebruikt, laat zien dat het bloed van Christus ook de dienaars van God onder het oude verbond reinigde. De duizende dierlijke offers waren niet op zich doeltreffend, maar zonden werden vergeven omdat deze offers een afbeelding waren van het ware offer dat later door het Lam Gods gebracht zou worden.

    In vers twaalf wordt een ander woord voor verlossing gebruikt, λύτρωσις, gedefinieerd als 'verlossing, een loskopen, bevrijding van de straf voor de zonde' : "met zijn eigen bloed" is Hij "eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossingverwierf"  (Hebreeën 9:12).

    Wij zien dat dit woord verband heeft met het werk van een priester die een offer voor de zonden van het volk brengt.

    Denk er aan dat deze woordfamilie op het wortelwoord voor losprijs is gebaseerd. Het basis werkwoord is λυτρόω wat betekent 'vrij te kopen, te verlossen, te bevrijden door een losprijs te betalen'.Paulus gebruikt dit woord om onze reiniging door het offer van Christus te beschrijven: "Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te makenvan alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken" (Titus 2:11 t/m 14).

    Dit woord is ook door Petrus gebezigd: "En indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap, wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekochtvan uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam" (1 Petrus 1:17 t/m 19).

    Het basiswoord voor losprijs is λύτρον dat in Marcus 10:45 wordt gebruikt. "Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Marcus 10:45 // Matteüs 20:28).

    Aan wie wordt de losprijs beteaald? Men heeft een verhit debat over deze vraag gehad. Sommigen beweren zelfs dat de losprijs aan de duivel werd betaald! Maar niemand is de duivel iets verschuldigd. Zijn macht is zuiver negatief. Wij zijn in de macht van de duivel alleen omdat wij gekozen hebben om te zondigen en in opstand tegen God te komen. Wanneer God ons onze zonden vergeeft en ons in het koninkrijk van Zijn Zoon overzet (Kolossenzen 1:13) heeft de duivel geen vat op ons meer.

    De losprijs is betaald om aan de gerechtigheid Gods te voldoen. Gods gerechtigheid vereist dat de zonde gestraft moet worden. Wegens Zijn liefde voor ons heeft Hij Zijn Zoon gezonden om mens te worden, om zonder zonde te leven, en om de straf voor onze zonden op Zich te nemen, Hij "die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door zijn striemen zijt gij genezen"  (1 Petrus 2:24).

    Het woord αντίλυτρον, dat ook betekent: 'losprijs, wat gegeven wordt in ruil als de prijs voor de verlossing van iemand', vinden wij in de eerste brief van Paulus aan Timoteüs. "Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijsvoor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd" (1 Timoteüs 2:5, 6).

    Twee andere woorden die gebruikt worden om de genoegdoening van Christus te beschrijven, hebben de fundamentele betekenis 'te kopen'.

    Het woord εξαγοράζω betekent 'opkopen, terugkopen, aflossen, vrijkopen, een losprijs betalen'. "Christus heeft ons vrijgekochtvan de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt" (Galaten 3:13). "Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen" (Galaten 4:4, 5).

    Het woord αγοράζω is gewoon het alledaags woord voor 'kopen'. God heeft ons met het bloed van Zijn Zoon gekocht!

    "Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekochten betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam" (1 Korintiërs 6:19, 20).

    "Gij zijt gekochten betaald. Weest geen slaven van mensen" (1 Korintiërs 7:22, 23).

    Er zijn valse leraars die "zelfs de Heerser, die hen gekochtheeft" verloochenen (2 Petrus 2:1).

    Het 'nieuwe lied' wordt in de hemel gezonden door degenen die door het bloed van Christus zijn gekocht. "En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekochtmet uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie" (Openbaring 5:9); "en zij zongen een nieuw gezang vóór de troon en vóór de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochtenvan de aarde. Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekochtuit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam"  (Openbaring 14:3, 4).

    Nog een woordfamilie heeft de fundamentele betekenis: 'een relatie herstellen, verzoenen'.

    Eén vorm is αποκαταλλάσσω dat betekent 'te verzoenen, in de gunst te herstellen'. Paulus verklaart hoe God ons met Zichzelf verzoend heeft door Christus.

    "Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen"  (Kolossenzen 1:19 t/m 22).

    "Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenendoor het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft" (Efeziërs 2:14 t/m 16).

    Deze woordfamilie heeft het werkwoord καταλλάσσω en het zelfstandige naamwoord καταλλαγή: 'te verzoenen' en 'verzoening'. De basisbetekenis is 'herenigen na scheiding'.

    "Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoendzijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; en dát niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus [Christus], door wie wij nu de verzoeningontvangen hebben" (Romeinen 5:10, 11).

    "En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoendheeft en ons de bediening der verzoeninggegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenendewas, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoeningheeft toevertrouwd. Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen. Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem" (2 Korintiërs 5:18 t/m 21).

    Jezus Christus is de verzoening voor onze zonden! Wij allen hebben gezondigd en de dood verdiend. Maar God heeft ons zo lief dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft om de straf voor onze zonden te ondergaan. Hij heeft ons door Zijn bloed verlost. Hij droeg onze zonden in Zijn lichaam aan het kruis. Hij betaalde de prijs voor onze zonden opdat God ons kon vergeven zonder inbreuk te maken op Zijn eigen gerechtigheid.

    Indien u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, indien u bereid bent zich van zonde af te wenden en uw leven aan God te wijden, indien u bereid bent Christus te belijden, en indien u zich laat dopen in de naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest tot vergeving van uw zonden (Matteüs 28:19; Handelingen 2:38), wordt u door het bloed van Christus verlost. Uw zonden worden afgewassen (Handelingen 22:16) en u wordt met God verzoend (Romeinen 5:10).

    Roy Davison

    Reacties

    En ben jij zeker dat U in
    DIE HEMEL BINNENGAAT?

     

     Denk eens zorgvuldig na over deze levensbesparende vraag ?

    Als je nu op dit moment sterft, weet je dan zeker dat je naar de Hemel gaat?

    Als je antwoord iets anders is dan,

    "Ja Ik weet absoluut zeker dat mijn zonden zijn vergeven en dat de Hemel mijn eeuwige woning wordt,"  dan is deze belangrijke boodschap speciaal voor jou. 
    De Bijbel leert ons dat je deze vier dingen moet weten over je eeuwige bestemming.
    1. Je moet accepteren dat je een zondaar bent. 

    " alle mensen hebben gezondigd en moeten het stellen zonder Gods heerlijke aanwezigheid." (Rom. 3:23) 

    Niemand is uitgezonderd. Iedereen heeft gezondigd. In Romeinen 5:12 staat :
    "Door één mens is de zonde in de wereld gekomen, en door die zonde de dood, en de dood is het lot van alle mensen geworden, omdat ze allemaal gezondigd hebben."
    Niemand is perfect en niemand kan uit zichzelf leven volgens de standaard van God. Wij zijn van nature zondaar. 2. Je moet weten dat je voor je zonden een straf verdient. "

     

    Want de zonde betaalt een loon uit: de dood,"  (Rom. 6:23a) Door de zonden hebben wij schuld. Deze schuld is een geestelijke dood en de verwijdering van God door een meer van vuur genaamd "de hel". De hel is geen verzinsel van iemand zijn fantasie, of een figuurlijke term. De hel is werkelijkheid. Het is een eeuwige durende brandende vuur. Het is geen plaats waar je gezellig met je vrienden een leuke tijd kan beleven. Het is een donker, eenzame, verschrikkelijke plaats, en het duurt voor eeuwig. Het blijft maar branden, er komt geen eind aan. Het ergste is dat jij of ik er uit onszelf niets aan kunnen doen om het tegen te gaan. 
    Zonder Jezus is dat onze eeuwige bestemming.
    Als je vertrouwt op je lidmaatschap van je kerk om in de Hemel te komen, dat zal echt niet genoeg zijn. Als je veel bid om naar de Hemel te gaan, ook dat is niet genoeg. Zelfs als je heel veel geld zal geven aan de kerk is dat ook niet genoeg. Veel mensen denken dat ze goed genoeg zijn om naar de Hemel te gaan ze kunnen wel stiekem binnen sluipen als niemand kijkt. Nee, mijn vriend vertrouw maar niet op een van deze dingen. Het gebeurt echt niet zo. Er is maar een weg naar de Hemel.
     
    Hoe ?
    3. Je moet accepteren dat Jezus Christus al heeft betaald voor jouw schuld.

    "Maar Christus is voor ons gestorven, terwijl wij nog een zondig leven leidden. Zo laat God ons duidelijk zien hoeveel hij van ons houdt." (Romeinen 5:8) 

    Jezus was geen zondaar, en de Bijbel leert ons dat God al onze zonden op Jezus Zijn schouder heeft gelegd. Jezus stierf voor onze zonden aan het kruis en stierf een verschrikkelijke dood voor onze schuld. In de Bijbel staat:
    "Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft."  (Johannes 3:16)
    Het is een feit Jezus Christus de schuld op zich heeft genomen voor ons.
     
    4. Je moet accepteren en van harte geloven dat Jezus dat ook voor jou deed. In Johannes 3:36 staat:
    "Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; wie de Zoon afwijst, zal niet leven; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten."
    Volgens dit vers is de wereld verdeeld in twee groepen. Diegene die wel geloven en diegene die niet geloven in de zoon Jezus Christus. Zij die geloven hebben het eeuwige leven en zij die niet geloven zullen het eeuwige leven niet zien.
     
    Het woord "geloven" betekent vertrouwen in, afhankelijk zijn van en vertrouwen op. Te geloven op onze Heer Jezus Christus betekent, dat je moet accepteren dat je een zondaar bent, er schuldig van bent, en dat Jezus deze schuld van je weg heeft genomen aan het kruis, begraven is en op de derde dag weer is opgestaan uit de doden.
    Verder mag je, als je volledig vertrouwd op Jezus, er zeker van zijn dat Hij je naar de Hemel brengt. Hij is de weg naar het eeuwig leven.
     
    "Ik verzeker u: wie naar mijn woorden luistert en gelooft in Hem die mij heeft gezonden, heeft eeuwig leven. Hij zal niet worden geoordeeld, hij is van de dood overgegaan naar het leven." Staat in de Bijbel. 
     
    Vanaf het moment dat je dit alles gedaan hebt belooft God je dat je niet in de hel zal komen, maar mag wonen in de eeuwige Hemel.
     
     
    GELOOF, DOE EN HEB EEUWIG LEVEN ! 
    God wilt u zegenen
    met de Heilige Geest
    Hij leid u op de weg naar het eeuwige leven
    Ben je nu zeker?
     
    Lees meer...

      Ja ...

    IS ER EEHEMEL?

    Johannes 14:6: Jezus: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader dan door mij."

    Lukas 23:43: Jezus antwoordde: "Voorwaar, voorwaar, vandaag nog zult gij met Mij in het paradijs zijn." 

     Mattheus 4:17: Jezus begon de mensen in het openbaar toe te spreken. "U moet zich bekeren," zei Hij, "want het Koninkrijk van de hemelen is nabij gekomen."

    Mattheus 7:21: Niet alle mensen die 'Here' tegen Mij zeggen, komen in de hemel. Want daar komt u alleen als u doet wat mijn hemelse Vader wil.

    Johannes 14:2: Jezus: "In het huis van mijn Vader (in de hemel) zijn vele woningen. Ik ga daar heen om u plaats te bereiden."

    Openbaring 21:2: Ik zag de Heilige stad, een nieuwe Jerusalem, van God uit de hemel naar beneden komen.

    Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die op haar bruidegom wacht.

    Openbaring 21:10: God liet mij de Heilige stad Jerusalem zien. De stad schitterde als God zelf. 

    Openbaring 21:23: De stad had geen zon- of maanlicht nodig, want zij werd verlicht door de schittering van God en het Lam (=Jezus) is haar lamp.

    Johannes 3:3: Jezus antwoordde: "Luister goed, wie niet opnieuw geboren wordt, kan de hemel niet ontdekken en binnengaan."

    Johannes 3:5: Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na zijn natuurlijke geboorte ook niet geestelijk wedergeboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan."

    Openbaring 22:5: Er zal geen nacht meer zijn in de hemel. Zij zullen geen lamp nodig hebben en ook het licht van de zon niet, omdat de Here God hun licht zal geven. En zij zullen voor altijd en eeuwig regeren.

    Openbaring 21:4: Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn. Van verdriet, rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoorde allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij.

     

    Lees meer...
    Kunnen Joden gered worden zonder te geloven in Jesjoea ?

     
     
    Ik wou dat ik kon zeggen, JA! God heeft een speciale weg gemaakt voor Joden om gered te worden, zonder dat ze in Jesjoea geloven. Tenslotte zijn mijn vrouw en ik Joods, onze families zijn Joods, heel veel van onze vrienden waar we mee op gegroeid zijn waren Joods. Tot op de dag van vandaag  heb ik een  hecht voortdurend kontakt met Religieuze Joden en ik heb vele diep gaande gesprekken gehad over dingen aangaande God. Zij vertelden me duidelijk, dat ze God oprecht lief hebben, maar ze geloven niet dat Jesjoea/Jezus de Masjiach is. Is er dan geen manier voor hun om gered te worden zonder geloof in Jesjoea? Elk individueel persoon Jood en Heiden zal absoluut in zijn eentje voor de troon van God moeten verschijnen, en we kunnen niet zeggen dat we  voor 100% weten  hoe of  het met elk mens zal aflopen. Maar over dit kunnen we zeker zijn. God heeft geen speciaal verbond afgesloten met de Joden wat ze toestaat om gered te worden zonder geloof in Jesjoea/Jezus. De getuigenis van de geschriften zijn duidelijk. 
    Waarom leren sommige Christenen dan, dat Joden gered kunnen worden zonder dat ze in Jesjoea/ Jezus geloven? Voor sommigen is het allereerst een sentimentele kwestie dat is te zeggen, in een hele eenvoudige verwoording. Ze gaan naar Israël en zien de Joden bidden bij de Klaagmuur, ze erkennen dat de Joden het uitverkoren volk is, ze lezen over het verleden van de kerk met betrekking op de Joden vervolging, en dat is notabene gedaan in de naam van Jezus. En zij kunnen zich gewoon niet voor stellen dat  de Joden  verloren zullen gaan. Het lijkt er zelfs op, dat op bepaalde tijden de Joden rechtvaardiger waren dan de Christenen. Is het dan niet arrogant om te denken dat de gelovigen in Jesjoea gered zijn en deze   rechtvaardige Joden verloren gaan? De onuitsprekelijke tragedie van de Holocaust maakt het voor  vele Christenen ook moeilijk om te geloven dat de Joden die niet in Jesjoea geloven, niet gered zijn. Maar anderen die baseren hun kijk op deze zaak op een aantal schrift gedeelten. En die komen er meestal op neer, dat God  met Israël  het verbond van Mozes had afgesloten. En de Joden die zich houden aan dit verbond blijven staan in gerechtigheid voor God. Dit wordt beweerd, benadrukt te zijn door Paulus, die onderwees dat die genen die de wet hielden rechtvaardig genoemd   zullen worden en er zal glorie en eer en vrede zijn voor een ieder die goed doet. Eerst voor de Jood en dan voor de heidenen. Romeinen 2:13, 10. 
     
    Bewerende dat de Thora houdende Joden geaccep-teerd zullen worden door God als rechtvaardig.
    Die beweringen houden echter geen stand als je ze van dichtbij bekijkt, en  de  algehele boodschap van het nieuwe testament staat lijnrecht tegen over deze manier van redeneren.
    Jesjoea vertelde zijn mede Joden, dat als ze de VADER kenden, dan zouden ze hem ook gekend hebben, en dat wie hem afwees, wees de VADER ook af. Lukas 10:16, Johannes 5:36-47 en 9:39-41
     
    In behoud hier van schreef Johannes dat Hij die de zoon heeft, heeft leven, maar hij die de zoon van God niet heeft, heeft geen leven. En niemand die de Zoon afwijst heeft de VADER. Maar een ieder die de zoon erkend heeft ook de Vader. 1 Johannes 5:12; 2:23
    Herhaaldelijk in het boek van Handelingen, delen de Joodse discipelen het goede nieuws met hun mede Joden. En herhaaldelijk werd hun boodschap afgewezen door velen van hun volksgenoten.
     
    Zeiden de apostelen toen, wel dat is niet zo'n groot probleem, jullie hebben nog steeds je eigen weg naar God ? NEE!   Petrus zei duidelijk tegen het Sanadrin (Joodse raad ) redding komt door niemand anders, want er is geen andere naam onder de hemel gegeven aan de mens waardoor we gered kunnen worden. Handelingen 4:12.
     
    Ja, dit vers werd oorspronkelijk gesproken door een Joodse man tot een Joods publiek, en niet door een kortzichtige fundamentalistische predikant op TV.
    Paulus zei duidelijk toen zijn mensen de boodschap afwezen van de Masjiach. Wij moesten  het woord van God eerst  tot jullie spreken, maar nu je het afwijst en je zelf niet waardig vind om eeuwig leven te ontvangen, richten we ons nu tot de heidenen. Hand.13:46 dit is eigenlijk hoe handelingen eindigt. Zie Handelingen 28:16-31.
     
    Dat is waarom Paulus zo'n groot verdriet had en een onophoudelijke pijn en strijd in zijn hart, zo velen van zijn volk waren niet gered. Rom.9:2.
     
    Inclusief die genen waar van hij zei dat ze ijverig waren voor God, maar hun ijver was niet gebaseerd op kennis (van het woord ) Rom.10:2.
     
    In feite waren het juist deze mensen waarvoor hij bad. Rom.10:1
    Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen. Rom.10:3.
     
     Dus volgens Paulus, ondanks de religieuze ijver van het Joodse volk, hebben zij gefaald om de gave Gods, Zijn rechtvaardigheid te verstaan (begrijpen ). En daarom was het verlangen van zijn hart en zijn gebeden aan God voor hen, dat zij gered mogen worden. Rom. 10:1.
     
     Laat me dit herhalen, zelfs Joodse mensen die ijverig zijn voor God, Rom. 10:2 die een wet van rechtvaar-digheid na jagen Rom.9:31-10:3 hebben verlossing door Jesjoea nodig. Over het begrip dat Joodse mensen gered kunnen worden door het onderhouden van  het verbond  van Mozes (Mosje ) schreef Paulus, Rom.3:19.  “Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij”, Rom.3:20. Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde. Galaten 2:21 “ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven”.
     
     Galaten 3:10-11. Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. Gal.3:11 “en dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven”.
     
     Dat is waarom Paulus aan het einde van zijn leven uitreikte naar zijn volk, hij verlangde er naar om te zien dat ze gered waren, en dat is waarom hij bereidt was om zo veel vervolging te verduren, door de handen van zijn eigen volk, steeds weer terugkerende om ze het goede nieuws te verkondigen (zie 2Kor.11: 24 en Hand.21:22).
     
     Het is ook belangrijk om te onthouden dat in Jesjoea, God een nieuw verbond sloot met het huis van Israël en met het huis van Judah, Jeremia 31:31 “Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw ver-bond zal maken” ; Jer.31:32  “Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE”; Jer.31:33 “Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”. Jer.31:34 “En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. Lukas 22:19 “En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Luk.22:20 “Desgelijks ook den drink-beker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt”. Hebr.8;7 “Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest”. Heb.8:8 Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten”. Hebr8:9 “Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere”. Heb.8:10    “Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israëls maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”. Hebr.8:11 “En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken den Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen. Hebr.8:12 “Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken”. Hebr. 8:13  “Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning”.  
     
    Dus Israëls weg tot God is door het nieuwe verbond, in plaats van door het oude verbond van Mozes (Mosje) een feit duidelijk benadrukt door de verwoesting van de tempel in 70 AD. Een verwoesting die tot op de dag van vandaag nog steeds niet veran-derd is.  Jesjoea maakte het duidelijk, dat Hij de volbrenging van de wet en de Profeten is.
     
     Mat.5:17 “Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen”. Mat.5:18   “Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied”. Mat.5:19 “Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.
     
     Mat.5:20 “Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan”.
     
     Ondanks dat de discipelen Jesjoea herkenden als de gene over wie Mozes en de profeten spraken (zie Johannes 1:45 en Handelingen 3:24-26.) Zei Jesjoea tegen ze na zijn opstanding, Luk.24:44. En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen. En Hij zond ze uit om het evangelie te brengen Lukas 24:47. En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.  
     
    Dit alles betekent dat Jesjoea, of de Masjiach is van het Joodse volk, of de Masjiach van geen enkel volk. Hij is, of de redder van iedereen, Jood en heidenen gelijk, of Hij is de redder van niemand.
     
     Ik persoonlijk worstel met deze kwesties, soms wens-ende dat op de een of andere manier bijna iedereen gered zal worden, vooral mijn eigen volk de Joden, maar ik weet dat we allemaal oneindig  te kort schieten waar het God’s standaard betreft,en dat zonder Zijn genade die Hij getoond heeft  aan het kruis, er geen hoop is voor niemand van ons Joden en Heidenen gelijk.
     
     En het is veelzeggend, dat als religieuze Joden tot een levens veranderend geloof in Jesjoea (Jezus) komen niet simpel weg zeggen, Ik geloof, maar nu begrijp ik de dingen een beetje beter. Juist het tegenoverge-stelde, hun normale reactie is, NU HEB IK DE WAARHEID GEVONDEN! NU HEB IK GOD LEREN KENNEN! NU! ZIJN MIJN ZONDEN VERGEVEN! Dat is wat er gebeurd.
     
     Als we het nieuwe verbond binnengaan door het bloed van Masjiach Jesjoea. Hoe moeten we de Joodse mensen dan bekijken die gestorven zijn zonder ooit het Evangelie te hebben gehoord? Speciaal diegenen die alleen maar blootgesteld waren aan een hypocriete, antisemitische "kerk?
     We moeten hun toekomst als individuelen aan God over laten, net zoals we dat moeten doen met al die genen die ook gestorven zijn zonder het Evangelie te horen. Maar we moeten niet vasthouden aan de hoop dat ze op de een of andere manier nog steeds onder het verbond van Mozes staan, en dat ze daarom goed genoeg zullen zijn om door God geaccepteerd te worden, want dat is gewoon niet waar, hoe goed bedoelt dat ook mag zijn.
     
     We weten in zoverre, dat Israëls heil van groot be-lang is voor God. En in de zelfde mate dat Christenen delen in het verlangen van Zijn hart voor Israël  en bidden en geestelijk strijden, en in de zelfde  mate dat Christenen een beter begrip hebben van de Joodse wortels van hun geloof en meer gevoeliger worden in hun getuigenis, in die zelfde mate kunnen ze deel hebben om het goede nieuws te brengen aan de verloren schapen van het huis Israëls.  En in die zelfde mate kunnen ze helpen om de dag te bespoedigen waarop heel Israël gered zal worden.
     
     Laat die dag spoedig komen,zelfs tijdens ons leven
     
    bron : onbekend
    Lees meer...
    GELUKKIG WORDT IEDER ZALIG
    IN ZIJN EIGEN GELOOF ! ?
    DUS ALLES komt WEL GOED!
    zegt men.... OF NIET ?
     
    Wat een geruststelling is dat in onze tijd met al zijn kerken, stromingen en sekten.  Gelukkig leidt elk geloof ons toch tot God. Men zegt immers :
     
    Wie de waarheid heeft, is niet zo belangrijk, al die godsdiensten geven ons toch eeuwig leven bij God
     
    En het komt allemaal toch op hetzelfde neer.  Als we maar rustig blijven leven, en niemand kwaad doen, elkaars mening respecteren dan zal alles wel goed komen.
    Echter...
    DE HEILIGE SCHRIFT , GODS WOORD, ZEGT IETS HEEL ANDERS.
    Velen menen, dat de woorden : « Ieder wordt in zijn geloof zalig, » in de bijbel staan, maar Petrus zegt duidelijk
    « En de behoudenis is in niemand anders (dan Jezus), want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden. »       

     

    Paulus zegt 

    « Wij prediken een gekruisigde Christus. »

     

    en ook 
    «Al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkende van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt !»
     
    En Jezus zelf zegt
    «Voorwaar voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.»

     

    Wel wordt ieder nog zalig in zijn geloof? 
     
    DE HEILIGE SCHRIFT, GODS WOORD ZEGT 
     

    Door Petrus :

     

    « …alleen door Jezus Christus… »

     

     

    Door Paulus :

     

    « …wie het anders zegt, is onder de vloek… »

     

     

    Door Jezus :

     

    « …als u niet naar mij luistert, komt het oordeel »

     

     

    de Heilige schrift toont ons

     

    een uniek evangelie
     
    Niemand anders kan u zaligheid geven (gelukkig maken) dan de Here Jezus alleen

                    - Niet de kerk…

     

                    - Niet uw goeden werken…

     

                    - Niet Maria…

     

                    - Niet de Heiligen…

     

    ALLEEN   JEZUS    CHRISTUS

     

     
    GELUKKIG WORDT IEDER ZALIG
    IN ZIJN EIGEN GELOOF ! ?
     
    Laat u zich nu nog langer in slaap sussen en gaat u met deze geruststelling de hel tegemoet?
    De heilige schrift ontmaskert deze woorden als een gevaarlijke leugen !
    God zoekt uw behoud. Er is echter één voorwaarde : het kan alleen op Zijn wijze. Hij gaf daarvoor Zijn Zoon, die stierf op het kruis van kalvarie. Jezus Christus gaf daar zijn bloed tot verzoening van uw zonden.
    Naar aanleiding van dit feit, geven verschillende mensen in de Heilige Schrift ons een raadgeving
     
    Petrus zegt :
     « Bekeert u. » (Keer u terug naar God’s beloften)
     «Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht. » (Doe wat God zegt
     
    Paulus zegt « Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden. »

     

     
    Jezus zegt : « Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en ik zal u rust geven. » (ware innerlijke rust)
     
    Ziet u wat God zegt over zaligmakend geloof ?

     

    Alleen een persoonlijke geloof in Jezus Christus, door Hem te aanvaarden als uw verlosser en Heer van uw leven, doet iemand zalig worden. (En als toemaatje krijgt m’n een persoonlijke relatie met God)
     
    De heilige Schrift zegt dat al het ander Misleiding is!
    Wilt u meer hierover weten?
    Je kan volkomen vrijblijvende inlichtingen bekomen op het hieronderstaande emailadres  Wen.manager@live.be 
    Lees meer...
    Wat? in God geloven?
    Man ben je gek geworden?
     
    "Je moet toch gestoord zijn om in deze tijd
    nog passioneel in God te geloven???"

    Ja dat denken veel mensen. Maar het is
    een ongegronde gedachte, die gebaseerd is
    op een gruwelijk gebrek aan kennis van de feiten.

    Op deze pagina vind je wat informatie die je zal helpen een juister beeld te krijgen over God
    en geloven in Hem.


    Wist je dat de meest bekeken film ter wereld
    de film is over het leven van Jezus Christus?

    Meer dan EEN MILJARD mensen hebben deze film al gezien, in meer dan DUIZEND TALEN!


    kan je dat heel sterk laten zien.

    Jongeren willen antwoorden



    Een andere ontwikkeling is dat er bij veel jongeren
    wereldwijd een sterke honger is ontstaan
    naar de betekenis van het leven.

    De leegheid van een wereld die hen wil wijsmaken
    dat we slechts toevalsproducten zijn,
    hebben geen enkele vorm van antwoord
    op de diepere vragen die een mens heeft.

    Overal ter wereld zijn er dan ook steeds vaker
    evenementen waar tienduizenden en soms
    honderduizenden jongeren samenkomen
    om God te aanbidden en het goede nieuws
    van Jezus Christus te horen.

    Feiten



    Wereldwijd is er een geweldige opleving
    van het geloof in God en specifiek het geloof
    in Jezus Christus als de bevrijder van de mensheid.
    Momenteel zijn er zo'n zeshonderd miljoen mensen
    die zich bewust en actief volgeling van Jezus noemen.
    Dat is heel veel...

    Het christelijk geloof is op wereldschaal
    levendiger en actueler dan ooit!


    Dat weten veel mensen in ons land niet,
    omdat er hier juist een afkeer is ontstaan tegenover God, door de hypocresie van de kerk.
    Maar God is niet veranderd...

    Ommekeer in wetenschap



    Het is ook zo dat er door de nieuwe ontdekkingen
    in de wetenschap steeds meer bijzonder gerespecteerde wetenschappers zijn die keihard de evolutietheorie verwerpen.
    Het wordt immers steeds duidelijker hoe absurd ze is.
    In de rubriek
    Evolutie(zie links in menubalk)
    kun je daar alles over lezen.

    De wetenschap blijkt steeds meer te laten zien
    dat er wel degelijk een intelligente ontwerper
    nodig moet geweest zijn om alle onvoorstelbaar
    geraffineerde en volmaakt functionerende systemen
    in de natuur te laten ontstaan.

    Dat is een uitermate fascinerende ontwikkeling,
    die een immense kentering teweeg brengt
    in de wijze waarop wetenschappers de natuur onderzoeken.
    Het boek
    FEITEN GENOEG kan je dat heel sterk laten zien.


    Jongeren willen antwoorden



    Een andere ontwikkeling is dat er bij veel jongeren
    wereldwijd een sterke honger is ontstaan
    naar de betekenis van het leven.

    De leegheid van een wereld die hen wil wijsmaken
    dat we slechts toevalsproducten zijn,
    hebben geen enkele vorm van antwoord
    op de diepere vragen die een mens heeft.

    Overal ter wereld zijn er dan ook steeds vaker
    evenementen waar tienduizenden en soms
    honderduizenden jongeren samenkomen
    om God te aanbidden en het goede nieuws
    van Jezus Christus te horen.

    Ik citeer:
    'Een thema in de leer van Jezus is vandaag nog op bijzondere wijze relevant en verklaart bovendien waarom het christendom de uitdagingen van het derde millennium niet hoeft te vrezen.

    Dit centrale thema is dat God, en niet de mens,
    de ultieme autoriteit is.

    (...)
    In de twee millennia van het christendom hebben wij veel plagen overwonnen, maar de dood hebben wij niet verslagen. Waarschijnlijk is de grootste verdienste van het christendom dat het ons een oplossing biedt voor dit ultieme mysterie.
     Het geeft ons een tegengif voor de angst die in ons leeft, een duidelijke belofte van een andere wereld en van de mogelijkheid om die binnen te gaan.'

    Het artikel is geschreven door een vooraanstaand historicus, Paul Johnson. Hij is de adviseur van Brits premier Tony Blair.
    Geen domme sukkel dus

    Wist je dat

     

    het meest verspreide boek ter wereld
    de Bijbel is?
    Elk jaar worden er meer dan
    een half miljard bijbelgedeelten verspreid.
    Er zijn meer bijbelgedeelten op aarde
    dan er mensen zijn!

    De Bijbel is het meest vertaalde boek ter wereld,
     vertaald in meer dan tweeduizend talen.
    Hier vind je meer info over de Bijbel

    Wist je dat het kruis
    waar Jezus Christus aan gestorven is,
     

    het bekendste symbool ter wereld is?

    Overal waar je komt,
    in elk land en elke cultuur
    is het kruis het enige symbool
    dat je zo massaal terugziet

    Besef je dat onze jaartelling
    gebaseerd is op de geboorte
    van Jezus Christus?

     

    Als je zegt: ik ben geboren op 3 januari 1975, dan verwijs je rechtstreeks naar de geboorte van Jezus Christus, die 1975 jaar voor jou werd geboren.

    Alles in onze westerse geschiedenis wordt gekoppeld aan deze blijkbaar zeer belangrijke gebeurtenis. Men spreekt altijd over zoveel jaar VOOR Christus of zoveel jaar NA Christus.

    Denk erover na!


    Dat zijn zo even een aantal belangrijke feiten
    die je kunnen helpen beseffen dat het geloof in Jezus
    helemaal niet zo bizar is als je misschien dacht...
    Reden temeer om er eens echt tijd voor te nemen
    om te onderzoeken wie Jezus is!

    Ik hoop dat je bij die zoektocht
    veel zult hebben aan deze website

     

    Wist je dat het grootste
    tijdschrift ter wereld,
    Reader's Digest, verklaart
    dat Jezus het antwoord
    op de nood van
    de mensheid is?

    Reader's Digest heeft meer dan een miljoen lezers.
    Met de eeuwwisseling hadden ze
    een speciale editie.

    Het hoofdartikel van deze editie was getiteld:
    'Aan wie behoort het millennium?' met als ondertitel:
    'De opmerkelijke waarheid achter het jaar tweeduizend.'

    Het artikel toont aan dat het christelijk geloof
    springlevend is en meer aanhangers heeft dan ooit.
    Lees meer...
    Wat onze Here Jezus voor ons heeft gedaan
    voor U - voor jou - voor mij


    Deze pagina is een globale weergave van hoe de Bijbel er over spreekt. Het wil je aan het denken zetten. Ga er niet op een ‘wiskundige manier’mee aan de haal. De Bijbel is geen boek met pasklare formules !!!

    De kern van het Christelijk Geloof

    God heeft de aarde geschapen. Hij heeft hierbij ook mensen gemaakt met een verantwoordelijkheid. De eerste mensen keerden zich echter tegen hun Schepper. Dit is de "zondeval". De mensen bleven sindsdien zondigen. God heeft echter zijn schepping zo lief, dat Hij de beschadigde relatie weer goed wilde maken en de straf, die op de zonde staat, wilde wegnemen. Al direkt na "de zondeval" heeft Hij beloofd om verlossing te geven.

    God bestaat uit drie Personen: Vader, Zoon en Geest. Gods Zoon is op aarde gekomen en Hij heeft, onschuldig aan wat voor zonde dan ook, de straf op de zonde gedragen. Hij, Jezus Christus, is gestorven aan het kruis. Na drie dagen is Hij opgestaan uit de dood. Hieruit blijkt dat Hij de straf op de zonde (de dood) heeft overwonnen.

    Voor ieder die dit gelooft is er nieuw leven. Na het sterven wekt Jezus Christus ieder op die Hem heeft willen volgen.

    Om Hem te volgen hoeven geen honderden regeltjes strikt te worden nageleefd. Hem volgen betekent dankbaar zijn voor wat Hij voor ons heeft gedaan.

    Als men de gemiddelde christen vraagt naar het tegenwoordige werk van Christus dan komt men vaak weer terug op Zijn volbrachte werk, namelijk Zijn lijden en sterven aan het Kruis. Dit wordt veroorzaakt doordat veel bijbelteksten, die juist handelen over het tegenwoordige werk van Christus, worden teruggeredeneerd naar het éénmalige "offer" wat Hij volbracht aan het Kruis van Golgotha. Veel gelovigen die nooit verder komen dan het lijden en sterven van onze Heer Jezus, en hierbij de verkeerde bijbelteksten toepassen op de kruisdood van de Heer, zullen niet op het idee komen dat onze Heer Jezus Christus, vandaag de dag, een werk doet niet aan de wereld maar een werk aan ons die geloven.

    Het werk van onze Heer Jezus Christus is onder te verdelen in verschillende fasen. De werken die Hij doet liggen in elkaars verlengde. Zijn eerste en reeds volbrachte werk vond plaats toen Hij als mens op aarde kwam en de verantwoordelijkheid voor de zondige wereld op zich nam. Dit recht had Hij omdat Hij, volgens het erfrecht, de "Zoon des Mensen" de erfgenaam van Adam was. Hoewel Hij zonder zonde was, is Hij tot Zondaar gemaakt. Hij droeg de zonden der wereld, Hij leed en stierf aan het kruis voor een goddeloze en zondige wereld. Dit "offer" heeft Hij volbracht. Het feit dat dit werk volbracht is, wekt bij verschillende gelovigen het idee dat Hij nu niets meer doet. Nu, het tegendeel is waar. Hij is in de gelovigen "een goed werk begonnen" zoals de apostel Paulus schrijft in de aanhef van zijn brief aan de Filippensen. Het huidige werk wat volgt op het volbrachte werk, is de opbouw van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Dit huidige werk wat begonnen is bij de dood en opstanding van onze Heer Jezus zal voleindigen op de dag van Jezus Christus. We zullen aan de hand van diverse Schriftplaatsen deze twee werken bespreken.

    Het volbrachte werk van onze Heer Jezus voor de wereld.

    Het volbrachte werk van onze Heer Jezus bestond uit het verlossen van de wereld uit de macht der zonde. Toen God de mens "Adam" schiep, gaf Hij hem de opdracht om "de aarde te onderwerpen en over haar te heersen". Adam moest de "hof van Eden" bewaren en uitbouwen. Maar Adam faalde, hij werd verleid door de Duivel. De mens Adam, en in hem de gehele mensheid, zondigde en miste zo zijn oorspronkelijke doel waarvoor God hem geschapen had, namelijk het in Gods naam onderwerpen van de vijandige wereld.

    De wereld zoals wij die nu kennen was een vijandige wereld tegenover God. Door de val van Satan had God de wereld die toen was geoordeeld, namelijk vernietigd door water. De wereld van nu werd geschapen uit deze vorige gevallen schepping. De "zondeval" van Adam was dus eigenlijk wel voorspelbaar want hij was geformeerd uit de resten van deze gevallen schepping.

    47  De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. 1 Kor.15:47

    7  toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.Gen. 2:7.

    Omdat Adam zondigde, en de zondige natuur in hem tot uiting kwam, volgde daaruit dat al zijn nakomelingen ook deze zondige natuur zouden erven. Op deze wijze zijn alle mensen erfelijk belast met deze zondige natuur. 
     
     12  Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben Rom 5:12.
      
     De mensheid was dus verloren, God had als Schepper Zijn Schepping verloren. Als iemand zijn geld verliest dan is niet het geld de dupe daarvan maar diegene die het verliest, de eigenaar van het geld. Op gelijke wijze is God dus verantwoordelijk voor het verliezen van Zijn schepping. Aan zijn zondige natuur kan de mens niets doen, dit "zonde probleem" is, of beter gezegd was, het probleem van God.Voordat Hij de in zonde gevallen wereld herschiep in de dagen van Adam, had de Schepper al voorzien dat deze "herstelde" wereld een "verlosser" nodig had. God had toen al bepaald dat Zijn Zoon Jezus Christus de wereld met Hem zou verzoenen. Zoals door één mens (Adam) de zonde geïntroduceerd werd in de wereld, zou ook door één Mens de zonde worden weggedaan. 
     
     29  De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Joh. 1:29

    28  gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen. Math. 20:28

    13  Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. Gal. 3:13

    21  Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem. 2 Kor. 5:21

     In Jesaja 53 staat een uitgebreide beschrijving van wat de Zoon des Mensen te wachten stond en op welke wijze Hij deze taak op zich zou nemen
      
     1  Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?

    2  Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd.

    3  Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.

    4  Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.

    5  Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.

    6  Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Here heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen.

    7  Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.

    8  Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie onder zijn tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden uit het land der levenden? Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest.

    9  En men stelde zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in zijn dood, omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in zijn mond is geweest.

    10  Maar het behaagde de Here hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Jes. 53: 1-10a
     
     De Zoon des Mensen leed en stierf aan het kruis voor de zonden der wereld.

    Toen onze Heer Jezus aan het kruis hing, was er geen vrede tussen God en Hem. Toen rekende God Hem als zondaar. In onze plaats droeg Hij de zonden, van zondaren en goddelozen, aan het kruis.Toen was er van Gods zijde vervloeking en verdoemenis. Het handschrift, de wet gaf kennis der zonde en veroordeelde de mens. Doch onze Heiland heeft het oordeel over de zonde en zonden voor ons gedragen. 
     
     14 door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:Kol. 2:14.
      
     In Zijn lijden en sterven droeg Hij de zonden (meervoud, de uitwerking van de zondige natuur) der wereld. De zonde (enkelvoud, de erfzonde die wij mee kregen in Adam) werd gedragen doordat onze Heer Jezus de dood in ging. De zonde heerst namelijk over de mens zolang als hij leeft, zodra een mens sterft is hij vrij van de zonde (erfzonde) maar draagt nog wel verantwoording voor de zonden die hij begaan heeft toen hij nog leefde. Volgens dit principe zal de mensheid dan ook geoordeeld worden op de Jongste dag, waar zij voor de grote witte troon zullen verschijnen. Aanvaard men echter het verlossingswerk van onze Heer Jezus Christus dan is men ook vrij van zijn gedane zonden.

    De straf die onze Heer Jezus droeg voor onze zonden, maakte ons voor God vrij van die straf, alsof wij hem zelf gedragen hadden. De dood die onze Heer Jezus onderging voor onze zonde, maakte ons vrij van de dood, alsof wij die zelf ondergaan hadden. Zoals ook 2 Kor. 5:15 zegt :
     
     15  Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.  2 Kor. 2:15
      
     Op de hierboven beschreven wijze zijn wij dus door onze Heer Jezus verlost van de zonden en zonde. Als dit echter alles was dan zouden wij nog met Hem in de dood zijn. Dan had de overste dezer wereld, de Satan, toch zijn overwinning behaald. Maar zoals het eind van Jesaja 53 al vermelde had God een welbehagen in onze Heer Jezus. De dood heeft Hem niet kunnen vasthouden. God wekte Zijn Knecht, de Rechtvaardige op uit de dood. 
     
     Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des Heren zal door zijn hand voortgang hebben.

    11  Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen.

    12  Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft.
    Jes. 53: 10b - 12
       
     In de opstanding van onze Heer Jezus hebben wij dus pas echt de verlossing ontvangen. In Hem zou God velen rechtvaardig maken. In Hem ontvingen wij het nieuwe leven.
     
     24 maar ook om onzentwil, wie het zal worden toegerekend, ons, die ons geloof vestigen op Hem, die Jezus, onze Here, uit de doden opgewekt heeft,

    25  die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging Rom 4:24-25

    4  Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.

    5  Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding;  Rom. 6:4-5

     17  en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden.

    18  Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren.Kor. 15:17
      
     Bij Zijn opstanding ontving onze Heer Jezus een positie in de Hemel, Een Naam boven alle naam. Door Zijn opstanding werd hij de beloofde Messias, de Christus. Hiermee was dit éénmalige werk "volbracht" zoals onze Heer Jezus Zijn laatste woorden waren aan het kruis hangende "het is volbracht". In Filippensen 2 staat Zijn werk heel kernachtig beschreven in de verzen 5 t/m 10 :
     
     5  Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,

    6  die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,

    7  maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

    8  En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.

    9  Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken,

    10  opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,

    11  en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!  Filip. 2 : 5-11
      
     Het huidige werk van onze Heer Jezus Christus voor de Gemeente.

    Het volbrachte verlossingswerk van onze Heer Jezus wekt bij nogal wat gelovigen de indruk dat Zijn werk nu klaar is. Nu is het wel zo dat het werk aangaande de "zonden der wereld" is volbracht, maar uit de Schrift blijkt dat er nu ook een "werk" gedaan wordt aan de gelovigen die Hem aangenomen hebben. Bij Zijn opstanding ontving Christus naast Zijn hoge positie nog iets anders. Als loon voor Zijn gedane arbeid ontving Hij van God een "Volk voor Zijn Naam" namelijk de Gemeente. Dit volk, wat zou bestaan uit eerstelingen van een nieuwe schepping, wordt op vele plaatsen genoemd als "Hoofd en Lichaam". Hierbij is Christus het Hoofd en de Gemeente het Lichaam.
     
     20  die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten,

    21  boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw.

    22  En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente,

    23  die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.  Efez. 1 : 20-23

    9  Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondig-en van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:    1 Petr. 2:9
      
     Als eerstelingen in Christus zijn wij bestemd voor God en ontvangen hierdoor een positie in de hemel. Al in het oude testament wordt ons het principe bijgebracht dat de eerstgeborene, de eerste vruchten van het land bestemd waren voor God, en zodanig in de tempel "geofferd" moesten worden. Volgens dit principe is de eerste vrucht van de nieuwe schepping bestemd voor God.
     
     4 God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad,

    5  ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, (door genade zijt gij behouden),

    6  en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus,

    7  om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar zijn goeder-tierenheid over ons in Christus Jezus. Efez. 2: 4-7
      
     De Gemeente wordt gezien als een volk wat "opgeschreven is in de Hemel". De positie die wij ontvangen in Christus wordt door God gebruikt als voorbeeld en bewijs van Zijn genade en goedertieren-heid. Dit is een hele speciale positie, die gezien vanuit het oude testament niet bekend was. Vanuit het oude testament was bekend dat de gelovigen van toen, zoals Abraham, Izaak, en vele andere gelovigen zouden opstaan op de Jongste dag en dan (op grond van hun geloof) een nieuwe aarde zouden bevolken. Dat er dus nu een gelovig volk is dat deze positie in de hemel ontvangt, is iets bijzonders. Het is het bewijs van Zijn genade.

    Het werk dat onze Heer Jezus Christus dus nu doet is ten behoeve van Zijn Lichaam.

    Hij bouwt, reinigt en onderhoud Zijn Lichaam ...... de Gemeente
     
     14 die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken Titus. 2 : 14 
       
     In Handelingen 20 wordt de Gemeente gezien als een kudde schapen :
     
     28  Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft  Hand. 20:28
      
     In dit vers staat dat Hij de Gemeente Gods verkregen heeft door Zijn eigen bloed ? Mocht u hierin zijn lijden en sterven lezen dan mist u de werkelijke betekenis van dit vers. Zijn eigen bloed is namelijk Zijn eigen leven nu. Zijn bloed reinigt ons van onze zonden die wij nu begaan zolang wij ons nog in het oude lichaam bevinden. Zoals het bloed in uw eigen lichaam een voedende en reinigende werking heeft, zo reinigt ook Zijn bloed ons van dode werken en voedt ons met Zijn leven. Dit is werk waarvan u eigenlijk niets merkt, net zoals uw eigen bloedsom-loop die indien u gezond bent geruisloos zijn werk doet.

    In veel Schriftplaatsen word er gesproken over het tegenwoordige werk van Christus. Vaak begint men dan met een terugblik naar het volbrachte werk en schakelt daarna door naar het huidige werk van Christus. Indien je deze teksten niet aandachtig genoeg leest loop je de kans het huidige werk te missen. Lezen we bijvoorbeeld de tekst uit Efeze :
     
     2  en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk.  Efez. 5:2
      
     Ook dit vers uit Efeze handelt over het tegenwoordige werk van Christus. Hij heeft Zichzelven overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. Het offer aan het kruis was géén welriekende reuk !

    Ook de tekst in Romeinen 5 is hier een goed voorbeeld van. 
     
     6  zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven.

    7  Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven; maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven.

    8  God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.

    9  Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.

    10  Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; Rom. 5:6-10
       
     Om de verschillen te verduidelijken hebben we de beide werken in dit tekstgedeelte in het volgende schema geplaatst :
      
     Rom. 5
     Het volbrachte werk
     Het huidige werk
     
    vers 6
     Wij waren krachteloos en goddeloos
      
    vers 7
    vers 8
     Christus * is voor ons gestorven toen
    wij nog zondaars waren
     
    vers 9
     Veel meer, (dus nog meer Liefde van God) zijn wij gerechtvaardigd door Zijn bloed. Daardoor worden wij behouden van de toorn.
     
    vers 10
     Wij waren vijanden en werden
    verzoend met God
     Veel meer, zullen wij behouden worden
    door Zijn leven.
     
    * In de beschrijving van het volbrachte werk van onze Heer Jezus, wordt hier Christus genoemd omdat dit Zijn huidige functie en naam is. Dit gebeurt veelvuldig in het Nieuwe Testament.
      
     De hogere betekenis van het huidige werk komt al naar voren uit de toevoeging "veel meer dan" in de verzen 9 en 10. De rechtvaardiging door Zijn bloed betekend hier niet zijn dood aan het kruis, vers 10 zegt daarop dat wij behouden zijn door Zijn leven. Zijn bloed is dus Zijn leven, het leven dat Hij ontving bij Zijn opstanding. Was het volbrachte werk voor de goddelozen en zondaren, welnu het huidige werk ligt in het verlengde en dit werk wordt gedaan niet aan de wereld maar aan gelovigen. Zijn bloed, Zijn leven stelt Christus nu beschikbaar aan ons.

    De voetwassing die onze Heer Jezus deed bij Zijn laatste avondmaal is een uitbeelding van dit huidige werk wat Hij zou gaan doen in de Hemel. Dat deze reiniging een speciale betekenis had blijkt wel uit vers 7 en vers 11. De reiniging van de voeten der discipelen staat model voor de reiniging die Hij nu doet aan de Gemeente. Zoals de discipelen de voeten werden bevuild door hun aardse rondwandeling, worden ook onze "voeten" verontreinigd door onze wandel in deze oude schepping. Wij kunnen onze eigen voeten niet reinigen, we zouden dan weer onder de wet moeten leven om te bepalen wanneer we onze voeten moeten reinigen. We zouden dan weer eten van de boom der kennis van goed en kwaad. Een betere oplossing is dat wij zouden eten van de Boom des Levens en de reiniging van ons hart, ons geweten aan Christus over te laten. Dat is vertrouwen op Hem ! Leest u zelf hoe de voetwassing plaatsvond en wat onze Heer Jezus erover te zeggen had
     
     4  en Hij legde zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede.

    5  Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was.

    6  Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zeide tot Hem: Here, wilt Gij mij de voeten wassen?

    7  Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan.

    8  Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij.

    9  Simon Petrus zeide tot Hem: Here, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd!

    10  Jezus zeide tot hem: Wie gebaad heeft, behoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen.

    11  Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.

    12  Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen aangedaan en weder plaats genomen had, zeide Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?

    13  Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het.

    14  Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen;

    15  want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.

    16  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender.

    17  Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet.  Joh. 13:4-17 
       
     De voetwassing bij de discipelen vond plaats zonder dat daarbij commentaar kwam van onze Heer Jezus of van de discipelen zelf. De Heer deed dit werk of het een vanzelfsprekende zaak was. Alleen Simon Petrus sputterde tegen, onze Heer Jezus zegt tot hem "wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen ver-staan". In het licht van de brieven zal Petrus het later wel begrepen hebben dat ook deze "verborgenheid" handelde over Christus en de Gemeente. Petrus wou zich gelijk weer helemaal laten wassen. De reactie van de Heere hierop is : iemand die gewassen is (wedergeboren) hoeft voortaan alleen zijn voeten maar te laten wassen! Met andere woorden : iemand die de het volbrachte werk heeft aangenomen kan zijn zonden (geweten van zonden) alleen maar laten reinigen door de voetwassing van onze Heer Jezus of te wel het Leven, Bloed van Christus. 
      
     14  hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?  Hebr. 9:14
       
     Wat is het resultaat van het niet onderscheiden van deze twee werken van onze Heer Jezus Christus !

    Beide werken van onze Heer Jezus Christus spreken over vergeving van zonden. Indien we de beide werken naast elkaar zetten krijgen we echter een beter beeld van Zijn huidige werk en de hogere toepassing hiervan
      
     Het volbrachte werk
     Het huidige werk
     
    Een werk voor de wereld voor
    zondaren en goddelozen
     Een werk voor de Gemeente
    voor gelovigen
     
    Geschied door Zijn lijden en sterven
     Geschied door Zijn Leven nu !
     
    Géén welriekend offer
     Wel een welriekend offer
     
    Een Lam tot zonde gemaakt
     Een onstraffelijk Lam
     
    Wij waren vijanden en werden
    verzoend met God
     Niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar gezet in de hemel, huisgenoten Gods.
     
    Genade van God
     Genade op genade van God
      
     Samenvattend kunnen we dus zeggen :
    Door te geloven in het lijden en sterven van onze Heer Jezus, zijn wij verlost van de straf der zonde.
    Door te geloven in Christus, die zit aan de rechter-hand Gods, worden wij verlost van de macht der zonde en komen wij tot een "matig, rechtvaardig en godzalig leven".
    Dit is Zijn werk, Hij wil door de Heiligen Geest ons losmaken van het "zondeleven" van de oude mens, en ons laten leven naar de nieuwe mens. De Schrift zegt hiervan dat wij hiermee hebben ontvangen "genade op genade" , "uitnemendheid Zijner genade"Efez. 2:7 of "een overvloed der genade". Het tweede werk volgt dus uit het eerste maar is van een hogere kwaliteit. 
     
     1  Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.

    2  Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen.

    3  Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijd-en, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen.

    4  Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij.  Gal. 5: 1- 4
      
     Wij zouden deze twee werken van onze Heer Jezus Christus onderscheiden, al is het maar omdat de Schrift het onderscheidt duidelijk aangeeft. Wij zouden niet Zijn tegenwoordige werk reduceren tor het volbrachte werk aan het kruis. Die gelovigen die het tegenwoordige werk van Christus niet kennen en daaruit niet leven, zullen met hun zonden weer terug gaan naar het kruis !!!!! Dit is niet de weg die wij behoren te volgen. Als wij onze zonden weer bij het kruis neer leggen, kruisigen wij hierbij Christus opnieuw en zullen niet gereinigd worden. Deze gelovigen zullen dan ook géén gereinigd geweten hebben ten opzichte van God of onze Heer Jezus Christus. Zij zullen onder hun zonden en onder de wet blijven leven, zij leven dus niet allen in de oude schepping, maar praktiseren deze ook, oordelende wat wel en niet kan.
    Zij die dit huidige werk van Christus niet kennen zijn gelijk als Ezau, die om een spijze (de oude mens) zijn eerstgeboorterecht weggaf.
     
     15  Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.

    16  Laat niemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau, die voor een spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht.  Hebr 12:15-16
      
     De gelovige wordt door de Schriften op zijn verantwoording gewezen om de genade Gods niet te misbruiken. Dit gebeurt o.a. door bijvoorbeeld gelovigen die de genade gebruiken om onder de wet te kunnen leven. De wet als “leefregel der dankbaar-heid” heeft men er zelfs van gemaakt. Dit is echter onmogelijk, genade en wet gaan niet samen. Zoals de wet was gelegd op de oude mens, die gestorven is aan het kruis. Is de genade verstrekt aan de nieuwe mens, die leeft in Christus. Zo zijn wij dan vrij van de wet.
     
     1 Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.

    2  Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen.

    3  Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijd-en, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen.

    4  Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. Gal. 5: 1- 4
      
    Geeft acht op de overvloedige genade, het tegenwoor-dige werk van onze Heer Jezus Christus, opdat uw geweten gereinigd wordt en u een vrijmoedige toegang hebt tot God.

    Wij hebben een vrijmoedige toegang tot de troon der genade, want wij hebben Christus als getrouw Hoge-priester naar de ordening van Melchizedek. Zoals de wet het voorschreef had Hij, net als alle voorgaande hogepriesters uit het oude testament, eerst Zijn eigen zonden beleden (aan het kruis). Daarna kon Hij ingaan in het heiligdom, om verzoening te doen voor het gehele volk (de Gemeente). 

     26  Toen heeft zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven. 

    1  Laat de broederlijke liefde blijven.

    2  Vergeet de herbergzaamheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd.

    3  Denkt aan de gevangenen, alsof gij met hen gevangen waart; aan hen, die mishandeld worden, als mensen, die ook zelf een lichaam hebt.

    4  Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen.

    5  Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten.

    6  Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen? Hebr. 12: 26 / 13: 1- 6
      
    De voleinding van Zijn huidige werk aan de Gemeente.

    Het werk wat Christus nu doet voor de Gemeente be-slaat een bepaalde periode. Deze periode word door de apostel Paulus de "bedeling der Genade Gods" genoemd. 

     1  Daarom is het, dat ik, Paulus, die ter wille van Christus Jezus voor u, heidenen, in gevangenschap ben;

    2  Gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven:

    3  dat mij door openbaring het geheimenis bekend-gemaakt is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef.

    4  Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vorm-en van mijn inzicht in het geheimenis van Christus,

    5  dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten:

    6  dit geheimenis, dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie,

    7  waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave Gods, die mij geschonken is naar de werking zijner kracht.  Efez 3: 1 -7 
     
    Een bedeling is een periode van tijd waarin het schepsel als individu of als volk beproefd wordt in betrekking tot zijn gehoorzaamheid aan Zijn Schepper. Volgens dit Bijbelse principe is de Heilsgeschiedenis te verdelen in zeven opeen volgende periodes. Meer hierover kun je lezen in de brochure
    Gods Programma en de Bijbelse Panorama's over dit onderwerp. Gebruik het als stof tot nadenken.
    De heidenen werden dus mede-erfgenamen van het Lichaam van Christus. Jood, Griek of Barbaar konden door geloof naderen tot God een deel krijgen aan de Gemeente. Een "volk" afgezonderd van de volkeren, met een hemelse toekomst.

    Deze periode waarin onze Heer Jezus Christus Zijn huidige werk aan de Gemeente doet is begonnen bij Zijn opstanding en zal volbracht zijn bij "onze openbaring voor de rechterstoel van Christus" 2 Kor. 5:10. ook wel genoemd "onze toevergadering tot Hem" 2 Thes. 2:1 , of zoals in de aanhef van de Filippensenbrief : 
     
    5  wegens uw deelhebben aan de prediking van het evangelie, van de eerste dag af tot nu toe.

    6  Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus.  Fil. 1:5-6 
     
    Tot op de "dag van Jezus Christus" is gelijk aan "onze openbaring voor de rechterstoel van Christus" en "onze toevergadering tot Hem" . Deze gelegenheid heeft in vele kringen de term "
    opname der Gemeen-te" gekregen. Het gaat hier om de gelegenheid waarbij Christus (Hoofd) en de Gemeente (Lichaam) in heerlijkheid geopenbaard worden (in de hemel). 
     
    16  want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan;

    17  daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weg-gevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.  1 Thes. 4: 16-17
     
     Het toekomstige werk van Christus.

    God zou dus eerstdit volk, de Gemeente (Hoofd & Lichaam) aannemen door of voor Zijn Naam. Als dat werk voltooid is, en de "opname" heeft plaatsgevond-en, zal Hij zich in eerste instantie richten op het (dan nog) ongelovige volk Israël. Want de beloften die God gedaan had aan het volk Israël zijn niet "verscheurd" bij de kruisiging van onze Heer Jezus. Als God beloftes maakt dan komt Hij deze ook na. De beloften die Hij deed aan het volk Israël zijn dus nog steeds van kracht, zoals Simeon verhaalt in Handelingen 15 : 
     
    14  Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen.

    15  En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat:

    16  Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, Hand. 15:14 -16
     
    Het werk aangaande het volk Israël zal verdergaan vanaf het punt waar het werd gestopt. Dit was het moment net voor de dood van onze Heer Jezus toen Hij vanaf de Olijfberg het overzicht had op de stad Jeruzalem. Vlak voor het lijden en sterven van onze Heer Jezus had Zijn volk, Zijn stad Jeruzalem Hem niet gekend of herkend, als De Verlosser. Het "natuurlijke" Israël (Israël als volk) heeft Hem niet aangenomen. God verkoos Zich eerst een ander volk (een "ander" Israël) uit de heidenen voor Zijn Naam zoals het al in het oude testament was aangekondigd.

    De periode waarin God de heidenen bezocht kwam dus tussen liggen tussen de 69e en de 70e week van Daniël. Het werk met betrekking tot het volk Israël ging in de ijskast, het volk Israël verdween onder de andere volkeren. De laatste "jaarweek" die nog miste, in de reeks van de "70 weken der Jaren", wordt de 70e week van Daniël genoemd. Zelf onze Heer Jezus wees hierop toen Hij sprak over hoe het zou zijn in het laatste der dagen.   
     
     3  Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?

    4  En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide!

    5  Want velen zullen komen onder mijn naam en zeg-gen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.

    6  Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet.

    7  Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn.

    8  Doch dat alles is het begin der weeen.

    9  Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil.

    10  En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten.

    11  En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden.

    12  En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.

    13  Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.


    14  En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.

    15  Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op)

    16  (24-15b) laten dan wie in Judea zijn, (24-16) vluchten naar de bergen. Math 24 : 3-16
      
    Het ongelovige volk Israël, wat zich sinds de vestiging van de Joodse staat in 1948, in Palestina bevindt zal een verbond aangaan met hun vijanden. Met de intrede van dit verbond zal de laatste "jaar-week" aanvangen. Een week van 7 jaar, verdeeld in 3½ jaar vrede en 3½ jaar verdrukking. Aan het eind van deze 7 jaar zal Jeruzalem verwoest worden, bij deze gelegenheid zal een overblijfsel de Naam des Heeren aanroepen als laatste middel om te ontkomen aan deze verwoesting. Dan zijn de woorden uit Zacharia 14 van toepassing : 
     
     1 Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden.

    2  Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschond-en. De helft van de stad zal wegtrekken in balling-schap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden.

    3  Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg;

    4  zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijf-berg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts;

    5  en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem. Zach 14: 1-5
     
      
     
    God zorgt er Zelf voor dat de heidenen optrekken tegen Israël en Jeruzalem. De stad zal verwoest worden, de helft zal "uitgaan in de gevangenis"  (sterven en in het dodenrijk nederdalen), maar "een (gelovig) overblijfsel" zal ontkomen en vluchten de woestijn in (naar Azal = Petra). Dit is heel in het kort de beschrijving van het gruwelijke lot deze ongelovige natie te wachten staat.

    Met dit gelovig overblijfsel zal de Heer zelf optrekken vanuit Petra naar het verwoeste land. Zij zullen het land en de stad Jeruzalem herbouwen. Vandaar uit zal de Heer Zijn beloofde Koninkrijk te vestigen op aarde. In de periode die daarop zal volgen zal hij de 12 stammen Israëls terugverzamelen naar het land. Hieruit zullen 144.000 vertegenwoordigers aangesteld worden, die Zijn Naam over de gehele wereld zullen prediken. Zoals Israël verdrukt werd, zal er ook verdrukking komen over de gehele wereld. En zoals er alleen redding was voor een gelovig overblijfsel uit Israël, is er ook alleen redding voor een gelovig overblijfsel uit de wereld.

    Samenvattend kunnen we de werkzaamheden van onze Heer Jezus Christus onderscheiden in de volgende reeks :

    · Zijn éénmalige volbrachte werk aan het kruis voor de wereld.
    · Zijn huidige werk aan gelovigen uit een volk wat geen volk is (de Gemeente).
    · Zijn werk aan gelovigen uit het volk Israël.
    · Zijn werk aan gelovigen uit de volkeren in het algemeen.
    De laatste twee werken hebben betrekking met de vestiging van het Koninkrijk Gods op de aarde. In dit Koninkrijk zullen de beloften gedaan aan Israël uitgewerkt worden. Pas dan zal Jeruzalem een wereldstad van vrede en vreugde zijn voor de gehele aarde.
    Deze pagina is gemaakt in de tijd dat onze Heer Jezus Christus Zijn werk aan de Gemeente doet, daarom wordt dit werk op deze pagina het "huidige werk" genoemd. Mocht u deze pagina lezen, nadat dit werk is voltooid en de Gemeente is opgenomen, dan leeft u in een volgende bedeling waarin God bezig zal zijn met het werk aangaande Israël of de volkeren
    .

    Heeft u deze dingen aangaande de staat Israël zien gebeuren of gebeuren zij in uw dagen, weet dan, dat er ook dan verlossing is in Christus. Het principe van "al wie de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden" blijft van kracht. Het mag dan zijn dat u zich in een andere bedeling bevindt, de weg naar onze Heere Jezus Christus blijft dezelfde weg, namelijk door geloof wordt u een kind van God
    .
     
     
     11  Immers het schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.

    12  Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, een en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen;

    13  want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden.  Rom 10: 11-13


    BLIK IN DE TOEKOMST
     
     

     Kies dan vandaag wie jij dienen wilt !
    Lees meer...

    Ja stel, je staat schuldig voor een rechter
     
    De zaal is gevuld met toeschouwers. De aanklager lijkt een gemene man met doordringende ogen. De rechter is een oude wijze man die met een bezorgd gezicht de aanklachten voorleest. Vlak voor de rechter sta je met een gebogen hoofd en knikkende knieen. Je hoort alle fouten die je in je leven hebt gemaakt. De lijst lijkt wel oneindig lang. Als een film trekt je leven weer aan je voorbij. Je ziet je eerste diefstal, je begerige ogen, je doortrapte spelletjes met het pispaaltje van de klas. Je ziet je kille hart, achter een schijnheilige glimlach. Al je trots, lust, egoisme en wraakzucht komen in een keer helemaal bloot te liggen. Je kan wel door de grond zakken. "Wat heb ik toch een onnoemelijk lange lijst van smerigheid op mijn geweten. Zelfs je harde werken voor God blijkt doorspekt te zijn met eerzucht".
     
    Het zweet staat op je voorhoofd. Je kan je hier niet verbergen achter een stralende glimlach of een glimmende auto. Waar moet je heen??? Een kille eenzaamheid doortrekt je geestelijk lichaam... De openbare aanklager schreeuwt om een keiharde straf op deze lange lijst met overtredingen. Hij lacht gemeen je kant uit. "Deze man / vrouw verdient de doodstraf", wordt er geroepen. De helft van de zaal schreeuwt om je veroordeling. "Weg met die man / vrouw, er is bewijs genoeg.."
     
    De rechter buigt zijn hoofd. Er spreekt zowel liefde als woede uit zijn ogen. De rechter houdt van deze jonge man / vrouw. De rechter wil niet dat mensen sterven. Zijn hart breekt bij de gedachte dat er weer een mens moet boeten. Toch haat de rechter onrecht. Het rechtssysteem veroordeelt de hele lijst van fouten die voor hem ligt. Deze fouten hebben zoveel mensen diepe pijn aangedaan. Je verdient de straf. 
     
    Nee op deze overtredingen moet logischerwijs straf volgen. Zo is het altijd geweest. Zo is het in Zijn wet vastgelegd
    De rechter kan niet anders dan een rechtvaardig oordeel uitspreken. Zijn geloofwaardigheid staat op het spel. De zaal houdt de adem in...
     
    Je hoort als in een droom dat je schuldig bevonden wordt en dat je de doodstraf hebt verdiend. Je sluit je ogen en verdrinkt in de nacht. Dan hoor je achter je een stem. "Laat Mij sterven, laat Mij zijn straf dragen, Ik hou te veel van deze man / vrouw..." Je draait je om en kijkt in de meest liefdevolle ogen die je ooit hebt gezien. Hij omhelst je.

    Je voelt Zijn tranen op je gezicht, Hij kijk naar de rechter en zegt, Vader ik ken hem, en hij Mij.
    En dan besef je, Je bent vrij...
    De rechter is God, die ook door Hem jouw Vader is. Een liefdevolle en rechtvaardige rechter.
    De aanklager is niemand minder dan satan,
    God zijn tegenstander.

    Hij wilde jou in zijn val meetrekken en trachte jou bij God aan te klagen
     
    De man die in jouw plaats wil sterven, en Die dat ook heeft gedaan is Jezus Christus.
    Hij is voor jouw fouten gestorven aan een kruis.

    Waarom?
    God maakte eertijds de mens omdat Hij een vriend wilde. Hij wilde een aanhoudend contact met de mens. Hij gaf de mens een verrassend mooi leven. God maakte van die mens echter geen robot die Hem automatisch zou liefhebben en gehoorzamen. Hij gaf hem de vrije wil en daarmee de ruimte en de vrijheid om eigen keuzes te maken. Dat is immers de basis van vriendschap! De eerste mens koos echter zijn eigen weg. En alle mensen zijn hem daarin helaas gevolgd. Dat heet zonde en zonde betekent letterlijk: je doel missen. Alzo miste de mens zijn doel doordat God door Zijn Heiligheid en Reinheid geen omgang meer kon hebben met de mens, en dus ook de vriendschap niet meer kon hebben. Mede hierdoor is de relatie en het leven met God verloren gegaan. Maar daarom is er een onoverbrugbare afstand gekomen tussen God en de mens.
    De bijbel zegt erover "Alle mensen hebben gezondigd en missen daardoor Gods nabijheid". (Romeinen 3:23) Je kunt zelf van alles proberen om bij God te komen, maar alles zal je mislukken.  Omdat er maar een enige oplossing is, daarom heeft God Zelf deze aangedragen. Jezus zegt: "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij". (Joh. 14:6)
    Alleen door werkelijk te beseffen dat men een zondaar is, en in Jezus te geloven, en Zijn offer met het hart te aanvaarden kun je weer in contact met God komen en weer die relatie met Hem aanvangen!
    In de bijbel staat: "Wie Jezus (offer) aanneemt, mag zich een kind van God noemen". (Johannes 1:2)
    Als je Jezus dus wilt aannemen als jouw Verlosser en Redder kun je t volgend voorbeeld van gebed bidden:

    "Here God, ik heb gezien dat ik een zondaar ben en Uw vergeving nodig heb. Ik ben gaan inzien dat Jezus Christus ook voor mij gestorven, en opgestaan is uit de dood. Ik ben bereid om mijn oude manier van leven de rug toe te keren. Ik bid dat Jezus Christus nu in mijn hart, en in mijn leven wil komen, zodat ik U als mijn Vader kan ontmoeten en beter mag leren kennen. Ik ben bereid om met Uw hulp Hem als de Heer van mijn leven te volgen en te gehoorzamen. Amen."

    God houdt zoveel van jou. Een leven met Hem is een groot avontuur. Bidt (spreek) regelmatig met God. 
    Lees uit de bijbel en ga op zoek naar medegelovigen
    Lees meer...
    Het kruis gepasseerd.

    Inleiding.

    voor u dit leest, is het handiger om Het raadsel van Jahweh eerst te lezen.

    In de loop der jaren heb ik meerdere keren oog in oog gestaan met de meest onwaarschijnlijke en daarom haast niet te ontmaskeren leringen die stuk voor stuk tot doel hadden het evangelie van Jezus Christus op de één of andere wijze te kunnen verdraaien. Met als opzet dat dit aangepaste evangelie, liefst zonder veel ophef, door de volgzame kudde gelovigen voor waar en waarachtig zou worden aangenomen. Het sinistere aan dit alles was dat zo'n surrogaat evangelie zo echt leek dat het voor de enkeling die er niet in trapte een helse klus bleek te zijn om de noodklok te luiden. En te blijven luiden. Uit ervaring weet ik dat het een helse beproeving kan zijn om, het slagveld overziende, vast te moeten stellen dat je goedbedoelde pogingen om anderen te alarmeren verspilde tijd en energie blijken te zijn. Ik heb zo'n grijs vermoeden dat ook de profeet Elia iets dergelijks heeft ondergaan toen hij na zijn confrontatie met de afgodspriesters op de Karmel de woestijn in vluchtte om de wraakzucht van koningin Izebel te ontlopen (1 Kon. 19:1-18).
    De wanhoop kan in een dergelijke situatie allesoverheersend zijn. Ik kan het me dan ook levendig voorstellen dat Mozes uit woede om dat losbandige volk zijn stenen tafels, met daarop de van Jahweh ontvangen wet, kapot gooide. Het is opmerkelijk dat Mozes hier achteraf door Jahweh niet om werd terechtgewezen. Als ik dan ook nog in de bijbel lees dat Jezus bij de tempelreiniging in Joh. 2:13-25 ook niet bepaald subtiel maar daarentegen wel behoorlijk radicaal te werk ging en niet terugdeinsde voor een hardhandig optreden, dan zie ik Mozes' woede over de goddeloosheid van zijn volk als een voorproef van Gods toorn over alle zonden die nooit zijn beleden. Hoe zou het er tijdens het laatste oordeel aan toe gaan, als definitief wordt afgerekend met al die goddelozen en godhaters die nooit berouw hebben gekend en getoond? Dan gaan er héle harde klappen vallen, dat kunnen we al opmaken uit Jezus' woorden in Lucas 19:27: “Doch die vijanden van mij, die niet wilden, dat ik over hen koning werd, brengt hen hier en slacht ze voor mijn ogen!” De tempelreiniging in het groot. Ik ben er stellig van overtuigd dat de personen die datgene verkondigen wat ik op deze pagina vanuit de bijbel bestrijd, griezelig goed op hun tellen moeten passen om niet bij deze slachting betrokken te raken. Dus:
    Bekeert u nu het nog kan,
    anders slaat het oordeel u voor eeuwig met de ban!
    Maar wie toch niet met de Here willen wezen,
    zullen hun naam niet in het boek des levens lezen.

    De tijd draait door en die tijd heeft ondertussen laten zien dat mijn waarschuwingen van destijds terecht bleken te zijn en dat de leugen uiteindelijk tegen de lamp liep, samen met de leugenaars. Op deze pagina wordt afgerekend met wat die leugenaars onder andere verkondigden.


    De zelfverloochening misbruikt.

    In de hierboven al genoemde pagina: "Het raadsel van Jahweh" heb ik aangehaald dat er niet lang na de dagen van de eerste apostelen van tijd tot tijd leringen de kop op hebben gestoken die achter de goddelijkheid van Jezus Christus een groot vraagteken zetten. Zoals onder andere de leringen van een Joods-christelijke sekte, de Ebionieten, die geen boodschap hadden aan Jezus' “pre-existentie” (ik blijf het een vreselijk woord vinden). Nu wil het geval dat niet alleen in de christelijk-religieuze hoek de menswording van Jezus wordt bestreden maar dat de geloofwaardigheid van dit feit ook, hoe kan het ook anders, vanuit de atheïstische hoek fanatiek onderuit wordt gehaald. Met als argument dat al ver voor Jezus' komst heidense religies een dergelijke verlosser vereerden die op bovennatuurlijke wijze geboren werd en een offer bracht, in de een of andere vorm en vergelijkbaar met het offer van Jezus, ten behoeve van een betere wereld. Voorbeelden hiervan zijn onder andere Mithras (Perzië) en Horus (Egypte). Het Christendom zou deze verzinsels dus gekopieerd hebben van deze mysteriegodsdiensten, zo luidt de aantijging. Men gaat daarbij echter voorbij aan het feit dat kopie en origineel in deze redenering van plaats gewisseld hebben.
    Het moge namelijk duidelijk zijn dat al datgene wat in de heidense religies wordt geloofd, beleden en in praktijk wordt gebracht zijn oorsprong niet heeft in het Koninkrijk Gods. Wat in dergelijke religies een plaats heeft gekregen vindt zijn oorsprong in het rijk van satan. En om die reden hoeven we daarin niets te verwachten wat zijn oorsprong vindt in de liefde van de Schepper voor zijn schepselen. De principes van 1 Corinthiërs 13 vinden we in de heidense religies niet terug.

    Het principe van een verlosser die voor een (dodelijke) lijdensweg kiest ten behoeve van de redding van de mens is een principe dat in het brein van satan nooit zou zijn opgekomen omdat dit voor hem een tegennatuurlijk principe is. Een dergelijke vorm van zelfverloochening komt in het rijk van satan namelijk niet voor! Daar geldt alleen en uitsluitend het recht van de sterkste en het recht van het eigen ego. De gezindheid die Jezus op Golgotha maar ook in Gethsémane liet zien is een geheimenis dat alleen in het Koninkrijk Gods is te vinden.

    De “verlossers” die in de diverse heidense religies worden vereerd maken, zoals al gesteld, gebruik van een principe dat in het brein van satan nooit zou zijn opgekomen. Het is een “geleend” principe en daarom gekopieerd van de enige Verlosser die Zijn komst al in de hof van Eden bekend maakte en van wiens aangekondigde komst satan vanaf toen al op de hoogte was. Het lag voor de hand dat satan deze kennis zou aanwenden en dat deze imitator het niet kon laten om het geleende idee van een zichzelf verloochenende Verlosser tot een onderdeel te maken van diverse “mysterie godsdienst-en”. In deze mythen draait het steevast om de verlossing van de mens uit de macht van het kwade. Die kwade macht stelt uiteraard satan en zijn rijk voor. Het schizofrene hieraan is dat ondanks het bedenken van dit soort “verlossers” satan als overste van deze wereld nooit en te nimmer van plan was om zijn macht en positie als overste van deze wereld op te geven. Geen enkele “verlosser” zou wat hem betreft ook maar een schijn van kans gekregen hebben om hem van die troon te stoten. Over deze “verlossers” zei Jezus in Joh. 10:7-8: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur der schapen. Allen, die vóór Mij gekomen zijn (als mens of als mythe), zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord”.

    Als de vader der leugen zich dan toch van dergelijke mythen bedient is dat uitsluitend met de bedoeling om de mens op een dwaalspoor te zetten “zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is” (2 Cor. 4:4). Het is bovendien een, boven elke twijfel verheven, feit dat geen enkele heidense religie een alternatief kan bieden voor het kwaad waaruit de mens verlost moet worden. Wat er wel wordt geboden is niets anders dan de oeroude voorloper van de hedendaagse New Age leugen die er op neer komt dat er in de mens veel goeds is te vinden, als hij maar naar de god in zichzelf wil zoeken. Maar... zolang de mens de god in zichzelf blijft zoeken zal hij slechts de demon tegenkomen die in zijn leven voor god wil spelen. Want: “De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede” (Jes. 57:21). Het enige “goede” wat de heidense religies in een mens kunnen bereiken is dat men uit angst voor hel en verdoemenis met goede werken het vege lijf probeert te redden of... men brengt zelf hel en verdoemenis over de andersdenkenden. Wat dit laatste betreft heeft de Roomse kerk beslist een reputatie hoog te houden.... Uit naam van welke god zouden al de gruwelen van de Inquisitie gepleegd zijn? In ieder geval niet uit naam van Jezus Christus. Wat mij de overtuiging heeft gegeven dat ook de Roomse leer een heidense religie is!!

    Als we het bijbelboek Genesis erbij pakken en het drama van de zondeval bestuderen vinden we in Genesis 3:15 het oordeel dat Jahweh uitspreekt tegenover de duivel (die zich in de slang had verscholen) en daar zien we iets staan waar we maar al te makkelijk overheen kunnen lezen. Er staat: “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen”. Wat de duivel hier kreeg te horen was feitelijk zijn doodvonnis. En daar zal hij behoorlijk nijdig om zijn geweest. We weten niet of dit alle informatie is geweest die satan daar kreeg of dat deze beknopte beschrijving van de zondeval en de gevolgen ervan alleen de grote lijnen weer-geeft. Als dit inderdaad alles was wat satan kreeg te horen zal hij zich aanvankelijk suf gepiekerd hebben om er achter te komen op welke wijze Jahweh dit zou gaan waarmaken.
    In de genoemde tekst wordt gesproken over “zaad”. Met dit zaad werd mensenzaad bedoeld zodat het zonneklaar was dat Jahweh hier over menselijke nakomelingen sprak. De duivel wist echter heel goed dat hij zojuist de macht over deze schepping via het eerste mensenpaar in handen had gekregen en dat Jahweh hem deze macht niet meer zomaar zou kunnen ontnemen. Dan zou Jahweh tegen Zijn eigen principes in gehandeld moeten hebben. En van Zijn principes wijkt Jahweh nooit af. Want satan had van zijn Schepper de macht, de autoriteit en het recht gekregen om zich als dienende geest in deze schepping te begeven. En dit kon door Jahweh niet teruggedraaid worden. Zoals Prediker al zei in Prediker 3:14: “Ik heb ingezien, dat al wat God doet voor eeuwig is; daaraan kan men niet toedoen en daarvan kan men niet afdoen; en God doet het, opdat men voor zijn aangezicht vreze”. Ook David sprak daarover in Psalm 15:4: “Heeft hij tot zijn schade gezworen, hij verandert het niet”. Dus ook al loopt het anders dan Jahweh heeft gewild, dan nog blijft Hij aan Zijn principes trouw. Wat trouwens ook door Paulus wordt bevestigd in 2 Timothéüs 2:13: “indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet”. Er is dus iets wat God niet kan omdat Hij het niet wil. Als God Zijn principes zou verloochenen zou Hij daarmee Zijn wezen verloochenen wat betekent dat hij in dat geval af zou wijken van Zijn eigen eeuwige principes. Dat alles wat God doet voor eeuwig is, daar was de duivel goed van op de hoogte. Hij kon zich onbelem-merd in de nabijheid van de mens begeven omdat hij wist dat hij van Godswege het recht hiertoe had en dat God daar niet op terug kon komen om satan zodoende te beletten zijn kwalijke plan uit te voeren.

    De mens was ondertussen door de zondeval in het machts-bereik van satan gekomen en satan wist griezelig goed dat de in zonde gevallen mens uit zichzelf nooit en te nimmer in staat zou zijn om die claim en die vloek weer te verbreken. Dat was absoluut uitgesloten. Het koninkrijk van satan had zich namelijk door de zondeval op aarde kunnen vestigen en dat koninkrijk zou alleen en uitsluitend verdreven kunnen worden door een ander koninkrijk. Dat andere koninkrijk is het Koninkrijk Gods. Dat Koninkrijk kon echter alleen door Jahweh zelf op aarde gevestigd worden.

    Toch sprak Jahweh in Genesis 3:15 over mensenzaad, dus over nakomelingen van het eerste mensenpaar. De enige daaruit voortvloeiende mogelijkheid om het Koninkrijk Gods binnen het domein van satan, de in zonde vervallen schepping, te vestigen was dat een wezen hoger dan de mens zelf zich in een menselijk lichaam zou moeten openbaren. Want... doordat door toedoen van de mens Adam (en Eva uiteraard!!) de zonde in de wereld had kunnen komen, was de enige weg terug die de Schepper kon gaan om die zondevloek op een rechtmatige wijze weer te kunnen verbreken, deze vloek ook door toedoen van een mens (de tweede Adam, Jezus Christus) weer te verbreken. Dat dit door een engel zou kunnen gebeuren was absoluut uitgesloten. De duivel was zelf ooit de engel met de meeste macht en deze macht kon hem niet zomaar door een andere engel ontnomen worden. Om die reden had geen enkele engel de macht om de duivel van zijn troon te stoten en om daarmee het Koninkrijk Gods op aarde te kunnen vestigen.
    En dan wordt het een simpele aftreksom. De zondige mens zelf viel als mogelijkheid af, een engel was ook geen optie en aldus was
    Jahweh zelf de enige die in aanmerking kwam voor het vestigen van het Koninkrijk Gods op aarde. Om door middel van Zijn menswording de weg te openen via welke het aangezegde vonnis uiteindelijk aan satan zal worden voltrokken. Het zat er dus dik in dat satan in allerijl zijn tegenmaatregelen zou gaan nemen. Kijken we naar de diverse “verlossers” die in de heidense mythologieën werden en worden vereerd (zie hierboven) dan blijkt satan bepaald niet stil gezeten te hebben. Waar nog aan toegevoegd moet worden dat hij desondanks nooit heeft geloofd dat Gods verlossingsplan kans van slagen had. Zoals blijkt uit 1 Cor. 2:7,8: “maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God reeds van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben”.
    Door de overwinning van de tweede Adam, Jezus Christus, op Golgotha is het mogelijk geworden dat de zonen Gods, die net als Jezus ook “zaad” van Eva zijn, in hun eindstrijd tegen de antichrist en zijn leger occultisten, het “zaad” van satan, de overwinning zullen kunnen behalen.

    Er is wel eens gesteld dat satan door het bedenken van deze nep verlossers wilde bereiken dat de komende Christus al bij voorbaat tot een heidense uitvinding zou worden bestempeld die slechts door het opkomende Christendom werd overge-nomen. Gezien mijn uiteenzetting zal het niet verbazen dat ik me goed bij deze veronderstelling kan aansluiten. Door wat er in de loop der jaren op je af komt aan verdrukkingen, beproevingen en helse aanvallen krijg je een steeds completer beeld van wat er in het verdorven brein van satan rondspookt en kan ik met Paulus zeggen: “want zijn gedachten zijn ons niet onbekend” (2 Cor. 2:11). En dan past een kopieer-truc zoals hierboven omschreven helemaal in dat beeld. Om critici een handvat te kunnen geven en om de geloofwaardig-heid van het evangelie, zoals we dat in de bijbel vinden, op losse schroeven te kunnen zetten. Ik ben me ervan bewust dat met deze overtuiging de spot wordt gedreven door diverse, door satan met blindheid geslagen, “bijbelwetenschappers”. Dat heeft mij overigens weer de overtuiging gegeven dat satan er alle belang bij heeft dat zijn ware motieven in ieder geval voorlopig nog een masker dragen.
    Het plan van een Verlosser die vrijwillig de weg van de zelf-verloochening wilde gaan is tenslotte uitsluitend het originele idee van een liefdevolle God die tot het uiterste wilde gaan om de claim van satan op deze wereld op een rechtmatige wijze weer te kunnen verbreken. Al die heidense “verlossers” zijn nep, gekopieerd en nageaapt.

    De christelijk-religieuze variant.

    Zoals in "Het raadsel van Jahweh" al is aangehaald ontstond er al vrij snel na de tijd van de eerste apostelen vanuit het verloederende Christendom verzet tegen de goddelijkheid van Jezus Christus. Onder andere de al genoemde Ebionieten maakten zich daaraan schuldig. Ook in onze tijd lopen dit soort mensen zich uit te sloven om onze God en Heiland, Christus Jezus (Titus 2:13) een gewijzigde afkomst toe te kennen. Over deze moderne Ebionieten en hun visie schreef ik het volgende:

    “Ik heb me er maar eens aan gewaagd om het gereviseerde evangelie van deze doe-het-zelf profeten aan een nader onderzoek te onderwerpen, wat me al spoedig tot de conclusie deed komen dat er niets nieuws onder de zon is want het komt uiteindelijk overeen met de beweringen van de Ebionieten, die Joods-christelijke sekte uit de eerste eeuwen van onze jaartelling die van Jezus een gewoon mens maakten, zoals ook de Islam en de orthodoxe Joden dat doen. Hun grootste struikelblok daarbij is de “pre-existentie” (het blijft een vreselijk woord) van onze Here Jezus Christus. Net als hun antieke voorgangers hebben ook de moderne Ebionieten zich in allerlei bochten gekronkeld om aan te kunnen tonen dat Jezus beslist geen God is maar slechts een mens die voor zijn geboorte nog toekomst was”. Einde citaat.
    Het nu volgende is het vervolg op "Het raadsel van Jahweh".
    Ik heb zodoende een aantal onbijbelse beweringen van de hedendaagse Ebionieten bij elkaar gezet en van mijn commentaar voorzien.

    De kracht van Golgotha.

    Maar eerst wil ik het volgende nog even kwijt. Als we het hele evangelie samenvatten blijkt het kruis van Golgotha daarvan te zijn: de basis, het centrale punt, het symbool van Jezus' overwinning en het punt waar we telkens weer naar terug-keren tijdens de dagen van tegenslag, aanvechtingen, twijfels en falen. Dankzij Jezus' lijden aan dat kruis is het heil tot ons gekomen en vinden we telkens weer vergeving, ook na de zoveelste struikeling. In dat kruis is alles samengevat waar Paulus in 1 Cor. 13 over spreekt. Het is het cruciale(!) keerpunt geweest in de geschiedenis van de mens. En daardoor is het kruis het symbool geworden van Jezus' offer én overwinning maar ook het symbool van satan's nederlaag.
    Dat offer hield veel meer in dan alleen maar het feit dat Jezus Zijn tijdelijke leven, met al zijn aanvechtingen en smarten, opgaf. Hij zette een heel ander leven op het spel en dat leven had alles te maken met Zijn afkomst. De menswording van
    Jahweh vond zijn uiteindelijke dieptepunt in Zijn dood op Golgotha. Dat geeft het onvoorstelbare contrast aan met Jezus' positie vóór Zijn menswording. Een groter tegenstelling is er daarom in het universum niet denkbaar en dát is de kracht, het drama en het mysterie van Golgotha. Deze beide uitersten heeft Hij gesmaakt. Onze dankbaarheid daarvoor mag nooit verslappen.
    Ik heb daarentegen met eigen ogen en oren vast moeten stellen dat mensen uit eigen kring met de leus op hun lippen: “het kruis is een gepasseerd station” (waarover verderop meer) in hun handel en wandel lieten zien dat de gezindheid van Jezus, waarvan Hij blijk gaf op Golgotha, voor hen een zeer ver verwijderd mysterie was geworden. Daarvoor in de plaats kwam een bijzonder arrogante “wij zijn het helemaal” houding die gepaard ging met het loochenen van Jezus' goddelijkheid. Wat dat voor gevolgen had voor diegenen die daar niet in mee wilden gaan zal ik de lezer maar besparen.
    Het komt er dus op neer dat waar men de goddelijkheid van Jezus loochent het kruis van zijn kracht wordt beroofd. Op Golgotha werd niet een mens maar werd Jahweh terechtge-steld. En dáárom was satan er zo op gebrand om door middel van het kruis op Golgotha met zijn schepper af te kunnen rekenen. Door het loochenen van Jezus' goddelijkheid gaat men aan dit geheimenis van Golgotha voorbij. Dus ook aan het kruis gepasseerd en dan is inderdaad het kruis een gepasseerd station.....

    Wat er wordt verkondigd.

    De meest opmerkelijke bewering die ik tegen kwam en waar ik daarom als eerste aandacht aan wil besteden gaat als volgt: de duivel wil ons wijs maken dat uitgroeien tot zonen Gods voor ons een onhaalbaar ideaal is omdat wij slechts mensen zijn terwijl Jezus God was, zodat Jezus ons sowieso een stap voor was. De duivel wil daarmee bereiken dat wij Jezus daarom als een uitzondering gaan zien die, doordat Hij God was, een zondeloos leven kon leven en dat is voor de gewone sterveling niet haalbaar. De duivel wil ons dus doen geloven dat Jezus God was en geen mens met als gevolg dat wij van onze pogingen om een zondeloos leven te gaan leiden maar afzien omdat het aan Hem gelijkvormig worden een onhaalbaar ideaal is.
    Mijn commentaar: Het bovenstaande brengt ons bij de bron van waaruit de hedendaagse Ebionieten hun dwaling putten en daarom wil ik deze bewering dan maar als eerste bij de horens vatten. Uit deze bewering is, door de wat beter ingelichte lezer, af te leiden dat de bedenkers hiervan zich in de kringen van het Volle evangelie bevinden. Daar is op zichzelf niets mis mee. Ook mijn eigen achtergrond ligt daar en om die reden herken ik de gedachte achter dit bedenksel maar al te goed. Ik heb in het Volle evangelie in de loop der jaren het “wij zijn het helemaal” klimaat tot ontwikkeling zien komen. Verscheidene jaren voordat het allemaal echt zichtbaar werd zag ik die bui al hangen. Uiteindelijk was dat klimaat om te snijden en in die sfeer van zelfingenomenheid is een redenering zoals die hierboven onvermijdelijk. Goed beschouwd heeft het mij aan de ene kant voortdurend verbaasd dat mensen met een gezond verstand tot een dergelijke uitvlucht kunnen komen want meer dan een goedkope uitvlucht is het in mijn ogen nooit geweest. Aan de andere kant kwam het bepaald niet als een verrassing.
    Wat hier wordt gesteld komt er in het kort op neer dat het de duivel zou zijn die ons mensen wil doen geloven dat Jezus in Zijn gedaante als mensenzoon een god was en geen mens zoals wijzelf dat zijn. De gedachte achter deze kronkel is in wezen een zeer vroomklinkende camouflagetechniek waarmee in ieder geval twee zaken worden weggemoffeld.

    De eerste van die twee zaken is hun zoeken naar de weg van de minste weerstand. Het klimaat waarin deze misleiding kon ontstaan heb ik aan den lijve ondervonden en ook omdat ik deze ontwikkeling al ruim van tevoren aan zag komen zie ik het bovengenoemde bedenksel als een logisch en dus voor de hand liggend resultaat van hun voortdurende poging om de last van een kruis in het leven zoveel mogelijk te kunnen verminderen. De achter deze redenering verborgen theologische constructie komt er in het kort op neer dat het navolgen van het voorbeeld dat de mens Jezus ons naliet minder veeleisend zou zijn dan de prestaties te moeten evenaren van de God Jezus Christus. En dáár wordt het allemaal een héél stuk makkelijker van........ Als redelijk denkend mens zou je kunnen stellen: wat is dan toch eigenlijk het verschil? In Matth. 5:48 zei Jezus tegen Zijn discipelen: “Gij dan zult volmaakt zijn gelijk uw Hemelse Vader volmaakt is”. En volmaakt is volmaakt. Of dat nu tot stand komt door het navolgen van de mens Jezus Christus of de God Jezus Christus. Het lijden en de vervolging die als onvermijdelijk gevolg daarvan in ons leven komen zijn er beslist niet minder om, ongeacht welk volmaakt voorbeeld wij ook volgen. Het willen aantonen dat de godheid van Jezus een bedenksel van de duivel is, is een bijzonder doorzichtige poging om de eigen oude mens van een gewisse ondergang te redden. Deze toren van Babel is in zijn geheel gebouwd op een leugen en de leugen loopt altijd vast. Uiteindelijk blijft het een stuk dom gedrag om je kop op die manier voor de realiteit in het zand te steken of om jezelf rijk te rekenen met alleen maar een stuiver in de hand.

    De tweede van deze twee zaken, en ook meteen de meest geraffineerde, is de aloude misleiding die ook al bij de Ebionieten uit de eerste eeuwen na Golgotha de bron was van hun ontkenning van Jezus' afkomst en waar de apostel Johannes over schrijft in 1 Joh. 4:2,3: “Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God, en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld”. In de grondtekst wordt in deze tekst het woord eleluthota gebruikt wat betekent: gekomen. In een andere tekst uit de brieven van de apostel Johannes vinden we het woord erchomenon dat vertaald zou moeten worden met komende. Deze tekst is 2 Joh. 1:7 en luidt als volgt: “Want er zijn vele verleiders in de wereld gekomen, die niet belijden, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Deze is de verleider en de antichrist”. Hoewel in diverse bijbelvertalingen in deze laatste tekst het woord erchomenon wordt vertaald met is gekomen blijkt uit de grondtekst dat Johannes in beide teksten verschil-lende dingen bedoelt om welke reden deze vertalingen niet juist zijn. In 1 Joh. 4:2,3 heeft hij het over de menswording van Jezus Christus (voltooid verleden tijd: eleluthota) en in 2 Joh. 1:7 over Jezus' wederkomst (toekomst: erchomenon) als Hij zichtbaar zal worden in het leven van de zonen Gods, wat we terug vinden in 2 Thess. 1:10: “wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn”.
    Dus in 1 Joh. 4:2,3 is sprake van Jezus' menswording en in 2 Joh. 1:7 is sprake Zijn parousia = Zijn openbaar worden in de zonen Gods. Het vlees waarvan in 2 Joh. 1:7 wordt gerept moeten we daarom zien als een beschrijving van de zonen Gods. In 1 Joh. 4:2,3 spreekt de apostel van Jezus' komst in het vlees (Zijn menswording) en in 2 Joh. 1:7 heeft hij het over het leven van Jezus dat zichtbaar zal worden in het vlees (het natuurlijke leven) van de zonen Gods zodat dit voor iedere sterveling in deze wereld herkenbaar zal worden.

    In beide teksten wil Johannes echter duidelijk maken dat zowel het één als het ander door de vijanden van Christus wordt ontkend en bestreden. Opmerkelijk daarbij is nog dat hij in 1 Joh. 4:2,3 schrijft over de geest die er achter deze misleiding zit en in 2 Joh. 1:7 noemt hij als de verspreiders van dit anti-evangelie de vele verleiders die zich voor deze haat campagne laten gebruiken. Met die verleiders bedoelt hij niet in de laatste plaats de mensen die zich daarvoor inspan-nen. In beide teksten echter noemt Johannes de bron, van waaruit het allemaal voortkomt, met naam en toenaam: de (geest van de) antichrist.
    Het is, dacht ik, uit dit alles toch wel duidelijk geworden dat als er heden ten dage mensen bezig zijn om precies te doen waar Johannes over schrijft zij zich willens en wetens laten gebruiken door deze geest van de antichrist. En als zij zich niet tijdig van dit kwaad bekeren zullen zij tezamen met deze geest ten onder gaan.

    Verheerlijk Gij Mij, Vader.

    In Johannes 17:5 lezen we: “En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was”.
    De bewering is: dat Jezus hier niet spreekt over Zijn bestaan bij God de Vader voordat de wereld werd geschapen, maar over het bestaan van de heerlijkheid bij God.
    Mijn commentaar: Omdat de logica van deze redenering mij even ontging heb ik er de grondtekst maar (weer) eens bij gepakt. En dan blijkt dat de NBG vertaling zeer goed weergeeft wat er in de grondtekst staat. Jezus spreekt hier toch echt in de ik-vorm en dus over Zichzelf en niet over Zijn heerlijkheid. Het is dan ook wel erg ver gezocht om, zoals hier eigenlijk wordt gedaan, de apostel Johannes ervan te verdenken dat hij die begrippen door elkaar heeft gehaald. Dus als de Griekse grondtekst spreekt over “Ik” dan heeft Jezus het ook inderdaad over Zichzelf.
    Een bewering als deze ontstaat niet doordat men er uiteindelijk in geslaagd is om de boodschap van deze tekst te ontcijferen maar doordat deze tekst domweg niet past in het dogma: “Jezus is geen god” en om die reden dan maar een aangepaste betekenis moet krijgen omdat men niet door de mand wil vallen. Die mand blijkt echter een behoorlijk gammele bodem te hebben......
     

    Een menselijke zaadcel.

    Een wel zeer vreemd bedenksel: God schiep een mannelijke zaadcel maar deze was wel een menselijke zaadcel en geen goddelijke. Omdat God geest is bezit Hij geen (goddelijke) zaadcellen. God kan Zich dus niet via een mens voortplanten.
    Mijn commentaar: Het wel of niet goddelijk zijn van de zaadcel van waaruit Jezus ontstond is slechts bijzaak. Er wordt hier voorbij gegaan aan het feit dat wat ook het geval is geweest, die zaadcel in ieder geval wel door Gods toedoen ontstond. Bovendien wordt God hier een beperking opgelegd die ik in de bijbel niet terug vind. Integendeel, in Matthéüs 3:9 zegt Johannes de Doper tegen onder andere de Farizeeën: “en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken”. (Dus met andere woorden: “jullie afkomst heeft voor God geen enkele waarde!”).
    Wie zijn wij mensen dat wij de Schepper beperkingen op gaan leggen? Als de Schepper in staat is om uit stenen mensen-kinderen voort te brengen is Hij ook in staat om een zaadcel voort te brengen waarbij het er absoluut niet toe doet of deze goddelijk dan wel menselijk is. In beide gevallen zijn ze door de Schepper geschapen en is de oorsprong ervan dus God. Waaruit we kunnen afleiden dat Jezus' oorsprong sowieso een goddelijke oorsprong was. Er wordt bovendien in deze redenering voorbij gegaan aan het feit dat uit die zaadcel slechts een menselijk lichaam ontstaat zoals dat bij dieren een dierlijk lichaam is. Het is daarentegen de levensgeest die van God komt die de mens tot een mens maakt en waardoor de mens zich onderscheidt van de dieren. Het is die onsterfelijke geest die van de mens een wezen maakt dat in twee werelden leeft. De geestelijke en de natuurlijke.
    In Genesis 2:7 vinden we hiervoor het bewijs: “toen formeer-de de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo(!) werd de mens tot een levend wezen”. Zonder die levensgeest (de levensadem) die van de Schepper afkomstig is, is de mens geen mens maar een dier. Ook de geest van Jezus had aldus bij Zijn komst in deze wereld zijn oorsprong in de geestelijke wereld waarbij het van geen enkel belang is of er sprake was van een goddelijke dan wel van een menselijke zaadcel van waaruit zijn lichaam ontstond.

    Samengevat is wat er in de bovengenoemde bewering wordt gesteld in de eerste plaats al een niet bestaande beperking van de Schepper en ten tweede een voorbij gaan aan het feit dat het de geest van de mens is, en die van God komt, die de mens tot mens maakt zoals dat ook bij de mens Jezus Christus het geval was waarbij de aard van die zaadcel slechts van ondergeschikt belang is. Wat Jezus tenslotte onderscheidde van de gewone sterveling was de oorsprong en afkomst van Zijn Geest. Zie ook “Het raadsel van Jahweh”.

    De tweede Adam.

    Er is in de bijbel sprake van de eerste en de tweede Adam: in 1 Corinthiërs 15:45 schrijft Paulus: “Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest”. De redenering naar aanleiding hiervan luidt: Jezus is net als de eerste Adam een mens en wordt om die reden in de bijbel als de tweede Adam aangeduid.
    Mijn commentaar: In Lucas 3 vinden we het geslachtsregister van Jezus en in vers 38 zien we staan: “....de zoon van Enos, de zoon van Seth, de zoon van Adam, de zoon van God”. Adam wordt hier als eerste mens, en dus voortgekomen uit zijn Schepper, een zoon van God genoemd. Jezus wordt daarentegen in het Nieuwe Testament de eniggeboren Zoon van God genoemd. Als Jezus de eniggeboren Zoon van God was, wie was Adam dan? Ook hij wordt namelijk zoon van God genoemd zoals blijkt uit Lucas 3:38. Natuurlijk kan men stellen dat Jezus een speciaal geval was en om die reden de titel “eniggeboren Zoon van God” meekreeg maar.... als men gelijktijdig met de bovengenoemde tekst uit 1 Corinthe 15:45 in de hand wil aantonen dat Jezus als tweede Adam ook gewoon mens was net als de eerste Adam dan is de titel “eniggeboren” in dat licht bezien niet op zijn plaats. Beiden zijn op een bovennatuurlijke wijze door toedoen van de Schepper ontstaan en kunnen om die reden zoon van God genoemd worden. In het op bovennatuurlijke wijze ontstaan zijn is Jezus dus niet uniek.
    Als men echter met de bovengenoemde bewering wil aanton-en dat beiden gewoon mens waren is het zeer tegenstrijdig om Jezus vervolgens als de “eniggeboren” zoon van God te zien. Dan komt er ook nog eens bij dat volgens de bedenkers van deze spitsvondigheid Jezus als tweede Adam de vervanger van de eerste Adam was die weer goed moest zien te maken wat die eerste Adam had verknald. Dat maakt van Jezus een tweede keus Adam, die zijn bestaan alleen te danken heeft aan het falen van de eerste Adam. Jezus als vervanging voor Adam, terwijl Hij desondanks toch de enigge-boren Zoon wordt genoemd? Die bovendien zonder zonde leefde terwijl de eerste Adam daar niet in slaagde? Dat laatste geeft ook te denken omdat men er uit zou kunnen afleiden dat de Schepper bij het scheppen van de eerste Adam een steekje heeft laten vallen met als onvermijdelijk gevolg dat deze Adam, door satan's toedoen, voor de bijl ging. Als de eerste Adam geen stand kon houden, waarom was de tweede Adam, Jezus Christus, dan zoveel beter? Omdat de Schepper ondertussen van Zijn fouten had geleerd en zodoende bij de tweede Adam een verbeterde versie heeft geproduceerd??

    Ik denk dat uit dit betoog wel naar voren komt wat voor een rammelende redenering men overeind wil houden als Jezus, als tweede Adam, op gelijk niveau wordt geplaatst met de eerste Adam. Dat roept meer vragen op dan het beantwoordt en dát maakt nu van het evangelie precies zo'n ongrijpbare religie waar ook de geleerde theologen nog amper vat op kunnen krijgen. Met deze logica loopt men uiteindelijk toch muurvast zolang men stug wil blijven vasthouden aan het ontkennen van Jezus' bijzondere positie en status als de mensgeworden God.
    Als we het betoog van Paulus lezen in 1 Cor. 15 en vervolgens samenvatten dan is de conclusie dat Paulus' hoofdonderwerp in dit gedeelte handelt over de tegenstelling tot dat wat tijdelijk is en dat wat blijft, het tijdelijke lijden tegenover de eeuwige heerlijkheid, de vergankelijkheid tegenover de onvergankelijkheid, het natuurlijke lichaam tegenover het geestelijke lichaam. Dát is de tegenstelling tussen Adam en Jezus Christus. Zoals Adam aan het begin stond van de mensheid die door toedoen van diezelfde Adam onder de vloek van de zonde en de dood terechtkwam zo staat Jezus Christus door Zijn lijden en sterven aan het begin van de eeuwige verlossing uit die vloek en is Hij de oorzaak van eeuwig heil geworden (Hebr. 5:9). Beiden stonden aan het begin van een tijdperk waarvan Jezus het eeuwige, onvergankelijke “tijdperk” inluidde. En in dat verband heeft Paulus het dus over de eerste en de laatste Adam. Het zal duidelijk zijn dat Paulus hiermee de nadruk legt op het onmetelijke verschil tussen Adam en Jezus Christus, als laatste Adam. Dat vinden we met name in 1 Cor. 15:47: “de eerste mens was uit de aarde, van het stof gemaakt, de tweede mens is de Heer uit de hemel” (vertaling uit de grondtekst). Dat had Paulus dus duidelijk niet van zichzelf want in Micha 5:2 staat namelijk te lezen: “En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid”. Overtuigd??

    Dat er toch nog mensen zijn die de door Paulus gebruikte overeenkomst (de naam Adam) aangrijpen om daarmee van Jezus een gewoon mens te maken laat alleen maar zien dat men in blinde ijver de boodschap van Paulus aan de kant veegt om op de restanten een eigen (vergankelijk) evangelie te bouwen. Veel verder dan de eerste Adam zal dát evangelie niet komen....

    Lees meer...   (1 reactie)

    Christus, mysterieus aanwezig 

    door T. J. de Ruiter

    Jezus Christus is een historisch figuur - hierover is iedereen het wel eens, vriend en vijand. Dat Hij stierf aan een Romeins kruis wordt ook niet betwijfeld. Er zijn enkele oude geschriften, die de kruisdood van Christus, zoals in de Bijbel verteld, bevestigen. Het verhaal van zijn opstanding uit de dood, zoals in de Bijbel beschreven, wordt echter door velen in twijfel getrokken en dat geldt ook voor het verhaal van zijn hemelvaart. Indien je ook tot hen behoort, die deze verhalen afwijzen, neem dan toch even een moment om het volgende te lezen:

    1. Velen zijn het erover eens dat het Christendom, dat toch een zeer invloedrijke religie in de wereld is geworden, nooit bedacht- en begonnen kon zijn door een stel gefrustreerde, angstige volgelingen van Jezus Christus. Want zo werden zij achtergelaten na de dramatische kruisiging van hun leider en leraar Jezus.

    2. De bewering dat het lichaam van Christus door zijn leerlingen uit het graf was geroofd, terwijl er een gewapende Romeinse wacht aanwezig was om het verzegelde graf te bewaken en dat zij daarna naar buiten traden met het verhaal van zijn opstanding, heeft onvoldoende feitelijke kracht voor tot het ontstaan van het Christendom. Vroeger of later zou het Sanhedrin, de Joodse Hoge Raad, en het Romeins gezag, de leugen omtrent de opstanding hebben ontmaskerd en de volgelingen van Jezus hebben gearresteerd en gestraft.

    3. De bijbelse getuigenissen over verschijningen van Jezus als een opgestaan en levend persoon bevestigen de opstanding. Maar ook na zijn hemelvaart is Hij vele malen levend verschenen en degenen, die Hem hebben gezien getuigen dikwijls van een grote, positieve verandering in hun leven erdoor. Tot op de dag van vandaag is de enige verklaring van al zijn verschijningen, dat Hij leeft en vanuit de geestelijke bestaansdimensie zijn reddingsstrategieën uitwerkt..

    Voordat Jezus stierf aan het kruis had Hij in een privé onderwijs-sessie aan zijn volgelingen gezegd dat Hij zou heengaan, maar dat Hij later in de persoon van de Heilige Geest blijvend bij hen en alle gelovigen aanwezig zou zijn. Het is inderdaad door zeer veel gelovigen bevestigd dat zij Hem als een onzichtbare en ontastbare, maar niettemin zeer werkelijke en krachtige aanwezigheid in hun leven hebben ervaren.

    De drie fundamentele waarheden, waardoor het Christendom de grote wereldreligie is geworden, die het nu is, zijn daarom:

    1. Het sterven en de opstanding van de Christus.
    2. De boodschap van Goddelijke liefde en genade, de vergeving van
    alle zonde door zijn verzoenend sterven, zoals Hij die zelf als eerste verkondigde na zijn opstanding.
    3. Zijn levende, geestelijke aanwezigheid bij hen, die in Hem geloven. 


    De onzichtbare God....
    God is geest, onzichtbaar, maar Hij bestaat!

    een deel van een studie over het bestaan van God door T. J. de Ruiter  

    Inleiding

    Veel mensen geloven wel in het bestaan van een 'Hogere Macht,' een 'Scheppingskracht', een 'Organiserend Principe' of iets dergelijks. De defnities over God nemen alleen maar toe, maar ze vertonen de tendens steeds vager en minder waardevol voor het leven te worden. Ik vind dit een vraag van levensbelang: Bestaat er echt een God, een Wezen met een wil, intelligentie, een emotioneel hart en die echte, barmhartige, tedere liefde kent? Is er echt een Goddelijk Wezen, die als een Vader kan worden beschouwd en als Vader kan worden aangesproken? Sterker nog, kunnen wij van Hem liefde, verzorging, steun, opvoeding en ook... correctie verwachten? Wie- of welke bron zouden wij het best kunnen raadplegen om ons dat Godsbeeld te geven, dat wij nodig hebben? Ik stel voor: Laat ons naar de Bijbel gaan want in dit boek treffen wij de liefelijkste en mooiste openbaring van God aan. Jezus Christus is dan de centrale persoon, die ons de definitieve openbaring van een liefdevol, genadig en barmhartig God heeft gegeven.

    Jezus Christus heeft over God gezegd in Johannes hoofdstuk één: "Niemand heeft ooit God gezien,  de Eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen. En in het vierde hoofdstuk van het Johannes' evangelie zei Hij: "God is Geest en wie Hem aanbidden moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid." De apostel beaamde in 1 Tim. 6:16 dat God nooit door een mens gezien is, dat Hij alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont. Het is Jezus Christus, die de onzichtbare, allerhoogste God, zichtbaar en tastbaar heeft gemaakt. In het Johannes' evangelie hoofdstuk 14 zei Hij: "Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.

    Hoe denken filosofen en theologien over wie God is?

    Plato zag God als het 'eeuwige verstand'; de oorzaak van het goede in de natuur.
    Aristoteles zag God als 'de eerste grond van alles'.
    Spinoza definieerde God als 'de absolute, universele, substantie, die de werkelijke oorzaak van alles is'. Niet dat Hij de oorzaak van alle bestaan en zijn is, maar Hij is zelf al het bestaande. Alle bestaansvormen zijn 'modificaties' van Hem.
    Kant definieerde God als een Wezen dat door zijn verstand en wil de oorzaak van de natuur is, een Wezen dat alle recht heeft en geen plichten; de morele Auteur van de wereld.
    Sloane Coffin zei: "God is voor mij die scheppende kracht achter en in het heelal, Die zichzelf manifesteert als energie, leven, orde, schoonheid, gedachte, geweten en liefde." Hij zei verder: God onderhoudt-persoonlijke relaties met de mens, maar is Zelf niet persoonlijk..

    Hier volgen enkele uitspraken over de kenmerken van God.

    De 'Westminster Shorter Catechism' zegt:
     "God is een geest, onbeperkt, eeuwig en onveranderlijk in zijn wezen, macht, heiligheid, rechtvaardigheid, goedheid en waarheid."

    Dr. Miley zegt:
     "God is een eeuwig, persoonlijk Wezen van absolute kennis, kracht en goedheid." (John Miley, in Systematissche Theologie, 1893)

    Strong zegt:
     "God is de onbeperkte en volmaakte Geest, in wie alle dingen hun bron, ondersteuning en voltooiing hebben."

    God is geest

    In het bovenstaande wordt telkens gesproken over de geestelijke bestaansrealiteit van God. Reeds in oeroude tijden  begrepen mensen dat er een onstoffelijk, bovenaards regerend en machtig Schepper was. De Hebreeën gebruikten het begrip 'Ruach,' en de Grieken 'pneuma,' waarmee men duidde op de lucht, wind, adem en de kernidentiteit van levende schepselen. God, als onbegrijpelijk, ontastbaar en transcendent was een puur 'Ruach' wezen. In de Bijbel lezen wij dat dit Ruach wezen communiceerde met de mens en op onbegrijpelijke wijze grote daden  verrichtte, waarbij Hij dikwijls ingreep in de normale gang van de natuurlijke zaken. In Jezus Christus kwam Hij persoonlijk op aarde om iets te doen, wat geen mens zelf doen kon: Verzoening doen voor de zonde van de mensheid met het opofferen van zijn rein, zondeloos leven.

    Slot

    Jezus Christus wist zich de Zoon van God en leerde de mensen dat ook zij diezelfde God van Hem als Vader mogen leren kennen, als een Vader, die hen liefheeft en voor hen zorgen wil. Hij leerde dat mensen veel kostbaarder voor God zijn dan dieren of andere schepselen. Hij demonstreerde met zijn leven en in zijn zorg voor de mensen om zich heen, dat God inderdaad de mens uit zijn ellende wil verlossen. Hij genas de zieken in Naam van zijn Vader en beurde mensen op, waar Hij maar kon. Aan mensen, die in de goot terecht waren gekomen, gaf hij nieuwe, positieve levenskansen. En Hij verzekerde de mensen veel keer dat de Schepper-God is zoals Hij. Voordat Hij naar de hemel terug ging zei Hij: Ik vaar op naar mijn God en uw God, naar mijn Vader en uw Vader.

    U mag weten door geloof in Jezus Christus, dat de Grote Schepper-God uw Vader wil zijn.

     

     
    Lees meer...
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl