W.E.N. HART VOL VUUR
World-Evangeisation-Network.
    Recente Tweets
    Abonneren
    Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
    Laatste reacties
    Het moet je gegeven worden.

    Tante Ger was oud geworden en kon niet meer alleen zijn. Daarom was zij op een boerderij op kamers gaan wonen, want ergens anders kan een boerin niet gemakkelijk aarden. Ze was een echt oud vrouwtje geworden en zou het waarschijnlijk niet lang meer maken.
    Neef Hans zocht haar nog eens op en bracht het gesprek op de genade van God, in het uur van de dood de enige zekere grondslag.
    Plotseling klonk er een stem uit de keuken, waarvan de deur half open stond. De boerin maakte koffie klaar en had alles gehoord:
    "Maar het moet je wel gegeven worden."
    Zij kwam even later binnen en zette de kopjes met koffie neer. Daarop zei Hans: U zei in de keuken, dat het gegeven moet worden. Zo is het maar net, was het antwoord. Wel, ik geloof, dat u gelijk hebt, zei Hans, en hij pakte zijn Bijbel en las uit Johannes 4:14 voor: Al wie drinken zal van het water, dat Ik hem geven zal, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid. Het zal ons dus inderdaad gegeven moeten worden. Precies, beaamde de boerin.
    Maar nou wordt het wat moeilijker, zei Hans, want wat ik in Openbaring 22:17 lees, is heel anders: Wie dorst heeft, kome, wie wil, neme het water des levens om niet.
    Het is allebei het Woord van God, maar moet het ons nu gegeven worden of moeten we het nemen?
    De boerin zweeg en Tante Ger eveneens, maar in haar oude gezicht priemden de oogjes fel en aandachtig.
    Het is niet zo moeilijk, zei Hans. Het ene is even waar als het andere. U hebt hier koffie neergezet. Als u mij die niet had gegeven, zou ik niets te drinken hebben. Maar als ik het kopje niet neem en drink, zal ik evenmin iets binnen krijgen. Zo ziet u, u moest geven, maar ik moet nemen. Daarop pakte hij het kopje en dronk. U voelt zeker wel, dat ik het niet gepakt had, als ik betwijfelde of u het voor mij had bestemd. Zo is het met veel mensen, die zo goed weten, dat het ons gegeven moet worden. Zij betwijfelen of God het heil wel aan hen wil geven en nemen daarom niet. En dat terwijl de Heere zegt:
    "wie wil, neme".
    Het blijkt dus, dat het helemaal niet de vraag is, of God wel wil. Het is de vraag of u wilt. Indien u wilt, mag u volgens Openbaring 22:17 nemen en de Heere Jezus tot uw redding aanroepen.
     
    bron : onbekend
    Lees meer...

      Alleen maar zaden

     droom en werkelijkheid

    Een jonge kerel had eens een droom
    hij ging een grote winkel binnen en
    achter de toonbank zag hij een grote engel staan. Hij vroeg "Wat hebt u allemaal te koop mijnheer?"
    Waarop de engel antwoordde : "Alles wat uw hart maar verlangd."
    Waarna de jongeman direct zijn  bestelling formuleerde.
    "Wel dan zou ik graag overal een democratische regering willen hebben.
    Het einde van alle oorlogen in de wereld.
    Veel betere levensomstandigheden voor de randgroeperingen in onze samenleving dan nu het geval is. De opheffing van alle krottenwijken in de wereld en..."
    Maar nu viel de engel hem in de rede en zei : "Neem me niet kwalijk jongeman, u hebt me verkeerd begrepen, We verkopen hier geen vruchten hoor, alleen maar de zaden.

     

    bron : http://zijnditein.punt.nl 

    Lees meer...
    Een vader, een dochter en een hond.
    Een verhaal van Catherine Moore.

    Kijk uit! Je reed bijna frontaal op die auto in!
    schreeuwde mijn vader tegen me.
    Kan jij dan niks goed doen?
    Deze woorden deden meer pijn dan een pak slaag..
    Ik draaide mijn hoofd in de richting van de oude man die in de stoel naast me zat,
    Hij keek me uitdagend aan, zou ik hem durven te antwoorden?
    Een dikke prop snoerde mijn keel dicht, toen ik mijn ogen van hem afwende.
    Ik kon het niet meer aan nogmaals een gevecht met hem aan te gaan.
    Ik zag de auto papa zei ik. En schreeuw alstublieft niet tegen me als ik aan het rijden ben!
    Mijn stem was beheerst en stabiel, en klonk veel rustiger dan dat ik me eigenlijk voelde.
    Men vader keek me fel aan, maar draaide zich toen om en hield zich verder rustig.
    Thuis gekomen liet ik men vader achter voor de tv,
    En ging naar buiten om mijn gedachten onder controle te krijgen.
    donkere zware wolken hingen in de lucht wat regen beloofde.
    Het gerommel van de donder in de verte leek op een echo van de innerlijke onrust die ik voelde. Wat moest ik met hem aan?
    Mijn vader was een houthakker geweest in Washington en Oregon.
    Hij had genoten van het buiten leven, en hij genoot er van zijn krachten te meten met de krachten van de natuur.
    Hij had deelgenomen aan slopende wedstrijden voor houthakkers.
    En had vaak de wedstrijden gewonnen.
    De boeken planken in zijn huis waren afgeladen met
    trofeeën die getuigden van zijn dapperheid.
    Maar de jaren marcheerden meedogenloos voort.
    De eerste keer dat het hem niet lukte een zwaar blok op te tillen, Maakte hij er een grapje over,
    Maar later op die zelfde dag zag ik hem alleen buiten bezig, Terwijl hij ingespannen probeerde het blok op te tillen.
    Hij werd altijd prikkelbaar als iemand hem plaagde over zijn hoge leeftijd. Of wanneer hij iets niet kon doen wat hij deed toen hij jonger was.
    Vier dagen na zijn zevenenzestigste verjaardag kreeg hij een hartaanval.
    Een ambulance bracht hem met spoed naar het ziekenhuis, Terwijl een paramedicus hem CPR toediende om zijn bloed en zuurstof stromende te houden.
    In het ziekenhuis werd vader met spoed naar de operatiekamer gebracht.
    Hij had geluk, hij overleefde het.
    Maar binnenin was er iets in mijn vader gestorven.
    Zijn enthousiasme voor het leven was verdwenen.
    En hij weigerde hardnekkig de orders van de dokters op te volgen.
    Suggesties en aangeboden hulp werden afgewezen met sarcasme en beledigingen.
    Het aantal bezoekers dunde uit en stopte uiteindelijk helemaal.
    Vader werd alleen gelaten.
    Mijn man Dick en ik nodigden vader uit om bij ons te komen wonen op onze kleine boerderij.
    We hoopten dat de frisse lucht en rustieke sfeer hem zou helpen zich aan te passen.
    Maar binnen een week nadat hij verhuisde kreeg ik spijt van de uitnodiging.
    Het leek er op dat niets hem kon bevredigen.
    Hij bekritiseerde alles wat ik deed.
    Ik raakte gefrustreerd en werd humeurig. En al snel ontlaade mijn opgekropte woede zich uit op Dick.
    We begonnen te kibbelen en te argumenteren.
    Gealarmeerd stapte Dick naar onze voorganger en legde hem de situatie uit.
    De geestelijke maakte wekelijkse afspraken met ons om ons te begeleiden.
    Aan het einde van elke sessie bad hij, en vroeg God om vaders onrustige geest te kalmeren.
    Maar de maanden gingen voorbij en God zweeg.
    Er moest iets gedaan worden, En het was aan mij om dat te doen.
    De volgende dag ging ik zitten met de telefoon gids op schoot, en belde methodisch elk van de geestelijke gezondheidszorg klinieken die in de Gouden Gids stonden. Ik legde mijn probleem uit aan elk van de sympathieke stemmen die de telefoon beantwoorden, maar tevergeefs.
    Net toen ik op het punt stond om de hoop op te geven, zei een van de stemmen plotseling, Wacht even, Ik las hier net iets over wat u misschien zou kunnen helpen!
    Laat me dat artikel even halen.
    Ik luisterde aandachtig terwijl zij het voorlas.
    Het artikel beschreef een opmerkelijke studie die werd gedaan in een verpleeg tehuis. Alle patiënten waren onder behandeling voor chronische depressie.
    Maar hun houding verbeterde dramatisch toen ze de verantwoordelijkheid kregen opgelegd, om voor een hond te zorgen.
    Ik reed die zelfde middag naar het dierenasiel.
    En nadat ik een vragenlijst had ingevuld, begeleide een geüniformeerde medewerker me naar de kennels.
    De geur van ontsmettingsmiddellen prikkelde in mijn neusgaten.
    Ik liep de rij met hokken af. En elk hok bevatte vijf tot zeven honden. Langharige honden, krullend harige honden, zwarte honden, gevlekte honden, en allemaal sprongen ze op en probeerden bij me te komen.
    Ik bestudeerde ze een voor een, maar verwierp de ene na de andere om verschillende redenen.
    Te groot, te klein, te veel haar.
    Terwijl ik het laatste hok naderde, worstelde een hond in de schaduwen van de verste hoek zich overeind, liep naar de voorkant van het hok en ging zitten.
    Het was een pointer, een van de werelds grootste aristocraten onder de honden.
    Maar deze was alleen maar een karikatuur van dat ras.
    De Jaren stonden diep in zijn snoet gegrift en zijn snuit was grijs getint.
    Zijn heup botten staken uit als scheve driehoeken.
    Maar het waren zijn ogen die mijn aandacht trokken en gevangen hielden.
    Kalm, helder en zeker keken ze me aan.
    Ik wees naar de hond. Kunt u me iets vertellen over hem vroeg ik?
    De beamte keek en schudde toen verward met zijn hoofd.
    Dat is een vreemd verhaal zei hij.
    Hij verscheen uit het niets en ging voor de poort zitten.
    We lieten hem binnen, in de verwachting dat er spoedig iemand zou komen om hem op te eisen.
    Maar dat was twee weken geleden en we hebben nog steeds niets gehoord.
    Zijn tijd zit er morgen op gebaarde hij hulpeloos.
    Toen de woorden in zonken, wendde ik mij verschrikt tot de man.
    Wat bedoel je ? gaan jullie hem doden?
    Mevrouw zei hij zachtjes, dat is nu eenmaal ons beleid. We hebben geen ruimte voor elke hond die niet word opgeëist.
    Ik keek nogmaals naar de pointer.
    De rustige bruine ogen wachten op mijn beslissing.
    Ik neem hem zei ik.
    Ik reed naar huis met de hond naast me op de voorbank.
    Toen ik thuis kwam drukte ik 2x op de clacson.
    Ik hielp net mijn geschenk uit de auto ,toen mijn vader de front porch op kwam schuivelen.
    Ta-da!! !!
    Kijk eens wat ik voor U heb meegebracht pap zei ik opgewonden.
    Vader keek, En toen trok hij zijn neus op met diepe minachting.
    Als ik een hond had willen hebben, dan had ik er zelf wel een gehaald, En had ik wel een beter exemplaar uitgezocht dan deze zak met botten.
    Die mag je houden zei hij, Ik hoef hem niet.
    Vader zwaaide smalend met zijn hand en liep terug naar het huis.
    Woede steeg in mij op. Het kneep mijn keel spieren tesamen en het bonkte in mijn slapen.
    Zorg maar dat je er aan went vader want hij blijft zei ik.
    Maar mijn vader negeerde me, Heb je me gehoord vader schreeuwde ik!
    Bij die woorden draaide mijn Vader zich woedend om, Met gebalde vuisten en zijn ogen tot spleetjes geknepen terwijl ze haat spuugden.
    We stonden elkaar op te nemen alsof we een duel zouden gaan voeren.
    Toen bevrijde de pointer zich plotseling uit mijn grip,
    Hij liep wankelend naar mijn vader toe en ging voor hem zitten, En toen stak hij langzaam en behoedzaam zijn poot uit.
    Vaders onderkaak begon plotseling te trillen toen hij naar de opgeheven poot staarde, Verwaring maakte plaats voor de woede in zijn ogen.
    De pointer wachtte geduldig met opgeheven poot.
    En toen viel Vader op zijn knieën en begon het dier te knuffelen.
    Dat was het begin van een warme en intieme vriendschap.
    Vader noemde de pointer Cheyenne.
    Hij begon samen met Cheyenne de gemeenschap te verkennen. Ze brachten vele uren wandelend door.
    Ze brachten vele reflective tijden door aan de oevers van de beekjes, terwijl ze naar lekkere forel visten.
    Ze begonnen zelfs samen de zondag diensten bij te wonen, Vader zittende in een kerkbank, Terwijl Cheyenne rustig aan zijn voeten lag.
    Vader en Cheyenne waren onafscheidelijk gedurende de drie daarop volgende jaren.
    Vaders bitterheid verdween, en hij en Cheyenne maakten vele vrienden.
    Tot ik op een nacht wakker schrok omdat ik Cheyenne's koude neus voelde, die zich onder onze dekbedden door had gegraven.
    Hij was nog nooit eerder in onze slaapkamer gekomens nachts.
    Dus maakte ik Dick wakker, trok mijn kamerjas aan en rende naar de kamer van mijn vader.
    Papa lag in zijn bed, zijn gezicht was heel sereen. Maar zijn geest had hem stilletjes verlaten gedurende de nacht.
    Twee dagen later verdiepte mijn schok en mijn verdriet zich, toen ik ontdekte dat Cheyenne dood was gegaan liggende naast papa 's bed.
    Ik wikkelde zijn dode lijfje in het kleedje waar hij altijd op geslapen had, En Dick en ik begroeven hem in de buurt van een van de favoriete plekjes waar ze hadden gevist.
    ik bedankte de hond in stilte voor de hulp die hij mij had gegeven bij het herstellen van papa's gemoedsrust.
    De ochtend van mijn vader's begrafenis brak aan en was bewolkt en somber.
    Deze dag ziet er net zo uit als ik me voel van binnen dacht ik, terwijl ik door het gangpad liep naar de rij kerkbanken die gereserveerd waren voor de familie.
    Ik was verbaasd te zien hoe de vele vrienden die
    Vader en Cheyenne hadden gemaakt de kerk begonnen te vullen.
    De voorganger begon met zijn preek.
    Het was een eerbetoon zowel voor vader als voor de hond, die zijn leven zo veranderd had.
    De voorganger las uit Hebreeën 13:2. Vergeet de herbergzaamheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd.
    Ik heb God vaak gedankt voor het sturen van die engel zei hij.
    Voor mij viel het verleden toen plotseling op zijn plaats, En maakte een puzzel compleet die ik nog niet eerder had begrepen.
    Die sympathieke stem die net het juiste vers voorlas,
    Cheyenne ‘s onverwachte verschijning bij het asiel
    Zijn rustige acceptatie en volledige toewijding aan mijn vader.
    En hun bijna gelijktijdig overlijden.
    En plotseling begreep ik het.
    En Ik wist opeens dat God mijn gebeden wel verhoord had.

    Het leven is te kort voor drama’s en kleinzielige dingen, Dus lach veel, heb waarlijk lief. En vergeef snel. Geniet van je leven terwijl het nog kan.
    Schenk nu vergeving aan die genen die jouw aan het huilen hebben gemaakt.
    Je krijgt misschien geen tweede kans.
    En als je dit niet door stuurt naar andere mensen, wie kan dat wat schelen?
    Maar deel dit met iemand. Verloren tijd kan nooit meer terug worden gevonden.
    God verhoord onze gebeden op Zijn tijd, niet op die van ons!
     
    Lees meer...
    Genade, wat is dat eigenlijk?
     
    Plaatje van een hogehoed en een rechtershamer  

    Dit is een waar gebeurd verhaal dat jaren geleden heeft plaatsgevonden in Amerika.
    In die tijd ging het de mensen in Amerika niet zo goed als nu, heel veel mensen hadden geen werk.

    In een regenachtige nacht werd er in New York, één van de grootste steden van Amerika, een hongerige oude man op heterdaad betrapt toen hij een brood stal. Hij werd gearresteerd en kwam uiteindelijk voor de rechter te staan.
    Juist tijdens die zitting had Fiorello La Guardia dienst, dat was de naam van de rechter. 
    Deze Fiorello La Guardia was tegelijkertijd ook de burgemeester van New York, maar zo af en toe zat hij ook een rechtszitting voor om ook een beetje op de hoogte te blijven van wat er zo in de maatschappij gaande is.
    La Guardia bepaalde een straf van tien dollar.
    'Het spijt me', zei hij, 
    'maar wet is wet, als iemand de wet overtreedt dan moet hij de straf daarvoor ook ontvangen.'
    Maar toen nam meneer La Guardia uit zijn porte-monnee een biljet van tien dollar. En hij gaf het aan die oude man en zei: 'Ik zal die straf voor jou betalen.'
    En toen meneer La Guardia dat biljet van tien dollar had overhandigd richtte hij zich tot de aanwezigen in de rechtszaal en hij bestrafte iedereen en zei: 
    'als straf voor jullie allemaal, veroordeel ik jullie tot het betalen van vijftig dollar cent (twee kwartjes zouden wij zeggen) omdat jullie in een stad wonen en niet zorgt voor hongerige mensen'., en hij liet zijn hoge hoed rond gaan en iedereen deed er wat in. Uiteindelijk was er een totaalbedrag van zo'n vijftig dollar.
    Hij nam dat geld en gaf het aan de oude man en zei : 'U kunt nu wel gaan, u hebt meer dan genoeg.'
    De oude man wist niet wat hem overkwam en verliet de rechtszaal met dikke tranen in zijn ogen omdat meneer La Guardia, de rechter, hem zoveel genade had bewezen.
    'Genade' betekent eigenlijk, dat je voor de rechter staat en dat de rechter dan zegt: 'Je hebt de wet overtreden, je hebt een straf verdiend, maar… je hoeft die straf zelf niet te betalen. Dit zal ik wel voor je doen, ik zal je zegenen en overvloed geven.'
    Zoals de Here Jezus dat gezegd heeft in Johannes 10: 'Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed.' De Bijbel zegt ook in Romeinen 6: 'Het loon dat de zonde geeft is de dood (dat is die straf) maar de genade die God schenk is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.'
    Wilt u naar een volgend verhaaltje klik dan hier.
     
    Lees meer...
    De Goudsmit

    Enkele vrouwen van een bijbelstudiegroep lazen samen het boek Maleachi. In hoofdstuk drie lazen ze over een Goudsmid die het zilver reinigde.

    3:2 "Maar wie kan in leven blijven wanneer Hij verschijnt? Wie kan Zijn komst verdragen? Want Hij is als een gloeiend vuur, dat de kostbaarste metalen loutert en Hij reinigt als iets dat de vuilste kleren kan bleken!
    3:3 Als de zilversmelter zal Hij zitten en van dichtbij toekijken hoe het schuim verbrandt. Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver, zodat zij hun werk voor de HERE zullen doen met een rein hart.
    (Maleachi 3:2-3).

    Ze vroegen zich af wat dit te betekenen had, juist ook als het gaat om het karakter van God.
    Eén van de vrouwen zegde toe een Goudsmid op te zoeken. Ze maakte een afspraak en ging bij een Goudsmid op bezoek, zonder precies uit te leggen waar ze voor kwam, wat ze wilde weten en waarom.
    Ze vroeg hem hoe hij het zilver zuiverde en of ze erbij mocht kijken. Terwijl ze toekeek legde hij uit dat het zilver op het heetste punt in het vuur moest komen om alle onreinheden eruit te branden. De vrouw dacht weer aan het bijbelgedeelte en vroeg zich af of God ons daarom in de hitte van de beproeving brengt om ons leven te reinigen en te zuiveren.
    Toen vroeg ze of de Goudsmid erbij moest blijven zitten tijdens het reinigingsproces. "Ja", zei de man, "want ik moet er voortdurend mijn oog op houden, zodat het zilver niet te lang in de hitte is en verbrandt". Toen vroeg de vrouw hoe hij het moment wist dat zilver geheel gereinigd was.
    De Goudsmid antwoordde: "O, dat is eenvoudig, als ik mijn eigen beeld weerspiegeld zie in het zilver".

    Lees meer...
    De rode paraplu
     

    Naarmate de droogte voortduurde gedurende wat leek op een eeuwigheid, wist een kleine gemeenschap van boeren uit het Midwesten niet zo goed wat te doen. De regen was niet alleen belangrijk om de oogst gezond te houden, maar om de leefwijze van het plattelandsvolk voort te zetten.

     

    Toen het probleem nijpender werd, vond de plaatse-lijke kerk dat het tijd werd om zich ermee te bemoeien en organiseerde een samenkomst om te bidden voor regen.

     

    In wat leek op een vage herinnering aan een Indiaans gebruik, kwamen de mensen opdagen. De voorganger was er al spoedig en keek toe hoe de gemeente achter elkaar naar binnen bleef lopen. Hij ging langzaam van groep naar groep terwijl hij zich naar voren begaf om officieel met de samenkomst te beginnen. Iedereen die hij ontmoette liep door de gangpaden, en genoot van de gelegenheid om een babbeltje te maken met goede vrienden. Toen de priester uitein-delijk zijn plaats had weten te bereiken voor zijn gemeente, was zijn belangrijkste gedachte het stil krijgen van de menigte en met de samenkomst te beginnen.

     

    Net toen hij om stilte begon te vragen, merkte hij een elfjarig meisje op dat op de eerste rij zat.  Ze straalde als een engel van opwinding en naast haar lag haar helderrode paraplu, gereed voor gebruik. 

     

    De schoonheid en onschuld van deze aanblik deden de priester bij zichzelf glimlachen. Hij zag het geloof dat dit jonge meisje bezat, iets wat de rest van de mensen in de kerk vergeten schenen te zijn.  Want de rest was gewoon gekomen om voor regen te bidden.... Zij was gekomen om Gods antwoord te zien.
     

     

     
    Lees meer...

    Een voorganger was op weg naar een lid van zijn gemeente. Hij zag op tegen dit bezoek, want de man die hij moest bezoeken stond bekend als een harde man die moeilijk te beïnvloeden was. Onderweg zag hij een stratenmaker die bezig was met zijn werk. De voorganger maakte een praatje met hem en merkte op: 'Eigenlijk komen jouw werk en mijn werk veel met elkaar overeen.'

     

    Dit begreep de stratenmaker niet. Daarom gaf de voorganger een nadere uitleg van wat hij bedoelde. 'Wel, jij hebt met keiharde stenen te maken als jij je werk doet. Ik moet soms werken met keiharde koppen, met mensen die steenhard zijn.'

     

    Hierover moest de stratenmaker even nadenken. Toen gaf hij zijn mening: 'U hebt gelijk, dominee. Mensen lijken soms op stenen. Maar als je die stenen wilt bewerken en ze wilt neerleggen waar ze horen, dan moet je op de knieën en moet je zelf steeds verder achteruit gaan.' 

     

    Terwijl de voorganger doorliep, had hij iets om over na te denken. Deze les van de stratenmaker geldt niet alleen voor voorgangers, maar ook voor ouders en opvoeders.

     

     
    Uit: Lichtstralen

     

     

     

     

     

    P.S. Bent u ook een opvoeder? een ouder? een voorganger, ja er zijn vele die ons voorgaan, maar ook u bent een voorgaander voor uw buren of kennissenkring of voor een die naar u ziet?
    Lees meer...
    Was het maar een droom?
    Hij, was een man die reeds verscheidene tientallen jaren in de zangdienst voorging. In het begin van zijn voorlaatste levensjaar vertoonden er verscheidene gemeenteleden geïrriteerde gezichten, vooral toen ze hoorden dat deze man die dag weer zou voorgaan in de zangdienst. Ja je kon langs alle kanten horen : "Hoelang moeten we nog dat kattegezang horen ?" of "Ja zeg die heeft ook zijn beste tijd gehad...!" 
    Het was inderdaad nog slechts een schorre klank wat deze man uitbracht. Maar hij was een man die steeds de lof en aanbiddingsliederen onder gebed en met open hart samenbracht voor de troon van zijn God, zijn Hemelse Vader.
    Een paar weken later bij een gemeentevergadering hoorde de voorganger de klachten van zijn oudsten, en werd er besloten, dat er met deze man zou gepraat worden in wijze zachtmoedigheid. En om hem niet al te zeer voor het hoofd te stoten of te kwetsen.
    Die week bracht de voorganger en een van de oudste hem een bezoek, waarbij de man omzichtig werd gevraagd of hij soms nog niet bereid was om zijn taak over te dragen aan iemand anders, die toch al reeds een paar jaar in de gemeente aanwezig was en al verscheidene CDs had opgenomen.
    Vriendelijk bedankte de oudere man zijn voorganger, en ja hij bevestigde zelf dat zijn stem niet meer was wat ze ooit geweest was, ja eerder haast niet meer aanhoorbaar. " Ja beste broeder" antwoordde hij "Ik was mezelf al aan het afvragen, of de Heer soms geen oordopjes zou gebruiken? Ja als Hij mij al hoorde ?" Waarop ze het samen uitproestten van het lachen. Nadien gingen ze samen in gebed, dronken nog wat koffie waarna de voorganger met een vrolijk en gerust gemoed weer huiswaarts ging.
    Het was zo een 3 maanden later, toen de 60 jarige man op een avond naar zijn slaapkamer ging, dat net op het moment, terwijl zijn vrouw beneden haar avondgebed deed. En haar man op de slaapkamer de Heer in stilte een loflied had gebracht en zich in zijn bed te rusten wou leggen, dat hij ervaarde dat er wat in zijn nabijheid aanwezig was. Waarop het plots heel licht werd in hun slaapvertrek. Verwonderd draaide hij zich langzaam om en gelijk zag hij de verschijning staan. Of was het maar een droom…
    Zag hij werkelijk wat hij daar voor zich zag… ? Langzaam zeeg hij verbaasd door zijn knieën. Doch Deze sprak de voor hem geruststellende zin : "Vrede zij u Mijn geliefde!"
     
     Onmiddelijk kwam er Rust in zijn hart. En de oudere man vroeg vol eerbied "Gegroet Heer, met wat kan ik u dienen ?"
     "Mijn kind, Ik hoor uw gezang niet meer als jullie samenkomen om Mijn Vader te eren ?"

     

    "Ken doet Heer, ken doet, maar er is nu een zanger die een veel mooiere stem heeft dan ik. Hij zingt prachtige liederen en met een veel mooiere en fijnere stem. Deze moet u wel zeer mooi in de oren klinken, nietwaar?"
     "Ik hoor toch niets Mijn geliefde " zei Jezus, want Hij was het die daar stond, in al Zijn heerlijkheid.
    "Da...d... dat kan toch niet Heer Jezus? H...hij doet de voorzang toch iedere keer? U bent de waarheid... en toch..... Da... dat begrijp ik niet… Hoe kan dat dan ?"
     "Hoe is zijn hart Mijn geliefde ?"
    "Ho Heer, hoe heerlijk klinkt Uw zachte stem! Hoe heerlijk is Uw naam, Uw naam is als stralende sterren aan de hemel die mijn hart zo geheel verlichten, Uw woorden verwarmen mij tot in het diepste van mijn ziel. O Vader Uw naam zij geprezen, Uw Zoon staat hier recht tegenover mij, ik eens een grote zondaar, nu zie, ik ben verheven om bij Uw geliefde Zoon te mogen staan. O Here Mijn God ! Groot is Uw genade, machtig Uw stem, Heerlijk Uw Naam, hoe groot is Uw Liefde… toch voor mij."
     "Zie, dat bedoel ik nu Mijn kind, u komt met uw hele leven tot Mij, vanuit uw hart en ziel en....met uw hele lichaam. Velen schamen zich om hun gevoelens te uiten en hun daden te openbaren, ja ze verzwijgen het Mij, maar u komt met een wijd open hart tot Mij en zonder op mensen te zien, nochtans ieder mens zondigt. Ik heb al uw zonden vergeven, omdat u werkelijk van Mij houd, en al je tekortkomingen aan Mij verteld.  Zie naar een kind… Zoals een kind dat opgroeit en opkijkt naar zijn vader, en aan zijn vader dingen vraagt, zo bent u, en zo kom je ook naar Mij, en zo schenk ik u genade op genade ".
    De oudere man werd plotseling erg stil, en luisterde naar de liefelijke stem van zijn Heer, die hem zo dierbaar in de oren klonk, en antwoorde zijn Redder "O Here mijn God, wees mij toch genadig. Maar mijn stem was toch niet zo mooi meer ? D...die nieuwe zangleider van nu zingt toch veel mooier ?"  Maar de Heer antwoordde :  "Mijn geliefde, weet wat met de stemmen gebeurt.  Zie engelen waken over datgene wat bij de Vader komt, en brengen deze lof en aanbiddings-gezangen, ontdaan en gelouterd van alle onreinheden naar de troon van Mijn Vader, dezen worden bij Hem gebracht op een gouden schaal, waarna deze worden opengedaan, en als een sierlijk en heerlijk reukwerk opstijgt voor de troon van uw hemelse Vader ".
    "En die andere zanger Heer ? Zingt die dan niet?"
     "Alle woorden, die niet uit een rein hart voortkomen worden verwijderd Mijn geliefde, deze klanken kunnen wel een mooie stem voor mensen zijn, maar zo deze voortkomen vanuit een zichzelf-verheerlijkende geest?  Daardoor raken ze alleen maar tot aan het plafond van de plaats van uw samenkomen, maar verder komen ze niet Mijn kind"
    "Bedoel je Here Jezus dat de andere er met zijn hart niet bij is als hij voorgaat in het zingen ?"
     "Uw hart Mijn kind hoor Ik, maar velen zijn niet van hart besneden en zingen tot eigen eer."
    De oude man was diep verwonderd en boog in stilte zijn hoofd : "Ik schaam mij Heer, wees hen genadig, maar ook mij, want ook ikzelf heb het soms moeilijk, o vergeef mij ?"
     "Alles is volbracht Mijn kind"
    "Maar Heer, U bent toch ook voor hen gestorven?"
     "Dat weet je Mijn geliefde, iedereen die tot Mij komt zal Ik voorzeker niet terugzenden, maar aannemen, en ze zullen kinderen van de Allerhoogste God genoemd worden. Zie, nog steeds sta Ik aan de deur van hun hart en Ik klop, en als ze opendoen, zal ik bij hen binnengaan en een feestmaaltijd met hen houden, zij met Mij en Ik met hen, en Mijn Vader zal in hen verheerlijkt worden. 
    Maar velen moeten indachtig wezen, dat hun oude leven voorbij is, of hebben dezen dan niet, met Mij hun leven afgelegd ?  Zijn deze dan met Mij niet gestorven voor deze wereld ?  Staat er dan niet voor hen ook geschreven "Denkt niet aan hetgeen vroeger gebeurde en let niet op wat oudtijds is geschied. Zie Ik maak iets nieuws, nu zal het uitspruiten ; Zult gij er geen acht op slaan? Het volk dat Ik Mij geformeerd heb, zal Mijn lof verkondigen ".
    "Nu begrijp ik Heer " Sprak de oude man "Waarom er in Uw Woord staat geschreven "Ik Wil dan, dat de mannen op iedere plaats bidden met opheffing van Heilige handen, zonder toorn en twist."  Is het niet hierom Heer, dat, als je iets tegen uw broeder hebt, dat je het beter dadelijk kan uitpraten dan dit steeds uit te stellen, dat anders onze gebeden of onze aanbiddingen kunnen belemmerd worden, of dat ze niet tot aan de troon van onze Vader komen?"
     "Je kan beter, met een rein, en volkomen toegewijd onbelemmert open hart tot Mij komen Mijn geliefde, dan zal u uw handen wel opheffen, en zullen ze gevuld worden, en je zal het verlangen hebben dat Mijn Vader je opneemd en aan Zijn vaderhart drukt. Waar Hij vurig naar verlangd. Wie oren heeft die hore. Dra kom ik terug en zal Ik u tot Mij nemen, dan zal je bij Mij zijn en zal je de kroon des levens ontvangen."
     
     De oude man boog het hoofd en dankte Zijn redder, waarop de Heer Jezus hem zegenend aanraakte.  Doch even maar, hoorde de oudere man iets, waarbij hij zijn hoofd omdraaide, doch toen hij weer opkeek was alles weer terug zoals anders. En meteen kwam het gedacht bij hem op :
    Was t' maar een droom…? Of was het echt werkelijk geweest?

    Doch diep in zijn hart wist hij het. 

     

    Is dit bij u ook zo lezer?

     

    Oei! als Hij nu eens...

     

     

    Lieve lezer, stel u eens voor dat dit eerstdaags bij u ook gebeuren zou? zomaar... onder een simpel gebed?
    Wat zou u Hem dan kunnen zeggen? 
     
    Ja, Gelukkig, Hij is nog dezelfde

     

     
     Heb dus alleen maar een : 

     

    Wijd open Hart
     
    Lees meer...

    Het grote huis

    Pril geluk
    Er was eens een echtpaar. Heel lang geleden. Ze leefden samen in een heel groot huis. Dat had een hele goede vriend voor hen gebouwd en ze mochten het beschouwen als hun eigendom. Het huis was voorzien van allemaal ramen en deuren die altijd open stonden. Dat kon, want er was totaal geen reden om ze dicht te doen. En zo kon je overdag de zon zien schijnen en de vele vogels horen fluiten of de geuren van de natuur door het huis laten wervelen. Ze waren daar heel gelukkig. En 's avonds maakten ze samen vaak een wandeling met hun beste vriend, die wat verderop woonde, maar altijd wel in de buurt leek te zijn. Het was goed toeven, zo met elkaar.

    Vaak waren ze bezig om de mogelijkheden van hun huis te verkennen. Het had namelijk heel veel kamers, waar steeds wel weer iets nieuws te ontdekken viel. Maar het mooiste was toch wel het contact dat ze hadden met hun vriend. Daar verheugden ze zich elke dag op.

    De verduistering
    Op een dag, ze woonden nog niet zo lang in het grote huis, kwam er ineens een vreemdeling aan de deur. Hij vroeg met een smoesje de sleutels van het grote huis in bruikleen. Hij zou, zo vertelde hij een beetje geheimzinnig, nog wat verborgenheden laten zien, waar het echtpaar vast wel interesse in had. Ze wisten wel, dat ze eigenlijk die sleutels niet mochten afgeven: Hun vriend zou op zijn tijd alles ook wel laten zien. Maar het klonk best wel aantrekkelijk. En ze waren ook wel nieuwsgierig. En zo gaven ze hun sleutels af.

    Toen gebeurde er iets vreemds: De zon betrok. Dat hadden ze nog nooit meegemaakt. Het werd ineens een beetje kil in het grote huis en ze voelden zich wat alleen. En voor die verborgenheden hadden ze plots niet meer zoveel aandacht. Ze werden bang en trokken zich terug in een klein kamertje ergens in het grote huis. Wat was er gebeurd?

    's Avonds kwam hun vriend langs. Hij stond buiten en riep of het echtpaar weer kwam wandelen. Een beetje angstig en schuchter riepen ze terug dat ze niet meer naar buiten durfden, omdat ze het koud hadden gekregen. De vriend zei dat hij toen wel begreep wat er was gebeurd: Ze waren geen baas meer in hun eigen huis. Dat vond hij heel spijtig, maar het was hun huis en hij kon er op dat moment niets meer aan doen. Wel gooide hij nog wat kleren naar binnen, zodat ze zich nog enigszins warm konden houden tijdens de winteravonden. En terwijl hij wegliep riep hij nog, dat hij voor hulp zou zorgen, maar dat ze wel geduld moesten hebben tot die hulp zou opdagen.

    De misleiding
    Intussen was de vreemdeling in geen velden of wegen meer te zien. Wel merkten ze dat hij in het grote huis rondsloop. Soms hoorde ze hem timmeren en zagen en dan wisten ze dat er weer iets aan het grote huis werd veranderd. Het was nooit een verbetering, want hun vroegere vriend had het huis perfect gebouwd. Maar zo langzamerhand werden alle ramen en deuren dichtgespijkerd en kon er helemaal geen licht meer van buitenaf in het huis komen. Maar ondanks het feit, dat ze zich enorm eenzaam voelden, moesten ze toch aan de toekomst denken. Ze werden per slot van rekening steeds ouder en alhoewel dat vroeger niet zo was, leek er nu ineens een einde te komen aan alles. Ze kregen kinderen en aan hen vertelden ze in welke situatie ze waren gekomen door hun eigen schuld.

    Hoe zij en dus ook hun kinderen onder de heerschap-pij waren gekomen van de vreemdeling, die zich steeds vrijmoediger in het huis begon te bewegen. Maar steeds vertelden ze er ook bij, dat hun vriend had beloofd voor een oplossing te zorgen.

    Gewenning
    De jaren verstreken. En langzamerhand begon het gezin te wennen aan de situatie. De kinderen, die er geboren werden, wisten op den duur niet beter en zo nu en dan hielpen ze zelfs de vreemdeling met het verbouwen van het huis. Iedereen had zijn eigen kamer en steeds vaker gebeurde het dat ze onderling ruzie kregen. En bijna niemand rekende nog op de hulp, die ooit eens aan hun over-over-enz-groot-ouders was beloofd. De meesten vonden het eigenlijk wel best zo en liepen wat apathisch op de tast rond in het grote donkere huis. Velen anderen deden het af als een verhaal voor bij de open haard. Ze zaten dan somber voor zich uit te staren, terwijl iemand heel naïef het oude verhaal nog eens voorlas. Het sprankje hoop, dat op zo'n moment in hun hart omhoog kwam, deden ze af als kinderlijke nonsens. Daarna maakten ze weer ruzie en gunden elkaar het licht niet in de ogen.

    En terwijl ze zo hun tijd voortkibbelden, gebeurde het op een goede dag dat de voordeur van het grote huis openging: dat was in eeuwen niet meer gebeurd. De meeste inwoners van het huis wisten niet eens, dat er een voordeur was en hadden er dus ook nooit naar gezocht. Maar daar scheen ineens licht van buiten naar binnen. En een stem riep, dat ze allemaal naar buiten mochten komen en dat het huis weer hun eigendom was geworden. Degenen die zich het dichtst bij de voordeur bevonden, liepen een beetje onwennig naar buiten. Oh ja het licht was veel te fel en ze moesten hun ogen nog wat beschermen, maar langzamerhand begonnen ze de schoonheid en de warmte te ontdekken, die hun omstraalde. Velen rolden van blijdschap over het gras, dat ze nog nooit hadden gezien of gevoeld. En anderen stonden ademloos te luisteren naar de vogels die hun lied zongen.

    Oude glorie
    De oude vriend had zijn woord gehouden: de hulp was gekomen. En hij had de sleutels weer terugge-vorderd van de vreemdeling. Die was echter nog steeds in het huis. Niet meer legaal, maar toch. Iedereen was er zo aan gewend dat het nog steeds niet echt opviel. Maar zo langzamerhand gingen er weer mensen terug in het huis om te vertellen, dat iedereen naar buiten mocht komen, om kennis te maken met de hulp die de oude vriend had gestuurd. Ze mochten naar buiten komen om te genieten van het mooie weer en de warmte van de zon. Maar velen van degenen die in het huis waren vonden het maar flauwekul. Wat je hebt, weet je en wat je krijgt moet je maar afwachten, riepen ze dan en gingen weer door met elkaar het leven zuur te maken. Anderen lieten zich door de vreemdeling wijs maken, dat het helemaal niet waar was: er was helemaal niet iets buiten, dat mooi, warm en zonnig was. Nee, vertelde hij dan met veel overtuiging, in huis is het pas goed en een deur? Nee, dat was een fabeltje. En velen geloofden het.

    Maar toch geeft de vriend het niet op, want hij heeft werkelijk een hart voor de zaak. Hij motiveert en mobiliseert al degenen die buiten zijn en vormt ze als het ware tot een leger. En met dat leger trekt hij rond in het grote huis om de vreemdeling uit het huis te krijgen en om te vertellen aan de bewoners dat hij de sleutel weer in zijn bezit heeft. En steeds meer bewoners laten zich overtuigen en voegen zich in het grote leger. Want 1 ding heeft hij in zijn hoofd gezet: het huis zal weer worden hersteld in zijn oude glorie. Alle deuren en ramen zullen eens weer openstaan en de zon zal weer in elk vertrek zijn warmte brengen, geuren zullen weer door het huis wervelen en de zang van de vogels wordt weer gehoord. En het belangrijk-ste: de bewoners zullen weer wandelen met hun vriend, hun oude eeuwige vriend, die het nooit heeft opgegeven.

     
    Bron: MSNgroup hartvolvuur
    Lees meer...
    Waar ben ik, of jij in de eeuwigheid?

    In oude tijden was het gewoonte dat vorstelijke personen er hofnarren op na hielden die door hun geestige of luimige invallen hun meester moesten vermaken. Zo had een zekere vorst een hofnar, aan wie hij op zekere dag een narrenstaf overhandigde met de opdracht die zolang te houden tot hij iemand mocht ontmoeten, die hem in dwaasheid nog zou overtreffen. Aan deze moest hij dan die staf afstaan!

    Enige jaren later werd de vorst ziek. Zijn nar ging hem bezoeken, en vernam toen van zijn meester, dat deze spoedig ging sterven. "Waarheen gaat u op reis", vroeg de nar nu. "Ik moet een lange reis ondernemen, ver, ver weg", antwoordde de vorst. "En wanneer zult u terugkomen. Over een maand misschien?" "Neen". "Over een jaar?" "Neen". "Wanneer dan? Nooit?" "Neen, nooit!" "Welke voorbereidingen hebt u dan voor uw reis getroffen" "In het geheel geen", antwoordde de vorst. "Hebt u dan voor een goede ontvangst gezorgd?" "Neen". "Wat?" riep nu de nar uit, "u gaat voor altijd weg en hebt u niet voorbereid! Hier, neemt u dan Mijn narrenstaf; u bent een grotere dwaas dan ik!"

    Deze ware geschiedenis stelt ons de vraag, of wij gereed zijn voor de eeuwigheidsreis, die alle mensen in 't verschiet hebben.

     
    Lees meer...
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl