W.E.N. HART VOL VUUR
World-Evangeisation-Network.
    Recente Tweets
    Abonneren
    Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
    Laatste reacties

    Hoe Jezus Christus het oude testament vervult

    Een analyse van Matteüs 5:17-20

    James M. Arlandson

    Waarom offeren christenen geen dieren om boete te doen voor hun zonden?

    Waarom hoeven christenen zich niet aan een koosjerdieet te houden (tenzij zij dit uit vrije keuze doen)?

    Waarom zijn christenen niet verplicht om een centrale tempel te bouwen om zorgvuldig voorgeschreven rituelen te volgen in een land dat speciaal voor hen is uitgekozen?

    Het driejarige openbare optreden van Jezus Christus, dat culmineerde in zijn dood en opstanding en de vestiging van zijn kerk, maakt een groot verschil tussen het oude testament (het oude verbond) en het nieuwe testament (het nieuwe verbond). In die drie korte jaren luidde hij een nieuw tijdperk van redding in, hoewel in het oude tijdperk de zaden van het nieuwe reeds aanwezig waren.

    Het belangrijkste en soms moeilijk te verklaren verband tussen Jezus en zijn discipelen en het oude verbond wordt gevonden in Matteüs 5:17-20, in de context van de beroemde bergrede. De vier verzen in de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV) lezen:

    5:17 Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. 18 Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. 19 Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan. 20 Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.

    Dit is een ingewikkeld gedeelte, onder meer omdat het op het eerste gezicht schijnt dat de wet en de profeten (een nieuwtestamentische uitdrukking om de volledige Schrift mee aan te geven; verg. Matteüs. 22:40; Lucas 16:16), nog steeds van kracht zijn zolang de hemel en de aarde bestaan. Maar zoals wij zojuist zeiden, schrijft het oude verbond dierlijke offers voor, terwijl christenen dat niet meer doen om hun zonden af te betalen. Wat is er gebeurd?

    Het oude verbond staat tot het nieuwe verbond als de belofte staat tot de vervulling. Hoe vervulde Jezus Christus, hoe vervult hij nog steeds en hoe zal hij de beloften van de oude verbond vervullen?

    Dat is een ingewikkeld verhaal. Christenen worden geïnstrueerd het oude testament te lezen en mogen daarvan profiteren, maar zij geloven niet dat alles daarin definitief is. Christenen eren het oude testament als het woord van God, net zoals Jezus dat deed. Maar zij lezen het door de visie van Jezus en de door de heilige Geest-geïnspireerde schrijvers van de boeken en epistels van het nieuwe testament ten slotte.

    Niet alles als definitief? Welke delen daarvan zijn vandaag de dag dan nog van toepassing, als er überhaupt nog iets van toepassing is?

    Veel christenen hebben een verkeerde kijk op deze belangrijke zaak, dus komt het niet als een verrassing dat moslims hierop eveneens een verkeerde kijk hebben. Op sommige websites en in artikelen verwijzen moslimpolemisten naar het oude testament om bijvoorbeeld het executeren van homoseksuelen te rechtvaardigen in de islam. Het staat in de bijbel, dus waarom zouden christenen hierover klagen? De polemisten schijnen te impliceren dat de hele mensheid terug moet gaan tot 1400 jaar voor Christus via de verwaterde en vervormde “ oude-nieuwe” wet van Mohammed om de oude regels voor iedereen opnieuw in te voeren. Maar polemisten begrijpen het verband tussen de oude en nieuwe testamenten niet. Wellicht zal dit artikel ertoe bijdragen deze zaak voor zowel christenen als moslims te verduidelijken.

    De historische en letterlijke contexten van Matteüs 5:17-20

    Het is noodzakelijk om een heilige tekst in zijn historische en letterlijke contexten te analyseren.

    Historische context

    De volgende twee culturele feiten zijn relevant voor Matteüs 5:17-20.

    Ten eerste, tijdens Jezus’ openbare optreden waren de offers in de tempel in Jeruzalem nog steeds van kracht. Alle regels in de Thora (de wet) en de rest van het oude testament golden toen nog. De offers gaan in feite door tot het jaar 70 toen de Romeinen onder generaal Titus, zoon van keizer Vespasianus (die regeerde van 69 tot 79), de tempel vernietigden – een relevant beeld aangezien Jezus zei dat hij niet kwam om het oude testament te vernietigen, zoals we in het volgende belangrijke gedeelte zullen zien. Het offersysteem betekent dat Jezus woorden en ideeën zal gebruiken die ermee contrasteren als een middel om gerechtigheid voor God te verkrijgen. Hij zal het offer worden voor de zonden van de wereld, voor eens en voor altijd. Jezus spreekt echter soms tot de mensen op zo’n manier dat het schijnt dat de hele wet nog steeds van kracht is, maar in het evangelie van Matteüs openbaart hij geleidelijk aan dat hij het oude testament aan het herinterpreteren is en de visie van de mensen verhoogt tot zijn eigen woorden en geboden. Dat zijn ook de laatste woorden die hij spreekt voordat hij opgaat naar de hemel (Matteüs. 28:16-20). Jezus maakt een overgang van de oude verbond naar het nieuwe, en hij doet dit op zo’n manier dat mensen het kunnen begrijpen zonder het oude af te breken.

    Ten tweede, Matteüs 5:20 zegt dat de gerechtigheid van Jezus’ leerlingen dat van de Farizeeën en schriftgeleerden moet overtreffen. Dit zijn twee verschillende groepen, maar vele schriftgeleerden waren Farizeeën. Deze laatstgenoemde groep kwam voort uit een ultragodsdienstige beweging, lang voordat Jezus was geboren. Zij waren niet-priesterlijk en toegewijd aan de mondelinge wet die gedragsregels die gebaseerd waren op de wet of de Thora verklaarde. Op één of andere manier was de mondelinge wet even bindend als de Thora – tenminste voor de gewone man, waarvan de meesten niet of nauwelijks konden lezen. Zij waren zeker geen deskundigen in de wet, zodat zij afhankelijk waren van hun leiders. Deze geleerden in de wet, werden vaak schiftgeleerden genoemd. Hun werk was niet zo zeer het kopiëren van oudtestamentische manuscripten als wel het onderwijzen in de Thora en de regels die daar bovenop gestapeld werden. Daar de burgerlijke wetgeving en de godsdienstige wetgeving hand in hand gingen, waren sommigen een soort advocaat die bijvoorbeeld de wet in een geschil konden uitleggen ( Carson, blz. 33-34; 87).

    In het evangelie van Matteüs symboliseren de Farizeeën en leraren van de wet de uiterlijke daden om God te behagen en om rechtvaardig te lijken in de ogen van de mensen, terwijl zij innerlijke gerechtigheid vergaten. Bijvoorbeeld in Matteüs 23:1-38 spreekt Jezus zeven keer het woord “wee” over hen uit, door hun innerlijke en uiterlijke gerechtigheid met elkaar te vergelijken. Vers 25 zegt: “Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, de buitenkant van bekers en schalen spoelen jullie af, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid.”

    Dit tweede culturele feit is belangrijk omdat Jezus iedereen oproept tot een meer fundamentele gerechtigheid dan die van de leiders van deze twee godsdienstige groepen. Deze oproep is gebaseerd op Gods gerechtigheid die aan een ieder, die er om vraagt, vrijelijk wordt verleend door Christus’ offer aan het kruis, het hoogtepunt van het evangelie van Matteüs en van de andere drie evangelies.

    De letterlijke context

    De letterlijek context is verdeeld in twee gedeelten: het volledige evangelie van Matteüs en het gedeelte daarin genaamd de bergrede.

    Het volledige evangelie van Matteüs is weergegeven in verhaalvorm. Onder inspiratie van de heilige Geest is er een wisselwerking tussen verschillende delen van het evangelie. Niets in het evangelie is een willekeurige verzameling van uitspraken en gebeurtenissen, maar het is, van het begin tot het eind, doelbewust en planmatig als een eenheid samengesteld. Dus zijn de structuur en de ontwikkeling belangrijk, niet alleen als individuele stukken – zoals zo vaak in de koran, waar de context niet altijd in het boek staat, maar in de asbabi noezoel (gelegenheid van de openbaring), die buiten de koran wordt gevonden. Het verhaal in het evangelie heeft een begin (Christus’ geboorte), een midden (zijn driejarig openbare optreden) en een culminerend einde (zijn dood en opstanding). Jezus openbaart geleidelijk en subtiel zijn prioriteit en gezag over het oude testament in dit verhaal, zonder de oudere tekst te kort te doen. Matteüs 5:17-20, onze doelverzen, moeten in deze uitgebreide context worden gelezen omdat Jezus de Hebreeuwse bijbel door dit goddelijke verhaal vervulde – en nog steeds vervult. Maar Matteüs 5:17-20 moet ook in de directe letterlijke context van de bergrede, aan het begin van Jezus’ openbare optreden, worden geïnterpreteerd.

    De directe context van de bergrede in Matteüs 5:17-20 moet eerst worden onderzocht.

    Jezus predikt tot zijn leerlingen op een berghelling. Hij bepaalt de ethiek en het juiste gedrag voor de leden van Gods koninkrijk. Eén aspect van de preek laat de tegenstelling zien tussen Jezus’ zienswijze en die van de legalistische mondelinge tradities en soms die van het oude testament zelf (Matteüs 5:21-48). Jezus laat het verschil zien: “Jullie hebben gehoord dat destijds is gezegd... maar ik zeg tegen jullie.” Dit betekent dat Jezus de tradities van de Thora herinterpreteert. Christenen lezen het oude testament als zodanig door de visie van Jezus. Onze doelpassage in Matteüs 5:17-20 laat dit contrast zien in Matteüs 5:21-48. Jezus kwam niet om de heilige tekst te ontmantelen, maar om het te vervullen op verschillende manieren, zoals die in het volgende belangrijke gedeelte wordt behandeld.

    Matteüs 5:17-20 moet ook bekeken worden als onderdeel van het volledige evangelie, in de drie stappen.

    Ten eerste moeten we ons herinneren dat aan het begin van de bergrede, Matteüs 5:18 zegt dat het oude testament niet zal verdwijnen zolang de hemel en de aarde bestaan en totdat “alles gebeurd zal zijn” (dit zijn sleutelwoorden die in het volgende gedeelte zullen worden verklaard). Aan het eind van de preek verplaatst Jezus de aandacht van de mondelinge tradities en het oude testament naar zijn eigen woorden – zonder echter het oude testament te kort te doen. Zijn laatste woorden in de preek tonen die verschuiving aan (Matteüs 7:24-26):

    7:24 Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt…. 26 En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt… ..

    Jezus openbaart vroeg in zijn openbare optreden aan zijn discipelen dat zijn eigen woorden prioriteit beginnen te krijgen over alle woorden die in de heilige tradities en teksten staan vermeld.

    Ten tweede, als herhaling, Matteüs 5:18 zegt dat het oude testament niet zal verdwijnen zolang de hemel en de aarde bestaan en “totdat alles gebeurd zal zijn.” Jezus zei dit aan het begin van zijn openbare optreden. Aan het eind van zijn optreden, maakt hij zijn triomfantelijke ingang in Jeruzalem waar God heeft verordend dat Jezus zou sterven. Hij voorspelt de vreselijke gebeurtenissen die vlak vóór de Laatste Dag zullen gebeuren (Matteüs 24:1-35). Hij bevestigt de zekerheid van zijn voorspellingen met woorden die de tekst in Matteüs 5:18 weerspiegelen. Matteüs 24:35 heeft een universeel aspect dat uitstijgt boven de lange verhandeling over de Laatste Dagen waarover hij daarnet sprak:

    24:35 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.

    Het verschil tussen Matteüs 5:18 en 24:35 is subtiel, maar belangrijk. Matteüs 5:18 plaatst tijdsbeperkingen in het oude verbond. Zijn woorden zullen niet verdwijnen zolang de hemel en de aarde bestaan en “totdat alles gebeurd zal zijn” Aan de andere kant zegt Matteüs 24:35 dat de woorden van Jezus nooit zullen verdwijnen, zelfs wanneer de hemel en de aarde dat wel doen. Dit legt geen tijdsbeperkingen op zijn woorden. Zijn woorden nemen subtiel en rustig het gezag over van vorige heilige teksten.

    Het derde en laatste stadium in de grotere letterlijke context vindt plaats na Jezus’ dood en opstanding (Matteüs 28:16-20). Het is onmogelijk om het belang van deze twee verstrengelde gebeurtenissen te overdrijven met betrekking tot zijn vervulling van het oude verbond. Door hen vervult hij de meeste beloften, maar nog steeds vervult hij andere. Sommige beloften zullen pas vervuld worden bij zijn tweede komst. Maar hijzelf luidt deze vervulling in. Hoe dan ook, na zijn dood en opstanding is zijn opdracht volledig en definitief. Hem is alle gezag in hemel en op aarde gegeven (dat hem tot veel meer maakt dan alleen maar een profeet). Voordat hij opstijgt naar de hemel draagt hij zijn discipelen op om uit te gaan en discipelen van alle volkeren te maken, hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon, en de heilige Geest.

    Dan vertelt hij zijn discipelen welke woorden zij moeten onderwijzen aan de volkeren:

    28:20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.

    De openbaring aan zijn discipelen van Jezus’ autoriteit over woorden is nu volledig. Hij draagt zijn discipelen op om vooral zijn woorden aan alle naties te onderwijzen. Maar het oude testament doet hij niet tekort – verre daarvan. Zijn aanhangers worden aangemoedigd – opgedragen – om het te lezen. Maar Jezus’ woorden hebben prioriteit in het leven van een christen. De discipelen lezen het oude testament door Christus’ woorden en de rest van het nieuwe testament. Een oud en wijs gezegde zegt: Het nieuwe is in het oude verborgen; het oude is in het nieuwe geopenbaard.

    Deze drie stadia moeten niet verkeerd worden geïnterpreteerd. Het is niet zo dat Jezus groeit in gezag. Dat had hij altijd al. Het is eerder zo dat hij geleidelijk zijn gezag openbaart. Dat was zijn manier van doen. Nergens roemde hij over zijn ware aard als de zoon van God, maar hield dat grotendeels geheim. Hij accepteerde de populaire (maar uiteindelijk ontoereikende) titels van profeet, leraar en rabbi, maar aan zijn ingewijden en soms ook aan hen daarbuiten, openbaarde hij zijn ware status als de zoon van God (Matteüs 16:15-20 en 26:63-64).

    Maar deze drie stadia laten een subtiele verschuiving zien van de oude verbond (zonder het te vernietigen) naar het nieuwe verbond en Jezus’ nieuwe leiderschap. Hij is bezig met het ontvouwen van Gods plan om de wereld te redden en dat doet hij geleidelijk aan.

    Nu terug naar het begin van Jezus’ openbare optreden, waar hij voor het eerst het oude testament zodanig bespreekt dat zijn discipelen het kunnen begrijpen. Het oude verbond is volledig van kracht tijdens de bergrede, en hij verplaatst hun aandacht geleidelijk naar het nieuwe verbond.

    Een exegese van Matteüs 5:17-20

    Matteüs 5:17-20 wordt het best geanalyseerd vers bij vers, soms zin voor zin, en zelfs woord voor woord.

    17 Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.

    Antinomianisme betekent zich tegen de wet verzetten die het leven regelt. Jezus was geen antinomiaan. Hij was niet tegen de wet. Als godsvruchtige jood eerde hij de wet. Maar hij moest de verandering doorvoeren van de oude verbond naar het nieuwe verbond, van de wet van Mozes naar de wet van Christus. Dat is zijn opdracht.

    De volgende drie zinnen en de woorden in vers 17 zijn belangrijk om dit vers te begrijpen.

    Ik ben gekomen: Deze woorden maken Christus in alle vier verzen tot middelpunt. Dit komt overeen met het thema van de vier evangeliën. Hij is het die het oude testament door zijn zondeloze leven vervult. Hij is het die de profetieën vervult door zijn eerste komst. Hij vervult ze door zijn dood en opstanding. Hij is het die ze vervult door de totstandbrenging van zijn wereldwijde kerk. En hij zal ze vervullen bij zijn tweede komst.

    Afschaffen: deze vertaling past hier in de letterlijke context, maar het drukt niet de volledige betekenis uit. Het Griekse woord is kataluô, waarvan de primaire betekenis is “vernietigen, ” “met de grond gelijk maken,” “ontmantelen” als in een huis of een tempel of “een steen van een gebouw verwijderen.” Het wordt gevonden in de context van het vernietigen van de tempel in Jeruzalem (Matteüs 24:2; 26:61). Maar buiten het nieuwe testament in een letterlijke context, kan het ook betekenen om niet een wetje hier of daar te herroepen, maar de hele wet in één keer, dus het vernietigen van het volk van God (2 Makkabeeën 2:22; 4:11; 4 Makkabeeën 5:33) (Meier pag. 70). Matteüs 5:17 onthult dit. Jezus vernietigt niet de wet als een geheel, maar hij vervult gedeeltes daarvan, zoals bijvoorbeeld het offeren van dieren.

    Misschien kan een illustratie of analogie helpen. Laten we veronderstellen dat een oud huis het oude verbond van de Schrift vertegenwoordigt, en een nieuw huis het nieuwe verbond van Christus’ openbare optreden en het nieuwe testament. Christus breekt het oude huis niet af, maar houdt het intact. In plaats daarvan, bouwt hij zijn nieuwe huis ernaast en verbindt het er zelfs mee, en zij delen dezelfde goddelijke fundering. Christenen leven in het nieuwe huis dat indrukwekkender en groter is en dat nieuw meubilair heeft. Zij mogen het oude huis binnen treden. Dat wil zeggen zij mogen de Psalmen, Spreuken, Profeten, de geschiedenis, de Thora etc. lezen. Zij kunnen leren van de verhalen en de principes daarin, net zoals een bezoeker aan het oude huis kan leren en genieten van het oude meubilair en de oude architectuur. Maar het oude huis houdt hen niet binnen. Zij wonen in het nieuwe huis.

    Alle analogieën gaan mank en in dit geval vertegenwoordigt het nieuwe huis niet het natuurlijke verband met het oude huis (zoals een boom, verg. Romeinen 11:11-24). Ook moet de analogie niet verkeerd worden geïnterpreteerd. Het oude huis vertegenwoordigt niet het huis dat op zand is gebouwd, noch vertegenwoordigt het nieuwe huis het huis dat op de rots is gebouwd (Matteüs 7:24-27). Zowel het oude testament als het nieuwe testament deelt dezelfde fundamentele basis van goddelijke inspiratie. Maar de analogie laat zien dat het oude huis niet afgebroken maar bewaard moet worden, terwijl het nieuwe huis ernaast kan staan of er zelfs mee verbonden kan zijn. Jezus was een timmerman in zijn aardse leven en nu is hij, bij wijze van spreken, een geestelijke timmerman.

    Vervullen: Dit woord betekent het voltooien een belofte, een profetie of een voorspelling. Het oude verbond is tot het nieuwe verbond wat een belofte is tot een vervulling. Het oude testament bevatte types en schaduwen, die hun volledige betekenis en essentie in Christus vinden. Jezus, in zijn komst naar de aarde, is de belichaming van die vervulling.

    Wat zijn enkele van die gebieden of thema’s in het oude testament die Christus vervult? De volgende vijf voorbeelden zijn representatief.

    (1) In de Thora worden drie belangrijke traditionele onderdelen vervuld: het morele, het gerechtelijke, en het ceremoniële.

    Als eerste vervult Jezus de morele wet. Dit is de basis van het oude testament. Dit eiste dat Gods volk de geboden moest onderhouden, maar konden zij dat ook? Zelfs de vroomste mensen zijn dan misschien goed, maar zij zijn niet goed genoeg. Echter, Christus met zijn zondeloos leven vervult alle wetten omdat hij in volmaakte liefde wandelde. Een wetgeleerde die Jezus op de proef wilde stellen, vroeg hem eens, wat het grootste gebod was. Jezus antwoordde:

    “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.” Dat is het grootste en eerste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: “heb uw naaste lief als uzelf.” Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat. (Matteüs 22:37-40).

    Jezus vervulde beide geboden volmaakt. Nu vragen wij om zijn Geest zodat wij hetzelfde kunnen doen, altijd afhankelijk van zijn liefde en genade wanneer wij falen.

    Sommige christelijke geleerden en geestelijken geloven dat de tien geboden nog steeds van kracht zijn omdat zij de essentie van de morele wet bevatten. Dat is een aannemelijke interpretatie. Maar het is wellicht beter als alle christenen als doel hebben hun naaste lief te hebben. Dat is de beste manier om de hele morele wet van gehoorzaamheid aan Christus te vervullen. In Romeinen 13:8-10 herhaalt de, door de heilige Geest geïnspireerde, apostel sommige van de tien geboden (bv. pleeg geen overspel, moord niet, steel niet en begeer niet), maar hij eindigt met “liefde is de vervulling van de wet.” (vers 10).

    Ten tweede, Jezus vervult het ceremoniële of rituele aspect van de Thora.

    Aäron was de belangrijkste hogepriester van de oude verbond, maar hij kan niet worden vergeleken met de grote hogepriester [Jezus Christus] van het nieuwe verbond. Aäron ging de aardse tabernakel binnen, maar Christus ging de hemel binnen. Aäron ging één keer per jaar naar binnen, maar Christus voor altijd... Aäron bracht vele offers, Christus slechts één [zichzelf]. Aäron offerde voor zijn eigen zonde, Christus alleen voor de zonden van anderen ( MacArthur, pag. 258).

    Naast de verzoening- of bloedoffers, mogen christenen eten wat ze willen (Marcus 7:14-19). Als zij vrijwillig willen afblijven van traditioneel onreine dieren zoals varkens, dan zijn zij daar vrij in. Maar dit is geen vereiste van Christus of de schrijvers van het nieuwe testament. In Christus is alle voedsel ritueel rein. Nadat hij opging naar de hemel zond hij een visioen naar Petrus over dieren die gereinigd werden. Een stem uit de hemel zei tegen de leidende apostel: “Noem niets onrein wat God gereinigd heeft.” (Handelingen 10:15)

    Ten derde, Jezus vervult het gerechtelijke aspect van de Thora. Zijn dood aan het kruis verwijdert de doodstraf voor zonden zoals homoseksualiteit en vloekende volwassenen. Zijn dood neemt hun plaats in omdat de goddelijke toorn voor de zonden van de mens op hem aan het kruis werd overgedragen. Misdadigers zoals dieven en moordenaars moeten gestraft worden in overeenstemming met de rechtvaardigheidsprincipes van de betreffende wetgeving. Maar hun zonden kunnen worden vergeven terwijl zij de rechtvaardige consequenties van hun misdaden ondergaan. Jezus en de schrijvers van het nieuwe testament wilden gerechtigheid nooit te niet doen.

    (2) Christus vervulde een geografische belofte. God gaf het land Kanaän aan Abraham, de vader van de oude Hebreeërs (Genesis 17:8). Die belofte werd herhaald aan Mozes (Exodus 6:4). Jozua, de opvolger van Mozes, besteedde het grootste deel van zijn latere leven met het zuiveren van het land van de corrupte Kanaänieten. Jezus zegt echter in Matteüs 28:18-20 dat hij zijn discipelen naar alle volkeren stuurt. Hij verheft zijn visie boven dat van een klein geografisch gebied, naar de gehele wereld.  Nu worden christenen opgeroepen tot geestelijke oorlogvoering (geen militaire oorlogvoering) door het evangelie aan iedereen te verkondigen. Het roepen van de eerste Jozua na Mozes is geestelijk vervuld door de latere Jozua – Jezus’ naam in Hebreeuws betekent Jozua.

    (3) In de oude verbond gaf God instructies voor het bouwen van de verplaatsbare tabernakel (Exodus 25-27). Daarna gaf hij speciale toestemming aan Salomo om een permanente tempel te bouwen (1 Koningen 5:1-6: 38 en 7:13-8: 66). Maar Jezus vervult deze aardse tempel in zichzelf en in zijn kerk. Jezus zegt tegen de Farizeeën, verwijzend naar zichzelf: “Ik zeg u: hier gaat het om meer dan de tempel!” (Matteüs 12:6). Jezus zei dit in de context van het houden van de wet en het offeren in de tempel. Hij vervult nu de tempeloffers en wordt een levende tempel voor zijn nieuwe volk van God: zijn kerk (1 Korintiërs 3:16 en 1 Petrus 2:4-8). Zijn kerk wordt nu gevonden over de hele wereld, dus zijn levende tempel is wereldwijd.

    (4) Christus vervult de profetieën die zijn eerste komst voorspelden. Het thema in Matteüs 5:17 heeft betrekking op een belangrijk deel van het oude testament –“de profeten.” Zij beloofden een nieuwe tijdperk van redding en Jezus vervult die belofte. Het belangrijkste voorbeeld wordt gevonden in Jesaja 53, dat de lijdende, dienende messias beschrijft. Vers 5 zegt: “Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.” Dit is een perfecte beschrijving van Jezus’ dood aan het kruis, aangezien hij gewond en doorboort werd. Zijn dood brengt ons de vrede van God omdat hij voor onze zonden betaalt. Hij vervult elke profetie die zijn eerste komst voorspelde.

    (5) Naast Christus’ eerste komst, zijn sommige profetieën gedeeltelijk vervuld en zijn nog in het proces om te worden vervuld. Zij zullen in de toekomst volledig vervuld worden bij zijn tweede komst. Joël 3:1-2 is daar een goed voorbeeld van. God belooft zijn volk herstel na zijn goddelijk oordeel. Hij belooft hen dat hij zijn Geest op hen zal uitstorten om hen te herstellen en te zegenen:

    3:1 Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen, en jongeren zullen visioenen zien; 2 zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten.

    In het nieuwe testament past de apostel Petrus deze profetie toe op de kerk die Jezus vestigde. Het is Pinksteren, een feestdag (zie Exodus 23:16). God zendt zijn heilige Geest als een machtige wind en vervult iedereen die aan het bidden was in een bovenkamer. Handelingen 2:1-4 beschrijven deze heilige scène:

    2:1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

    Dit is een heilig ogenblik. Joël beloofde dat God zijn volk zijn Geest zou zenden, en Jezus beloofde dat eveneens (Johannes 16:5-16). Die belofte werd vervuld in Handelingen 2:1-4. Petrus begrijpt dit en dus past hij de profetie in Joël op dit heilige ogenblik toe (Handelingen 2:16-21). En het wordt nog steeds vervuld. God blijft zijn Geest sturen naar mensen die hem daarom vragen.

    Maar er is nog een ander deel in de profetie van Joël dat op vervulling wacht. Door Joël beschrijft God wat tijdens de laatste dagen zal gebeuren. God zal wonderen laten zien in de hemel en op aarde – bloed en vuur en zuilen van rook. Dan zal de zon in duisternis veranderen en de maan in bloed (Joël 3:3-4). Maar het goede nieuws volgt: “en een ieder die de naam van de Heer aanroept zal worden gered.” (v. 5). Jezus herhaalt deze profetie die nog steeds op vervulling wacht (Matteüs 24:29; verg. Jesaja 27:13; 34:4; Ezechiël 32:7). Het zal gebeuren vlak voor zijn tweede komst.

    Om het samen te vatten; Jezus heeft vervuld, vervult nog steeds, en zal het volledige oude testament vervullen. Het oude verbond is tot het nieuwe verbond wat belofte is tot vervulling. Hij heeft het nieuwe tijdperk van Gods reddingsplan dat begon in het oude testament ingeluid. Alle beloften van God zijn opgenomen in het leven en wezen van Christus. Hij wordt de vervulling van het oude testament zonder het te vernietigen.

    Het oude testament blijft totdat de hemel en de aarde verdwijnen en “totdat alles gebeurd zal zijn.”

    18 Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.

    Dit vers toont aan dat het oude testament een vervaldatum heeft die nog niet gekomen is. De “zolang ” “totdat”-zinnen geven ons indicaties wanneer die datum komen zal.

    De “zolang”-zin zegt: “zolang de hemel en de aarde bestaad.” Hier is niets ingewikkelds aan. Gods woord blijft totdat het fysieke heelal wordt opgerold. De apostel Petrus, onder de inspiratie van de Geest, is het daar mee eens (2 Petrus 3:10):

    3:10 De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht. (Zie ook Hebreeën 12:27)

    We moeten ons echter wel herinneren dat diezelfde woorden van Jezus Christus zullen blijven bestaan zelfs nadat het heelal verdwijnt: “Hemel en de aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen” (Matteüs 24:35). Dit betekent dat Jezus Christus het oude testament vervangt, toen, nu en in de toekomst.

    De “totdat”-zin zegt: “totdat alles gebeurd zal zijn.” Matteüs beschrijft het leven van Christus in verhaalvorm. Matteüs citeert in zijn verhaal vele verwijzingen naar Christus in het oude testament. Wij moeten daarom het woord “alles” in dat verband zien. Jezus Christus vervult de Hebreeuwse bijbel bij zijn geboorte. Hij vervult het tijdens zijn leven en openbare optreden. Hij vervult het vooral in zijn dood aan het kruis en zijn opstanding omdat deze twee gebeurtenissen al het andere, dat daaraan vooraf is gegaan, bekrachtigt en bevestigt. Vervolgens vervult hij de beloften in de Hebreeuwse bijbel in de nieuwe tijdperk van redding, door zijn kerk en door historische gebeurtenissen (hoewel dit laatste moeilijker te ontdekken is). Hij zal alles in de Hebreeuwse bijbel bij zijn tweede komst vervullen. Tot slot zal het oude testament volledig ongeldig worden, maar alleen wanneer God zelf het heelal oprolt als een kledingstuk dat weggegooid wordt.

    Dit is wat “zolang de hemel en de aarde bestaan” en “totdat alles gebeurd zal zijn” betekenen. Het woord van Gods oude verbond – elke letter en elk woord – zal netzo lang bestaan als het heelal.

    Matteüs 5-19 Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.

    Dit vers is verdeeld in twee belangrijke zinnen: (1) zij die de geboden overtreden en anderen leren dit eveneens te doen; en (2) zij die de geboden opvolgen en anderen leren dit eveneens te doen.

    De eerste zin is gemakkelijker te begrijpen. De analogie van de twee huizen kan dit verduidelijken. Wanneer christenen naar het oude huis teruggaan (het oude testament), mogen zij geen voorwerpen breken. Zij mogen geen oud bord oppakken (een gebod) en het op de vloer kapot gooien. In plaats daarvan, moeten zij dingen laten zoals zij hen vonden, wanneer zij naar het nieuwe huis (het nieuwe testament) terugkeren. Dingen zo laten als zij zijn, is niet hetzelfde als hen te breken. Bovenal moeten christenen als zij leraren worden van het woord, anderen niet leren dingen te breken in het oude huis. Zij moeten hun medechristenen onderwijzen om het oude huis als geheel te respecteren en het oude huis en alle dingen daarin in ere te laten.

    De tweede zin in vers 19 is wat moeilijker te begrijpen, maar als het vers gelezen wordt binnen de context van de twee voorafgaande verzen en van het volledige evangelie van Matteüs, zal het duidelijk worden.

    In verzen 17 en 18 (geanalyseerd in de twee vorige gedeeltes) hebben we geleerd wij dat Jezus de beloftes in oude testament heeft vervuld, nog steeds vervult en volledig zal vervullen. Daarom moet hij onze verklarende gids zijn als wij de geboden lezen, in praktijk brengen en onderwijzen. Om de analogie van het oude en nieuwe huis weer te gebruiken; als wij het oude huis binnengaan, bekijken wij het door de visie van Jezus en van zijn vervulling. Hij is, bij wijze van spreken, onze betrouwbare reisgids. Wij luisteren naar de geboden aangezien zij door zijn nieuwe tijdperk van redding van relatieve waarde zijn geworden.

    Dit relativeren is het thema van Matteüs-evangelie. Zoals vermeldt in het gedeelte “historische en letterlijke contexten,” in vers 19, spreekt Jezus de bergrede uit tot de leerlingen die nog onder het oude verbond leven. Na de preek openbaart hij geleidelijk aan een nieuwe richting. Hij maakt een overgang van oude naar het nieuwe en bouwt het nieuwe huis zonder het oude af te breken. Wanneer het evangelie culmineert in het laatste hoofdstuk, draagt Jezus zijn discipelen op om alle volkeren alles te onderwijzen dat hij geboden heeft (Matteüs 28:20). Als de vervuller van Gods beloften, moet hij prioriteit krijgen.

    Betekend dit dan dat het volledige oude testament geannuleerd, geabrogeerd, afgeschaft, ontmanteld of vernietigd is (woorden die het Griekse woord kataluô in v. 17 vertalen)? Niet “zolang hemel en de aarde bestaan” en niet “totdat alles gebeurd zal zijn.” Het oude huis staat nog steeds zonder dat er één stuk ontbreekt of vervreemd is. Alle voorwerpen en meubilair zijn er nog steeds. Jezus verheft onze visie echter naar het nieuwe huis en roept ons naar binnen.  Elk gebod in het oude testament kan nog gelezen, onderwezen en in praktijk worden gebracht voor opbouw en zegen. Maar zij moeten nu worden gelezen door de vervulling van het werk van Jezus Christus.

    Bijvoorbeeld, wanneer christenen over dierlijke offers lezen in Leviticus, richten zij zich op Christus’ offer, zich realiserend dat het oude offersysteem op hem gericht was. Zij “praktiseren” het, door God een dankoffer aan te bieden: “Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God” (Hebreeën 13:15). Dit vers, door de Geest geïnspireerd, werd geschreven in de context van Christus’ offer van zijn bloed aan het kruis buiten de stad Jeruzalem. Paulus zegt ook dat wij onze lichamen moeten aanbieden als levende offers: “heilig en welgevallig voor God – want dat is de ware eredienst voor u.” (Romeinen 12:1). Jezus Christus inspireert alle gelovigen om hun visie voorbij het letterlijke dierenoffer te verheffen en naar hem te kijken, het letterlijke en unieke offer voor ééns en voor altijd en voor alle tijden. Dan “brengen” zij hun eigen geestelijk offer. Daarom is het oude testament hierin vervuld.

    Dus het altijd verstandig om het doelvers door de omringende verzen te laten interpreteren. In dit geval interpreteren verzen 17 en 18 het doelvers 19. En het is altijd verstandig om een doelvers te interpreteren in het licht van de volledige tekst waarin het wordt aangetroffen: het evangelie van Matteüs.

    Een prominente geleerde van het nieuwe testament zegt terecht over vers 19 en Christus vervullingproces zijnde onze verklarende gids:

    De wet was gericht op Jezus en zijn onderwijs; dus wordt er juist aan gehoorzaamd door naar zijn woord te leven. Daar de wet op hem gericht is, bevestigt hij, door deze te vervullen, wat het voortdurend heeft. .. ( Carson, p. 146)

    Een andere respectabele theoloog is het daar mee eens:

    In vers 19 dan, moet het voortdurende uitoefenen van de geboden van de wet worden bekeken in het licht van de vervulling door Jezus. Het is de wetzoals die vervuld is door Jezus die moet worden nageleefd, niet de wet in de originele vorm. ( Moo, pag. 353, oorspronkelijke beklemtoning)

    Jezus relativeert en verklaart de oude geboden die wij onderwijzen en in praktijk brengen. Wij bekijken hen door zijn visie.

    5:20 Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.

    In dit vers verhoogt Jezus de normen voor de burgers (en toekomstige burgers) van het koninkrijk van God. Hun gerechtigheid moet dat van de Farizeeën en de schriftgeleerden van de wet overtreffen. Dit vers kan het best door de volgende gedeelte in de bergrede worden verklaard (5: 21-48).

    Jezus herinterpreteert (annuleert niet noch abrogeert) de Thora en de tradities van de oudsten. Hij gebruikt deze vorm of een variatie ervan: ”Jullie discipelen hebben gehoord uit het verleden... maar ik zeg jullie…” In het Grieks is deze laatste zin “maar ik zeg jullie…” nadrukkelijk. Het staat in tegenstelling tot de leer van Jezus’ voorgangers. Hij beperkt zijn betekenis nog verder door zes voorbeelden te gebruiken.

    (1) Jezus haalt het zesde gebod van de tien geboden aan, dat moorden verbiedt (Exodus 20:13), maar verscherpt het door rechtstreeks naar het hart te gaan. Als iemand woede in zijn hart jegens een broeder heeft, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Hij adviseert dan verzoening (Matteüs 5:21-26).

    (2) Jezus verwijst naar het zevende gebod, dat overspel verbiedt (Exodus 20:14), maar verscherpt het door rechtstreeks naar het hart te gaan. Als iemand naar een vrouw kijkt en haar begeert in zijn hart, heeft hij reeds overspel gepleegd (Matteüs 5:27-30).

    (3) Scheidingen waren gemakkelijk te verkrijgen in Israël van de eerste eeuw, en dit was een risico voor de vrouw aangezien zij niet kon terugvallen op haar vaderlijk huis. Het zette zeker een druk op de familie aan haar vaders kant. Jezus verscherpt deze gemakkelijke scheidingsprocedure, die de man bevoordeelde (Matteüs 5:31-32).

    (4) Jezus verwijst naar de verzen in de Thora over het zweren van een eed (Leviticus 19:12; Numeri 30:2; Deuteronomium 23:21), maar hij zegt dat zijn volgelingen helemaal niet moeten zweren omdat zij in hun hart integer moeten zijn (Matteüs 5:33-37).

    (5) Jezus verwijst naar de lex talionis of de wet van vergelding (Exodus 21:24), maar hij zegt dat het beter is geen wraak te koesteren. De burgers van het koninkrijk moet bereid zijn om te vergeven en een extra mijl te gaan.

    (6) Tenslotte haalt hij een gebod aan dat zegt dat een burger van het koninkrijk zijn naaste moet liefhebben (Leviticus 19:18), maar zijn vijand moet haten (een populair overtuiging). Jezus zegt echter dat een burger van het koninkrijk zijn vijand ook moet liefhebben en bidden voor zijn vervolgers.

    In elk van deze zes voorbeelden verdiept Jezus de uiterlijke handeling – van waaruit de stereotiepe Farizeeër en schriftgeleerde leefden – tot in het hart en de geest. Dat is het thema dat alle zes voorbeelden samenbindt.

    Dit is hoe de gerechtigheid van de burgers van het koninkrijk dat van de Farizeeën en schriftgeleerden moet overtreffen. Dit is hoe wij christenen de Thora en het gehele oude testament onderzoeken. Wij gebruiken de wijsheid en de visie van Christus, daar hij de volledige Hebreeuwse bijbel vervult. Het nieuwe is verborgen in het oude; het oude is geopenbaard in het nieuwe.

    Conclusie

    Als christenen de geboden van het oude testament willen opvolgen, moeten zij kennis nemen van Christus’ wijze woorden die in Matteüs 22:24-40 staan. Zoals vermeld in de analyse van Matteüs 5:17, wilden de Farizeeën Jezus met woorden op de proef stellen. Eén van hen, een wetgeleerde, vroeg hem wat het grootste gebod in de wet was.  

    22:37Jezus antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

    Jezus brengt alle geboden in het oude testament terug naar deze twee. Zij zijn de beste manier om ze allemaal in praktijk te brengen. Jezus’ volgelingen moeten een leven van goddelijke liefde leven door de kracht van de heilige Geest in Jezus’ naam.

    Paulus, onder de inspiratie van de heilige Geest, is het volledig eens met zijn Heer en Redder, door de sleutelwoorden “vervuld” en “vervulling” te gebruiken (Romeinen 13:8-10):

    13:8 …. want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. 9 Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: “Heb uw naaste lief als uzelf. ’ ” 10 De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

    Alleen het leven van Jezus Christus en de liefde die hij in onze harten geeft door de heilige Geest, stellen ons in staat om in goddelijke liefde te leven. Onze liefde voor God kan niet uit onszelf komen. God trekt ons naar zich toe om hem lief te hebben door zijn Geest. Dit is het eerste grootste gebod. Alleen als wij hem liefhebben, hebben wij anderen lief. Dat is het tweede grootste gebod. Als het op gerechtigheid aankomt als gevolg van het houden van deze twee grootste geboden, kan alleen zijn gerechtigheid ons redden, die hij ons vrijelijk aanbiedt na zijn dood aan het kruis en opstanding. Onze eigen gerechtigheid kan dat niet.

    Wij moeten in Jezus Christus vertrouwen en de heilige Geest en zijn gerechtigheid ontvangen in zijn naam.

    Wij christenen eren en respecteren het oude testament, maar wij interpreteren het door Jezus Christus en het nieuwe tijdperk van redding en vervulling dat hij begon op de dag dat hij geboren werd.

    Dit artikel heeft drie begeleidende stukken: De vrijheid van Christus en de wet van Mohammed, Belofte en vervulling in de bijbel, en Hoe de christenen van het oude testament profiteren.

    Verwijzingen

    Albright, W. F. en C. S. Mann. Matthew: Introduction, Translation, and Notes . The Anchor Bible. Doubleday, 1971.

    Allen, W. C. A Critical and Exegetical Commentary on the Gospel According to S. Matthew. Derde uitgave. T & T Clark, 1912.

    Bruce, F. F. “Interpretation.” In Baker's Dictionary of Theology. Uitg . E. F. Harrison, et al. Baker Book House, 1960.

    Carson, D. A . .The Expositor’s Bible Commentary: Matthew. Volume. 8. Zondervan, 1984.

    Gundry, R. H. Matthew: A Commentary on His Literary and Theological Art. Eerdmans , 1982.

    MacArthur , J. Matthew 1-7. Moody, 1985.

    Meier, J. P. Law and History in Matthew’s Gospel. Rome : Biblical Institute, 1976.

    Moo, D. J. "The Law of Christ as the Fulfillment of the Law of Moses." In Five Views on the Law and Gospel. Ed. Stanley N. Gundry . Zondervan, 1996.


    Reacties
    De Davidster
    Door: Franklin ter Horst
     
    Het verhaal dat de ‘Jodenster’ een occult symbool van de vrijmetselarij zou zijn, is een achterhaald antisemitisch verzinsel. De zogenaamde ‘Jodenster’ heet in het Hebreeuws Magen David oftewel Schild van David. Toen David een symbool zocht om op het wapen van zijn koninkrijk te plaatsen, nam hij twee driehoekige schilden en legde ze over elkaar heen. De twee in elkaar geschoven driehoeken symboliseren de verbondenheid van de zichtbare met de onzichtbare wereld, Gods vereniging met de mensen als ‘Sjechina- God woont onder ons’. Sindsdien is de ster het teken van hoop. Het was een uitdrukking van hoop op de Messiaanse tijd. Al eeuwenlang, vanaf de tijd van David, kijken Joden uit naar de ster van de Messias. Daarom staat de Davidster bekend als ‘Ster van de Messias’. Denkers zagen destijds in de zes kleine driehoeken van de Davidster de zes dagen van de week of de zesduizend jaar dat de wereld zou bestaan tot de Messiaanse tijd. Het middenstuk stond symbool voor de sabbat, de zevende dag, of het zevende millennium, het tijdperk van vrede.
     
    De ster staat verder symbool voor de vervulling van de profetie van Bileam: “Een ster komt op uit Jakob, een scepter uit Israël”(Num. 24:17). De oudste bekende afbeelding bevindt zich op een Hebreeuwse zegel uit de zevende eeuw v. Chr. in Sidon. Ook zijn Davidsterren te vinden op gebouwen in Bet-El die dateren uit de voorchristelijke tijd. Verder bevindt zich op het plaveisel van de Lithostrotos, het plein waar Pilatus rechtsprak, een grote Davidster, en in de uit de tweede eeuw stammende synagoge van Kapernaum samen met de Ark van het Verbond en de zevenarmige kandelaar (Menora). Hierna kwam het als teken voor in de Byzantijnse tijd en, vreemd genoeg, ook in Arabische geschriften. Er zijn zelfs moskeeën gevonden met de Davidster als ornament.
     
    De schriftgeleerden zagen in de zespuntige ster de zes werkdagen van de week, waarvan het centrum, het zevende stervormige vlak in het midden, de sabbat als goddelijke rustdag vormt. Zo symboliseert de Davidster in werkelijkheid de ‘goddelijke zeven.
     
    Davidster op de synagoge van Kapernaum
     
     Ook bestaat er een Joodse mondelinge overlevering over het ontstaan en de betekenis van Davidster. Het betreft de achtervolging van David door Saul. David had zich meermalen in zijn leven afgevraagd waarom er spinnen bestonden. Wat was toch Gods bedoeling met dit insect? Een tijd later zat Saul hem dicht op de hielen en David verkeerde in groot gevaar. Hij zag zich genoodzaakt een grot in te vluchten, hopende dat Saul en zijn troepen hem niet zouden vinden, zoals in 1 Sam. 24:4. Toen stuurde God een grote spin naar de grot en deze spon een reusachtig web voor de ingang van de grot. Toen Saul bij de ingang van de grot kwam dacht hij bij zichzelf: in deze grot kan niemand zijn, want dat web hangt daar vast al een lange tijd. De legende wil verder dat in het web de vorm zat van een Davidster, die daar als schild fungeerde.
     
    Een ander verhaal is dat de granaatappel model heeft gestaan voor de David ster. Een van de producten die voorkwamen in het Heilige Land en als populair symbool werd gebruikt, was de granaatappel. In de tempel van Salomo bijvoorbeeld, droegen de priesters granaatappelen op de zoom van hun kleed. Eén dergelijke ivoren granaatappel werd jaren geleden ontdekt bij de opgraving vlakbij de oude stad in Jeruzalem. Vanuit deze historische achtergrond, is het interessant om de karakteristieke bloem van een granaatappel te bekijken, die later de ‘kroon’ vormt van de gerijpte vrucht. De meeste van zulke kronen hebben zes ‘punten’ in een symmetrische cirkel, die een perfecte Davidster
     
    De Davidster veranderde pas in een occult teken toen de Byzantijnse christenen in de zesde eeuw voor het eerst de Davidster voor magische doeleinden in amuletten gingen gebruiken. Vanaf dat tijdstip werd de Davidster vervreemd van zijn oorspronkelijke betekenis. In de Middeleeuwen won de Davidster in het christelijke Westen bij alchemisten aan mystieke populariteit. De Rozenkruisers (sinds 1605) misbruikten de ster als occult machtssymbool. Ook de kabbalisten (Joodse mystici) gingen de ster als magisch teken misbruiken en gaven er een mystieke betekenis aan. Daarna volgende de vrijmetselaars (1717) en de illuminatie (1776). De Davidster raakte dus in een veel latere periode van de wereldge-schiedenis vervreemd van de oorspronkelijke betekenis. Maar de Davidster is heel eenvoudig een teken van het volk Israël en zijn grote toekomstige heil: want ‘een ster komt op uit Jakob, een scepter uit Israël.’
     
    Lees meer...
    DE ISLAM ZONDER SLUIER
    INTRODUCTIE
    Achter de Façade

    De "Islam" die moslimactivisten dezer dagen in het westen introduceert is totaal verschillend van de Islam die wij kenden en ervoeren in het Midden Oosten.

    Dit is een nieuwe uitgave, een gereviseerde, gematigde, ontwikkelde en verkorte versie van de echte Islam. De Islam heeft een grote facelift ondergaan.

    Ik moet wel erkennen dat de internationale Islamitis-che beweging in de laatste jaren erg is gegroeid in intelligentie en vervalsing.
    Voorheen hadden zij geen macht, dus besloten zij om slim te worden. Omdat zij niet langer het zwaard konden gebruiken om de wereld te veroveren, zoals zij eens deden, besloten zij om subtiele methodes te gebruiken, daarbij profiterend van de democratie in het Westen.
    Hier volgen enige van de methodes die moslimactivisten hebben geadopteerd :

    1 - Verandering van identiteit

    Moslimactivisten in het westen vermijden het refereren aan leerstellingen die de Westerse burger zouden kunnen bele-digen, zoals het Islamitische strafrecht.

    Zij benadrukken dat zij geloven in Mozes en Jezus. Zij onthou-den zich ervan Joden en Christenen "ongelovigen" te noemen, zij noemen ze ook geen "Zionisten" of "Kruisvaarders".

    Het laatste wat zijn willen is mensen shockeren. Zij hadden eens een Moslim-gastheer in hun TV programma met een Christelijke naam, "Paul".

    Namen zoals Mohammed, Mustafa en Omar waren te moeilijk te verteren, dachten ze. Zij gebruiken de naam "Zondags-school" in plaats van "Vrijdagsklas" en zij beëindigen hun speeches met de Christelijke uitdrukking "God zegene U".

    In Amerika scheppen zij op over het feit dat zij Amerikanen zijn en gebruiken de Amerikaanse vlag als achtergrond bij hun programma’s. Dit is dezelfde vlag die Moslims verbranden bij hun dagelijkse rituelen in Islamitische landen, terwijl zij Amerika de "grote Satan" noemen.
     
    2 - Verandering van woordgebruik
    In plaats van geïsoleerd te leven van de maatschap-pij, ge-bruiken zij nu een totaal nieuwe terminologie. Woorden zoals Liefde, Genade… maken nu deel uit van hun woordenschat.

    Theologische Christelijke termen zoals Redding, Vergeving en Reiniging maken nu deel uit van hun leer.

    Zij veranderen vertalingen van de Koran om sommige wrange leerstellingen van de Islam te verbergen.

    Een voorbeeld is de nieuwe Franse vertaling van de Koran die een vreselijke woede heeft veroorzaakt onder Moslim funda-mentalisten.
    De vertaling probeerde Joden een plezier te doen door enige verzen van de Koran die Joden veroorde-len, te veranderen.
    Een voorbeeld is een vers dat altijd zo luidde: "Het volk van Israël zal, nadat zij twee keer verderf op aarde gezaaid hebben met het doel om andere mensen te domineren, zichzelf op te werken tot een positie van buitengewoon grote macht, voordat zij door God gestraft worden".
    De nieuwe vertaling zegt precies het tegenover-gestelde: "Het volk van Israël zal twee keer worden vernietigd als een onschuldig slachtoffer, en God zal ze belonen door ze tot grote hoogten op te heffen".
    -------------------------------------
    HOOFDSTUK 1
    De boodschapper en de boodschap
    Toen Mohammed in het jaar 610 in een grot in de buurt van Mekka een tijd doorbracht in een eenzame meditatie, zei hij dat hij was bezocht door de engel Gabriël, die hem in een visioen de eerste boodschap van de islam had gegeven.
     
    1 - MOHAMMED
    Mohammed werd geboren in het jaar 570 in een zeer respectabele familie van de gerespecteerde stam van de Qoraysh. Zijn vader stierf voor zijn geboorte en zijn moeder stierf toen hij zes jaar oud was. Toen hij acht jaar was, stierf ook zijn grootvader Abdel Muttalib, hem achterlatend onder de hoede van zijn oom, Abu Talib.
     
    Als jonge man, was Mohammed blootgesteld aan de verschillende sektes van het Christendom en het Jodendom. Hij zag dat zij constant aan het ruziën en debatteren waren met elkaar. Dit heeft misschien zijn onvrede over de traditionele polytheïstische religie van de Arabieren in die tijd veroorzaakt. Later refereerde Mohammed aan de Christenen en Joden als "mensen van het boek" (refererende aan de Bijbel).
     
    Op de leeftijd van 25 begon Mohammed te werken voor de rijke weduwe Khadija, die later met hem trouwde. Ze was 15 jaar ouder dan hij. Toen werd hij een succesvol koopman.
     
    Op de leeftijd van 40 bracht Mohammed veel tijd door met mediteren en verkondigde hij dat hij was verkoren door God om het ware geloof te prediken.
     
    Spoedig daarna werd Mohammed lastig gevallen en vervolgd door de stamhoofden die het nieuwe geloof als een gevaar zagen voor de voornaamste bron van inkomsten van de stad. Zij vreesden dat het de winstgevende pelgrimstochten naar het heidense heiligdom van de Kaaba zou elimineren
    In het jaar 622, na een poging van zijn tegenstanders om hem te vermoorden, vluchtte Mohammed met zijn volgelingen naar Yathrib (het latere Medina) in een volksverhuizing bekend als de Hijira.
     
    In Medina, groeiden Mohammeds volgelingen in kracht en aantal. Van daaruit begon hij een serie aanvallen op de stad Mekka. Uiteindelijk onderwierp hij de stad en verwierf de macht over heel Arabië.
    Mohammed stierf in het jaar 632.
    2 - ISLAM
    Het Arabische woord "Islam" betekent "onder-werping" (aan God). De Islam claimt dat het geen nieuwe religie is, maar veeleer een voort-zetting en het bereiken van een hoogtepunt van Gods openbaringen aan Noach, Abraham, Mozes en Jezus.
     
    Om een Moslim te worden, moet men het geloof in de Islam accepteren zowel als belijden, hetgeen algemeen bekend is als de twee belijdenissen van het geloof.

    Deze zijn: "er is geen andere God dan Allah, en Mohammed is de boodschapper van Allah".

    Een Moslim moet geloven in zes geloofsartikelen: God, de Engelen, de Schriften, de Profeten, de Dag des Oordeels en het Fatalisme.
     
    Een Moslim moet vijf religieuze plichten uitvoeren die bekend zijn als "De pilaren van de Islam", deze zijn: de Belijdenissen, Gebed, het geven van Aalmoezen, Vasten en de Pelgrims-tochten naar Mekka. Sommigen hebben het bekrachtigen van de Koran en de Heilige Oorlog (Jihad) om de Islam te verspreiden, verheven tot de zesde religieuze plicht.
     
    Het is interessant om op te merken dat veel van de praktijken en de rituelen van de Islam waren geleend van de pre-Islamitische heidense Arabieren. Dit is de periode waaraan de Moslims refereren als "Al-Jahilyya", het tijdperk van de Onwetendheid.
     
    Sommige van deze rituelen zijn: Het prijzen van de Kaaba en de Zwarte Steen, pelgrimstocht naar Mekka, het vasten in de Ramadan, toewijden op vrijdag voor het verenigen van de eredienst en het overnemen van de naam "Allah" in plaats van God.
    3 - JIHAD (HEILIGE OORLOG)
    "Jihad" is een Arabisch woord dat "worsteling" betekent. Jihad kan betekenen: het streven om een betere moslim te worden. De meest algemene betekenis is de strijd voor de zaak van het verspreiden van de Islam, daarbij alle mid-delen gebruikend die Moslims hebben, inclusief geweld. Dit soort Jihad wordt vaak aangeduid als "Heilige Oorlog".
     
    Om hun toevlucht te nemen tot geweld, hebben Moslims geen probleem om passages in de Koran en Hadith te vinden, die niet alleen geweld goedkeuren met het ook bevelen.
     
    In de Koran beveelt Allah Moslims niet-moslims namens hem te terroriseren:
     
    "Zaai verschrikking (in de harten van) de vijanden van Allah en uw vijanden." Surah 8:60 ( Soerat al-anfaal:60 ).
     
    "Strijdt tegen (doodt ze) (de niet-moslims) en Allah zal ze straffen (folteren) door middel van uw handen en zal ze met schaamte bedekken." Surah 9:14 ( Soerat at-tauba:14 ).
     
    "Ik zal paniek zaaien in de harten van de ongelovigen, jullie moeten hen boven hun nekken treffen en al hun vingertoppen afhakken. Het zijn niet jullie die ze afgeslacht hebben; het was Allah." Surah 8:12,17
    ( Soerat al-anfaal:12,17 ).
    "O, jullie die geloven! Vecht tegen de ongelovigen… laat ze vastberadenheid in jullie vinden en weten dat Allah is met degenen die hem vrezen." Surah 9:123 ( Soerat at-tauba:123 ).
     
    In de Hadith (de gezegden van Mohammed), dringt Mo-hammed er ook bij Moslims op aan om Jihad te beoefenen.
     
    Een keer werd aan Mohammed gevraagd: wat is de beste daad voor een Moslim behalve het geloven in Allah en zijn Apostel? Zijn antwoord was: "Deelnemen aan de Jihad in de naam van Allah". Al-Bukhari vol 1:25 Er werd ook geciteerd dat Mohammed zei: "Ik heb opdracht gekregen om te vechten met de mensen totdat ze zeggen, niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Allah". Al-Bukhari vol 4:196
     
    Het is de moeite waard om op te merken dat de woorden "vechten" en "doden" in de Koran vaker gebruikt worden dan het woord "bidden".
     
    De Islam leert dat mensen verdeeld worden in twee verschillende kampen: Dar al Islam (het huis van de Islam) en Dar al Harb (het huis van de oorlog).
    Degenen die behoren tot Dar al Islam zijn de Moslims die in constante staat van oorlog verkeren met Dar al Harb, dat zijn de niet-moslims, tot de tijd dat de niet-moslims zich bekeren tot de Islam. Met andere woorden; Moslims kunnen nooit vreed-zaam coëxisteren met niet-moslims.
    Mohammed en Jihad: een voorbeeld
    Het volgende is slecht een voorbeeld van Jihad uit het leven van de profeet van de Islam: Mohammed.
     
    Na de oorlog van de loopgraaf, waarin Mohammed belegerd werd door Qurayshieten, geleid door Abu Sofyan, werd beweerd dat de Joodse stam Bani Qurayza toestemde van binnenuit hulp te verlenen aan de legers van Abu Sofyan. Hoewel de toegezegde hulp niet tot stand kwam en de belegering uiteinde-lijk beëindigd werd, vergaf Mohammed hen niettemin nooit dat zij zijn vijanden wilden helpen.
     
    Moslims keerden zich tegen Bani Qurayza en blokkeerden hun straten vijf en twintig dagen lang. De Joodse stam verklaarde zich bereid zich over te geven, hun bezittingen op te geven en uit hun huizen te vertrekken.
     
    Mohammed, echter, was het er niet mee eens en stelde in plaats hiervan, een zekere Saab Ibn Moaz, een man waarvan bekend was dat hij niet op goede voet stond met Bani Qurayza, als scheidsrechter aan. Saad besliste dat alle mannen van Bani Qurayza onthoofd zouden worden, de vrouwen en de kinderen verkocht als slaven, en dat al hun bezittingen verdeeld moesten worden onder de Moslims.
     
    Greppels werden gegraven in de bazaar van Medina om zich te ontdoen van de acht of negenhonderd Joodse lichamen die de nacht daarvoor door Mohammed waren afgeslacht. (Zie Ibn Hisham: de biografie van de profeet; deel 2 pag. 40 en 41).
    -------------------------------------
    HOOFDSTUK 2
    Levenskwesties volgens de Koran
    De Islam is meer dan een religie; het is een alles omvattende manier van leven. De Koran, Mohammed en zijn onmiddellijke opvolgers en generaties van theologen schreven talrijke regels voor, die elk aspect van het Moslim sociale, politieke, econo-mische en religieuze leven beheersen.
     
    In dit hoofdstuk zullen we een paar Islamitische regels onderzoeken die gebaseerd zijn op de meest betrouwbare bron van de hele Islamitische leer, de Koran. De lezer moet bepalen of het acceptabel is onder zijn leer te leven.
     
    1 - DE RECHTEN VAN EEN VROUW
    Zijn vrouwen gelijk aan mannen volgens de Islam?
     
    De islam leert dat vrouwen inferieur zijn aan mannen
    "En vrouwen zullen rechten hebben gelijk aan de rechten tegen hen, overeenkomstig met wat billijk is: maar mannen hebben een graad meer dan zij." Surah 2:228 ( Soerat al-bakara:228 ).
     
    Op welke gebieden zijn vrouwen ongelijk aan mannen in de Islam?
    De Islam leert dat vrouwen minder dan gelijk zijn aan mannen op tenminste twee belangrijke gebieden:
    Eerstens bij het erfrecht. Het deel van een vrouw is de helft van dat van een man.
    "De man krijgt een portie, gelijk aan dat van twee vrouwen…" Surah 4:11 ( Soerat an-nisaa:11 ).
     
    Ten tweede, bij het getuige voor een rechtbank: De getuigenis van twee vrouwen is gelijk aan de getuigenis van een man.
    "En neem twee getuigen van onder je eigen mannen, en als er geen twee mannen zijn, dan een man en twee vrouwen, welke je verkiest, als getuige." Surah 2:282
    ( Soerat al-bakara:282 ).
    Wat is de status van een vrouw tot haar echtgenoot? 
    De Islam beschouwt een vrouw als een bezitting.
    "…Eerlijk in ogen van mannen is de liefde voor dingen die zij begeren: Vrouwen en zonen; stapels goud en zilver; paarden…" Surah 3:14 ( Soerat aal ‘imraan:14 ).
     
    De Islam leert dat vrouwen onrein zijn. Wanneer een Moslim man een vrouw aanraakt (zelfs als dit zijn eigen vrouw is) wordt hij als onrein beschouwd voor het gebed.
    "Jullie die geloven! Nadert niet tot de salaat, terwijl jullie dronken zijn, zolang jullie niet weten wat jullie zeggen, en ook niet terwijl jullie onrein zijn -behalve wanneer jullie onderweg voorbij-komen- zolang jullie je niet eerst wassen. En als jullie ziek zijn of op reis of als iemand van het toilet komt of met vrouwen omgang heeft gehad en jullie vinden geen water, zoekt dan goede kale grond en wrijft jullie gezichten en handen. God is lankmoedig en vergeven Surah 4:43 ( Soerat an-nisaa:43 ).
    Wat is de omvang van gezag van een man over zijn vrouw in de Islam?
    De Islam leert dat een vrouw onderhevig is aan bestraffing door haar man. Als straf is het slaan van een vrouw of het zich onthouden van seksuele relaties met haar, geoorloofd.
     
    "Wat betreft de vrouwen van wie je ontrouw en slecht gedrag verwacht, weiger hun bed te delen, geef ze slaag…" Surah 4:34 ( Soerat an-nisaa:34)
    "Voor degenen die een eed van onthouding van hun vrouwen zweren, wordt een wachtperiode van 4 maanden aanbevolen; als zij terugkomen is God vaak vergevend, zeer genadig." Surah 2:226 ( Soerat al-bakara:226 ).
    Welke regels zijn alleen op vrouwen van toepassing met betrekking tot hun verschijning in het publiek? 
    De Islam instrueert vrouwen om zich altijd te sluieren wanneer zij buitenshuis zijn. En zelfs binnenshuis in bepaalde situaties.
     
    "En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun blik moeten neerslaan en hun bescheidenheid moeten bewaken, dat zij niet hun schoonheid en sieraden moeten laten zien behalve wat er nog van te zien is: dat zij hun sluiers over hun boezem moeten trekken en hun schoonheid niet moeten laten zien." Surah 24:31 ( Soerat an-noer:31 ).
    "O, profeet! Zeg uw vrouwen en dochters en de gelovige vrouwen, dat zij zichzelf moeten bedekken met hun bovenkleding (als zij buiten zijn)." Surah 33:59 ( Soerat al-ahzaab:59 ).
    2 - SEX EN HUWELIJK
    Met hoeveel vrouwen mag een Moslim trouwen?
    De Islam staat Polygamie toe: Een man mag vier vrouwen tegelijkertijd huwen.
    "Huw vrouwen van je keuze, twee, drie of vier." Surah 4:3
    ( Soerat an-nisaa:3 ).
    Opmerking: Aan Mohammed, "De profeet van de Islam" werden extra privileges gegeven. Hem werd een ongelimiteerd aantal vrouwen toegestaan. Vast staat dat Mohammed, behalve verscheidene concubines, 13 echtgenotes had.
     
    Ayesha was pas negen jaar oud toen hij met haar trouwde, Mohammed was drieënvijftig jaar oud.
     
    Een andere vrouw, Zayneb Bint Jahsh, was zijn schoondochter. Toen Zaid, Mohammed’s geadopteer-de zoon, zag dat Mohammed zijn vrouw begeerde, liet hij zich van haar scheiden zodat Mohammed haar kon huwen.
     
    Wat is de seksuele rol van een vrouw in een huwelijk, volgens de Islam?
    De Islam beschouwt de gehuwde vrouw als een seks-object.
    "Jullie echtgenotes zijn als een stuk landouw-grond (een veld dat geploegd moet worden) voor jullie, dus benader je veld, wanneer of hoe je wilt." Surah 2:223 ( Soerat al-bakara:223 ).
    Is scheiding geoorloofd binnen de Islam?
    Een man mag zijn vrouw verstoten door dat mondeling uit te spreken. De vrouw heeft dit recht niet in de Koran.
    "Het zou kunnen zijn als hij zich scheidt van u, dat Allah hem in ruil echtgenotes zal geven die beter zijn dan gij."
    Surah 66:5 ( Soerat at-tahriem:5 ).
    Lees meer...   (4 reacties)
    april 07, 2012
    NIETS, HELEMAAL NIETS DUS!
    De heidense oorsprong van Pasen …
    “The Pagan Origin of Easter”
    David J. Meyer
    (Vrij vertaald René Voogt)
     
    Pasen is een dag die wordt geëerd door bijna iedereen uit het hedendaagse christendom en wordt gebruikt om de opstanding van Jezus Christus te vieren, vaak gepaard gaand met een kerkdienst bij zonsopgang, en een feest met “Paas Ham”, versierde eieren en verhalen die konijnen/hazen omvatten.
    Liefhebbers van waarheid komen om vragen te stellen, en veel vragen moeten er worden gesteld over de Paas vakantie.
    Is het echt de dag waarop Jezus verrees uit de dood? Waar kwamen al die vreemde gewoontes vandaan, die niets te maken hebben met de opstanding van onze Verlosser?
    Het doel van dit traktaat is om te helpen deze vragen te beantwoorden, en om degenen te helpen die proberen de waarheid te zoeken om hun eigen conclusies te kunnen trekken.
    Het eerste wat we moeten begrijpen is dat de belijdende christenen niet de enigen waren die een feest, “Pasen” genaamd vierden.
    “Ishtar”, wat wordt uitgesproken als “Pasen” was een dag die de wederopstanding herdacht van één van hun goden die zij “Tammuz” noemden, die werd beschouwd als de eniggeboren Zoon van de maan-godin en de zonne-god.
    In die oude tijden, was er een man genaamd Nimrod, die de kleinzoon was van één van Noach’s zonen “Ham” genaamd.
    Ham had een zoon Kush genaamd, die trouwde met een vrouw Semiramis. Kush en Semiramis kregen een zoon en noemde hem “Nimrod.”
    Na de dood van zijn vader, trouwde Nimrod met zijn eigen moeder en werd een machtig koning.
    De Bijbel vertelt over deze man, Nimrod, in Genesis 10:8-10 als volgt: “En Cusch gewon Nimrod: hij werd een machtige op de aarde. Hij was een geweldig jager voor de Heer:
    daarvoor wordt gezegd, zelfs Nimrod, een geweldige jager voor de Heer. En het begin van zijn koninkrijk was Babel, en Erech, en Akkad, en Calneh, in het land van Shinar.”
    Nimrod werd een goddelijk man voor het volk en Semiramis, zijn vrouw en moeder, werd de machtige koningin van het oude Babylon.
    Nimrod werd uiteindelijk gedood door een vijand, en zijn lichaam werd in stukken gesneden en verstuurd naar verschillende delen van zijn koninkrijk.
    Semiramis had alle lichaamsdelen verzameld, met uitzondering van één deel dat niet gevonden kon worden.
    Dat ontbrekende deel was zijn voortplantingsorgaan. Semiramis beweerde dat Nimrod niet weer tot leven kon komen, zonder dat deel en vertelde de mensen van Babylon, dat Nimrod was opgeklommen naar de zon, en nu “Baal” vernoemd zou moeten worden, de Zonne god ..
    Koningin Semiramis verkondigde ook dat Baal op aarde aanwezig zou zijn in de vorm van een vlam of kaars of lamp wanneer deze gebruikt werd bij de aanbidding/herdenking ..
    Semiramis creëerden een geheimzinnige religie, en met de hulp van Satan, zette ze zichzelf op als een godin.
    Semiramis beweerden dat ze onberispelijk werd ontvangen.
    Ze leerde dat de maan een godin was die door een 28-daagse cyclus ging, wanneer zij vol ovulated.
    Ze voerden bovendien aan dat ze naar beneden kwam van de maan in een reusachtige maanei dat in de rivier de Eufraat viel.
    Dit zou gebeurd zijn op het moment van de eerste volle maan na de lente-equinox.
    Semiramis werd bekend als “Ishtar”, wat uitgesprok-en wordt als “Pasen”, en haar maan ei raakte bekend als “Ishtar’s” ei.”
    Ishtar werd al snel zwanger en claimde dat het de stralen van de zonne-god Baal waren, dat haar zwangerschap veroorzaakte.
    De zoon die zij baarde werd Tammuz genoemd.
    Er werd opgemerkt dat Tammuz in het bijzonder dol was op konijnen, en zij werden ingewijd in de oude religie, omdat er geloofd werd dat Tammuz de zoon was van de zon-god Baäl. Tammuz, net als zijn vermeende vader, werd jager.
    De dag kwam dat Tammuz gedood werd door een wild varken.
    Koningin Ishtar vertelde de mensen nu dat Tammuz was opgeklomen naar zijn vader, Baal, en dat hun tweeën de aanbidsters zouden zijn in de heilige kaars of vlam als Vader, Zoon en Geest.
    Ishtar, die nu werd vereerd als de “Moeder van God en de Koningin van de Hemel”, bleef haar mysterieuze religie opbouwen.
    De koningin vertelde toen tot de gelovigen dat Tammuz werd gedood door wilde varkens, er wat bloed viel op de stomp van een altijd groenblijvende boom, en de stomp groeide s`nachts uit tot een volledig nieuwe boom. Dit maakte de groenblijvende boom heilig door het bloed van Tammuz.
    Ze kondigde tevens elk jaar voorafgaand aan zijn verjaardag een periode van veertig dage Rauw aan voor de dood van Tammuz.
    Gedurende deze tijd, zou geen vlees worden gegeten.
    Gelovigen moesten mediteren op de heilige mysteriën van Baal en Tammuz, en moesten het teken van de “T” vervaardigen aan de voorzijde van hun harten als zij herdachten.
    Zij aten ook heilig brood met de markering van een “T” of een kruis aan de top.
    Elk jaar, op de eerste zondag na de eerste volle maan na de lente-equinox, werd een feest georganiseerd.
    Het was Ishtar (paas) zondag en werd gevierd met konijnen en eieren.
    Ishtar verkondigde tevens omdat Tammuz gedood was door een varken, dat een varken gegeten moest worden op die zondag.
    Welnu, vanaf hier zou de lezer van dit traktaatje de verbinding moeten kunnen zien dat het heidendom de hedendaagse “christelijke” kerk heeft geïnfiltreerd, uit verdere studie blijkt dat dit heidendom binnen kwam door middel van het rooms-katholieke systeem.
    De waarheid is dat Pasen helemaal niets te maken heeft met de opstanding van onze Heer Jezus Christus.
    We weten ook dat Pasen zoveel als drie weken verwijderd kan zijn van het Paaslam, omdat de heidense feestdag altijd op de eerste zondag na de eerste volle maan na de lente-equinox is.
    Sommigen hebben zich afgevraagd waarom het woord “Pasen” staat vermeld in de King James Bijbel.
    Dat is omdat (acts) handelingen, hoofdstuk 12, ons vertelt dat het de boze koning Herodes was, die van plan was om Pasen te vieren, en niet de christenen.
    Pasen en het heidense Pasen vallen soms samen, maar in verschillende jaren liggen ze op grote afstand van elkaar.
    Zo veel meer kan gezegd worden, en we hebben nog veel meer informatie voor u, als u een zoeker naar de waarheid bent.
    We weten dat de Bijbel ons in Johannes 4:24: verteld dat “God een Geest is, en zij die Hem aanbidden, Hem moeten aanbidden in geest en in waarheid.”
    De waarheid is dat de veertig dagen van de vastentijd, eieren, konijnen, warme broodjes en het “Paas kruis” alles te maken hebben met de oude heidense religie van het Mysterie Babylon. En zijn allemaal antichrist activiteiten!!!!
    Satan is een meester misleider, en vulde de levens van goed bedoelende, belijdende christenen met afgoderij.
    Deze dingen brengen de toorn van God op kinderen van ongehoorzaamheid, die proberen de heidense gewoonten van de verering van Baal christelijke te maken.
    U moet zich verantwoorden voor uw activiteiten en voor wat u de kinderen leert.
    Deze gewoontes van Pasen en het eren van Baal, die ook Satan is, en nog steeds aanbeden word als de “Opkomende Zon” en zijn huis is “Het Huis van de Opkomende Zon.”
    Hoeveel kerken hebben “Opkomende Son diensten” op Ishtar (paas) dag die de opkomende zon in het Oosten in ogenschouw nemen?
    Hoeveel zullen gebruik maken van gekleurde eitjes en konijnen verhaaltjes, zoals ze dat deden in het oude Babylon.
    Deze dingen zijn geen grap, net zomin als de Dag des Oordeel een grap is.
    Ik bid tot God dat dit traktaat ertoe zal leiden dat u gaat zoeken naar meer waarheid.
    We zullen blij zijn om u te helpen door het verstrekken van meer informatie en door te bidden voor u.
    Dit zijn de laatste dagen, en het is tijd om berouw te tonen, kom naar buiten en zonder u af.

     
    David J. Meyer
    www.lasttrumpetministries.org/tracts/tract1.html
    Last Trumpet Ministries International
    PO Box 806
    Beaver Dam, WI 53916

    Originele artikel:
    http://www.hourofthetime.com/wordpresstest/?p=611

    http://hetuurvandewaarheid.info/2012/04/07/eng-nl-de-heidense-oorsprong-van-pasen-the-pagan-origin-of-easter/

    Lees meer...
    Was Sha'ul tegen de Thora?
     Door Dr. Dwight A. Pryor
     
    Grondlegger van Centrum voor Joods-christelijke studies betoogt dat Sha’ul nooit afval van de Thora heeft gepredikt, maar juist de Joodse plicht om de Thora na te leven als vanzelfsprekend opvatte.
     
    In ruime mate dankzij het werk van Joodse geleerden in Israël is de laatste tijd een portret van Yeshua naar voren gekomen als Joodse wijze die de Thora naleefde en die overtuigd optrad binnen het gangbare Joodse denken tijdens de Tweede Tempelperiode. Hierbij putte hij uit overgeleverde tradities en concepten. Deze inzichten krijgen meer en meer ingang in de belangrijkste kerken.

    Het zou fijn zijn als dit ook gezegd kon worden van de apostel Sha’ul. Een paar uitzonderingen daargelaten, kijken Joodse geleerden en rabbijnen negatief op hem neer: hij is een ‘bekeerling’ van Judaïsme naar christendom, die Israël en zijn Joodse erfenis overboord zette en zich tegen de Thora keerde.

    Het is niet toevallig dat dit vertekende beeld van Sha’ul sinds de vierde eeuw door de Kerk naar voren werd geschoven. Gelukkig geven verschillende evangelische geleerden nu voor het eerst een serieuze herbeoordeling van de ‘protestant Sha’ul’. En dat is nodig. Sha’ul’ verhouding tot de Thora en het Jodendom zijn traditioneel verkeerd voorgesteld.

    Als een toegewijde Farizeeër – zoals hij zichzelf aanmerkte – voelde Sha’ul een geloofsijver met betrekking tot de Thora en achtte hij zich "naar de gerechtigheid der wet onberispelijk" (Fillippenzen 3:6). Zelfs na zijn ontmoeting met de levende Yeshua, gaat hij ermee door zichzelf te identificeren als een Farizeeër (Handelingen 26:5). Hij maakte er werk van de feesten te vieren (Handelingen 20:16), en hij hield vol dat de Thora "geestelijk" is en het gebod "heilig, rechtvaardig en goed", en dat hij zich daarin "verlustigde". (Romeinen 7:12,14,22).

    Wij zouden er niet van moeten opkijken dat Sha’ul verkeerd begrepen is en dat kwaad van hem gesproken werd door de eeuwen heen. Dat was al zo van af het begin. Zelfs Keifa maakte de opmerking dat "daarin (in de brieven van Sha’ul) een en ander moeilijk te verstaan is" (2Keifa 3:16). Ook Ya’aqov zegt iets dergelijks.

    In Handelingen 21:20 doet Ya’aqov in Jeruzalem verslag aan Sha’ul : "Gij ziet broeder, hoe vele duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden (in Yeshua), en allen zijn zij ijveraars voor de wet", daarmee suggererend dat het naleven van de Thora normatief was voor Joodse gelovigen.

    Zij hadden gehoord dat Sha’ul de Joden "afval van Moshe" leerde en het opgeven van de gebruiken van het Jodendom, waaronder de besnijdenis (Hande-lingen 21:21). Dat was niet waar. Daarom raadde Ya’aqov Sha’ul aan een paar dingen te doen om te bewijzen dat dit gerucht een valse aanklacht was en dat Sha’ul in werkelijkheid "meeging in de onder-houding van de wet" (Handelingen 21:24).

    Sha’ul bewilligde in dat verzoek, niet vanwege compromis of dubbelhartigheid, maar omdat het waar was: als een volgeling van Yeshua ging hij door in zijn roeping als Jood om de Thora en de gebruiken van zijn volk na te leven. Bij drie andere gelegen-heden (Handelingen24:14; 25:8; 28:17) legt hij getuigenis af van deze veelbetekenende maar vaak over het hoofd geziene waarheid over hemzelf.

    Sha’ul’ levenswandel kwam overeen met wat hij "voorschrijft in alle gemeenten" (1Korintiërs 7:17-20): namelijk dat Joodse gelovigen "niet hun besnijd-enis moeten laten verhelpen", en dat gelovigen uit de heidenen zich niet moeten laten besnijden. Hier is door Sha’ul meer bedoeld dan alleen de fysieke besnijdenis. Tijdens de Tweede Tempelperiode stond besnijdenis voor het geheel van Joodse identiteit en verplichtingen.

    Met andere woorden: hij verlangde niet van heiden-gelovigen zich tot het Joodse naleven van de Thora te bekeren (besneden te worden), en evenmin hoefden Joodse gelovigen, evenals Sha’ul zelf, afstand te doen van hun Thoraverplichtingen. Ieder kon zich houden aan zijn eigen roeping (1Korintiërs 7:20).

    Deze uitspraak van Sha’ul komt overeen met wat de apostelen en kerkleiders op de vergadering in Jeruzalem (Handelingen 15) hadden beslist: het mag gelovigen uit de heidenen niet bevolen worden zich te laten besnijden en zich te houden aan alle wetten van Moshe, dat wil zeggen: zij mogen niet behandeld worden als Joodse bekeerlingen (Handelingen 15:5; 28,29).

    Het is eveneens van belang notitie te nemen van wat echter niet gezegd was tijdens die historische vergad-ering in Jeruzalem (zoals geleerden als Nanos en Wyschogrod hebben opgemerkt). Nooit werd tijdens de bespreking van het geschil de kwestie naar voren gebracht dat de aanwezige Joden de Thorageboden niet meer in acht zouden nemen, of daarvan ontslagen zouden zijn vanwege hun geloof in Yeshua.

    Het was een onbetwiste onderstelling dat Thora verplichtingen nog steeds op hun plaats waren voor iedereen, ook voor Sha’ul.

    Toen Kerkvergaderingen in de opeenvolgende eeuw-en formeel de Joodse gelovigen verboden nog langer als Joden te leven, en bij de doop van hen eisten dat zij elk ritueel en nakoming van de Joodse religie zouden afzweren, hebben zij effectief Sha’ul van Tarsus zijn lidmaatschap van de kerk ontnomen! Wij hebben sindsdien de gevolgen daarvan ondervonden.

    Dr.Pryor is grondlegger en directeur van het Centrum for Joods-christelijke Studies.
     
    Bron: Christenen voor Israël
    Lees meer...
    ZEVEN BEWIJZEN
    DAT GOD BESTAAT!
     
    De Schepper van hemelen en aarde, die in de Bijbel de Eeuwige wordt genoemd, wordt door veel mensen gedegradeerd tot iets. "Ja, er is wel iets", zeggen velen als je hen vraagt of ze geloven in het bestaan van God. En dat "iets'' is iets vaags, iets dat je soms zo in de Griekse mythologie kunt plaatsen.
     
    Atheïsten en de meeste - niet alle - geleerden, zoals natuurwet-enschappers, historici, geologen, nemen aan dat God niet bestaat! Kerkgangers, mensen die zich graag christenen noemen daarentegen, nemen zonder meer aan dát God bestaat! Zonder bewijs.
    Is het bewijs te leveren dat God bestaat? Het antwoord is ondubbelzinnig ja. Als wij de vraag nu anders stellen, bijvoorbeeld als volgt: staat iedereen er voor open om het bewijs te leveren? Het antwoord is dan: absoluut nee, vrijwel niemand. Het ligt er dus aan wie de vraag moet beantwoorden. Als iemand niet openstaat voor een bepaald vraag-stuk of er zelfs nog niet over wil nadenken, dan kan hij het bewijs ook niet leveren. Paulus zegt bijvoor-beeld dat de schepping een bewijs is van Gods bestaan. Daarbij doet hij een beroep op het verstand van de mens.
    "Er is geen God", is de opvatting van steeds meer mensen. De evolutietheorie is algemeen aanvaard. De aanhangers van deze theorie stellen dat evolutie een wetenschappelijk begrip is, schepping daarentegen een wijsgerig, c.q. theologisch begrip. Met andere woorden: de evolutionisten zijn van mening dat juist zíj hun verstand gebruiken en dat Paulus en zijn aanhangers zich bezig houden met vrome overpein-zingen, dus onwetenschappelijke overdenkingen.
    Is dat zo? Zou Paulus met gebruikmaking van dezelf-de natuurwetten die de evolutionisten zelf gebruiken niet kunnen aantonen dat de evolutietheorie niet deugt? Op wetenschappelijke gronden aantonen dat God bestaat?
    Er zijn vele bewijzen te leveren dat God bestaat. De evolutionisten bewijzen dat zelf.
    Sir Julian Huxley, kleinzoon van de beroemde aan-hanger van de evolutieleer Thomas Huxley verklaarde: "In de evolutionistische gedachtewereld is er niet langer behoefte aan, noch plaats voor boven-natuurlijke wezens, die in staat zijn de loop der gebeurtenis-sen te beïnvloeden. De aarde werd niet geschapen, zij ontstond geleidelijk. Dat was ook het geval met alle dieren en planten die erop leven, en wij mensen zelf, met ons verstand en onze ziel, ons brein en ons lichaam".
    De evolutionisten zijn niet bereid om zich te verdiep-en in de mogelijkheid van een schepping en dus ook niet in een Schepper. Zij accepteren de bron, de Bijbel, niet, daarentegen accepteert een oprecht christen hun bronnen wel, want dat zijn natuurwet-ten, elementen uit Gods schepping. Natuurkunde, biologie en geologie is geen vinding van de evolutio-nist maar een onderdeel van Gods schepping.
    Bestaat de Bijbel enkel en alleen uit een verzameling Hebreeuwse fabels of is het het dynamische, levende woord van een intelligente, alwetende schepper? Deze vragen verdienen een antwoord!
     
    Bewijs nummer ÉÉN
    Is de Bijbel in volkomen disharmonie met de hele wetenschap? Moeten christenen bang of huiverig zijn voor wetenschappelijke leerboeken? Zetten de laatste wetenschappelijke ontdekkingen de Christen 'schaakmat'.
    Het is van belang dat onze jeugd het onderwijs over de evolutie objectief beoordeelt.
    Voor het eerste POSITIEVE BEWIJS van het bestaan van God volgt hierna een citaat uit een typisch leerboek voor het hoger onderwijs, dat Genesis verwerpt. In hun voorwoord komen de schrijvers met verschillende verklaringen voor de oorsprong van de aarde naar voren:
    "Ons Melkwegstelsel, dat, zoals wij ons herinneren, slechts een klein deel van het heelal is, heeft waar-schijnlijk een duizend miljard jaren bestaan."
    "Maar er zijn enige vorderingen gemaakt in de pogingen om te verklaren hoe en wanneer de zon en zijn negen planeten ontstonden. Het bestuderen van het zonnestelsel geeft ons tenminste een aanwijzing tot de oorsprong van dát gedeelte van het heelal dat voor ons het belangrijkste is - de aarde."
    "De verklaring, die thans gewoonlijk wordt aangenom-en, wordt de Hypothese van het Dynamische Treffen genoemd, die omstreeks 1900 door T.C. Chamberlin en F.R. Moulton van de Universiteit van Chicago geformuleerd werd. In het kort suggereert dit, dat ons zonnestelsel geboren werd toen de zon benaderd werd door een andere reusachtige ster. Deze laatste maakte door de werking van de wet der zwaarte-kracht grote massa's gloeiend gas van de zon los. De van de protozon weggerukte massa's koelden geleidelijk af en kristalliseerden zich tot de kernen van planeten. Deze bleven om de zon draaien en werden door de aantrekkingskracht daarvan in hun banen gehouden."
    "De evolutie van de aarde tot haar huidige staat was zeer geleidelijk."
    Sla de schoolboeken van uw kinderen maar open of ga naar de bibliotheek. U kunt dan lezen wat aan studenten wordt onderwezen.
    Let goed op welke woorden knappe koppen gebruik-en om wetenschappelijk bewijs te leveren. We zien in de beginregels van dit studieboek woorden als waar-schijnlijk; enige vorderingen zijn gemaakt; pogingen om te verklaren; tenminste een aanwijzing; de verkla-ring die gewoonlijk wordt aangenomen; hypothese; en het suggereert.
    Wat een verzameling! "Enige vorderingen" die gemaakt worden, "pogingen" om te verklaren, tenminste een "aanwijzing" en het "suggereren" van een "hypothese". In plaats van hypothese mag je ook zeggen: wij vermoeden.
    Dan, in zeer zorgvuldige bewoordingen, na begonnen te zijn met een aantal "mogelijkheden" en "waar-schijnlijkheden" begint het boek te spreken van definitieve GEBEURTENISSEN UIT HET VERLEDEN, waarvan gezegd wordt dat ze hebben plaatsgevonden!
    Al deze waarschijnlijkheden en vermoedens worden zo maar omgedoopt tot definitieve gebeurtenissen.
    Maar laten wij het nog verder analyseren. U zult dan zien dat de geleerden zelf het EERSTE BEWIJS van het bestaan van God bevestigen.
     
    In het allereerste BEGIN bevestigen de schrijvers het bestaan van ons zonnestelsel - een "zon", een andere "reusachtige ster", de "werking van de wet der zwaartekracht", en grote "massa's gloeiend gas", en beweren dat deze gassen "geleidelijk afkoelden"!
    Zij vermelden ook hoe deze gassen "kristalliseerden" en vervolgens doorgingen "om de zon te draaien en door de aantrekkingskracht daarvan in hun banen werden gehouden!"
    Wat een fantastisch schouwspel! Hier is een geweldig, ons voorstellingsvermogen te boven gaand heelal - een geheel universum! Hier is een compleet sterren-stelsel, een reusachtige zon, de werking van zekere, definitieve, onwrikbare, onveranderlijke WETTEN! Hier is een verondersteld treffen tussen reusachtige hemellichamen, uitlopend in de veronderstelde vorming van ons huidige zonnestelsel!
    Denkt u zich dit eens in! Al deze talloze wetten, van warmte, licht, energie, beweging, de rotatie van hemellichamen, de wet van de zwaartekracht, het principe van isostatie, dat eist dat ieder lichaam dat een baan beschrijft, een bijna ronde vorm gaat aannemen en die blijft behouden en talloze andere wetten, gewoon te veel om op te noemen, die worden toegegeven te bestaan!
    Waar horen we te beginnen? Met een poging het bestaan van ons huidige zonnestelsel te verklaren? Welnee! Astronomen en andere geleerden vertellen ons, dat ons zonnestelsel slechts één van vele zulke stelsels is in het stelsel dat de 'Melkweg' genoemd wordt. Zelfs onze Melkweg is slechts één der ontelbare sterrenstelsels - in 1998 kwam men al tot 120 miljard - die weer een deel vormen van het onmetelijke, onbegrensde heelal. Onze aarde, zo verzekeren de astronomen ons, is slechts een derde-rangs planeet in een tweederangs zonnestelsel, dat verloren gaat in de uitgestrektheid van de schijnbaar grenzeloze ruimte!
    Wat wordt hier geïllustreerd? Volgens welke WET
    naderde de ene ster de andere? Volgens welke WET koelde hitte geleidelijk af? Door welke WET heerste er "aantrekkingskracht"? Welke WET was de oorzaak van de "werking der zwaartekracht"?
    Als we dergelijke literatuur, dat gebruikt wordt voor het onderwijs, kritisch lezen zien we dat de schrijvers iedere keer zijn uitgegaan van een geordend heelal, bestuurd door onwrikbare WETTEN.
     
    Als iemand meer waarde hecht aan de theorie van de Big Bang, zal ook dan worden uitgegaan van dezelfde wetten als zwaartekracht, aantrekkingskracht, enz.
    Het aanwezig zijn van WETTEN - onveranderlijke,  onherroepelijke, onzichtbare, maar actieve wetten VEREIST absoluut het bestaan van een GROTE WETGEVER!
    Waar horen we te beginnen? Met een poging het bestaan van ons huidige te verklaren? Welnee! Astronomen en andere geleerden vertellen ons, dat ons zonnestelsel slechts één van vele zulke stelsels is in het stelsel dat de 'Melkweg' genoemd wordt. Zelfs onze Melkweg is slechts der ontelbare sterrenstelsels - in 1998 kwam men al tot 120 miljard - die weer een deel vormen van het onmetelijke, onbegrensde heelal. Onze aarde, zo verzekeren de astronomen ons, is slechts een derde-rangs planeet in een tweederangs zonnestelsel, dat verloren gaat in de uitgestrektheid van de schijnbaar grenzeloze ruimte!
    Al deze waarschijnlijkheden en vermoedens worden zo maar omgedoopt tot definitieve gebeurtenissen.
    Wat een verzameling! . In plaats van hypothese mag je ook zeggen: wij vermoeden.
     
    Jakobus 4:12  Eén is wetgever en rechter, Hij, die de macht heeft om te behouden en te verderven.
     
    Bewijs nummer één: er is een Wetgever.
    Die WETGEVER is GOD! 
     
    Bewijs nummer TWEE
     
    Voordat we het volgende bewijs gaan bezien, is het wenselijk om eerst in eenvoudige termen de betekenis van het woord 'evolutie' uiteen te zetten. Er zijn namelijk veel processen die een evolutie ondergaan. Zo is onder andere het ontwikkelingsproces van muziek van eenvoudig tot complex in zekere zin een evolutieproces. De uitvinding van het wiel tot comfor-tabele voertuigen is eveneens een evolutieproces. Omdat alle technische uitvindingen dit proces hebben ondergaan, heeft dit misschien velen er toe gebracht aan te nemen dat een zelfde ontwikkeling in organische, levende materie heeft plaatsgevonden.
    In de encyclopedieën kunt u, misschien in wat andere bewoording, het volgende lezen:
    "Evolutie is de geleidelijke ontwikkeling van de een-voudige, ongeorganiseerde toestand van oorspronke-lijke materie tot de complexe structuur van het fysieke heelal; evenzo, van het begin van organisch leven op de bewoonbare planeet, een langzaam ont-vouwen en vertakken in al de verscheidene vormen van organismen, die het dieren- en plantenrijk vormen".
    Als je dan verder leest wat men bedoelt met het begin van organisch leven op de bewoonbare planeet dan kom je tot de conclusie dat men veronderstelt dat er eencelligen bestonden, waaruit alle leven is geëvolueerd. Evolutie theoretiseert uitgaande van de aanwezigheid van organisch leven - het heeft reeds LEVEN om mee te beginnen! Hoe minuscuul klein het organische leven ook was waar de mier, de olifant en ook de mens uit voortgekomen zijn - althans volgens hun theorie - er was leven. Het toont niet aan en heeft ook nooit aangetoond en zal ook nooit in staat zijn aan te tonen hoe leven ONTSTOND!
     
    De evolutietheorie (het woord 'theorie' betekent 'wij denken') stelt eenvoudig, dat alle levensvormen die wij tegenwoordig kennen, met inbegrip van de mensheid, alle planten- en dierenleven in al zijn grote verscheidenheid, zich geleidelijk ontwikkeld hebben uit de meest eenvoudige levensvormen tot de complexe, ingewikkelde, van elkaar afhankelijke soorten, welke wij tegenwoordig om ons heen zien; elk met zijn eigen levenskringloop en geaardheid, en elk zich voortplantend naar zijn aard.
     
    Evolutie stelt dat het primitieve leven zich in een "geleidelijk proces" door "inherente krachten" ontvouwde tot het complexe leven van nu.
     
    En hierin, juist in de kern van alle evolutiegedachten, ligt één van de grootste bewijzen dat God bestaat!
     
    Evolutionisten, genetici, biologen en geleerden op welk gebied dan ook, zijn nooit in staat geweest te demonstreren - en hebben ook niet het geringste bewijs kunnen leveren - dat LEVEN kan voortkomen uit iets dat niet leeft!
    Er is een ontzaglijke, grote, gapende kloof tussen leven en dood. Het grote hiaat tussen het niet-levende en het levende is zo wijd, zo onoverkomelijk, zo onpeilbaar voor de mens, dat evolutionisten alleen maar "veronderstellen" en raden kunnen en vage, ongegronde "theorieën" kunnen aanbieden over hoe het leven "had kunnen" beginnen!
    Er bestaat evenwel aan de andere kant een absolute, bewijsbare wetenschappelijke wet, die het tweede grote bewijs is voor het bestaan van een leven-gevende God!
    Dat is de Wet van Biogenesis!
     
    'Bio' betekent leven. 'Genesis' betekent begin. Deze wet is dus een wet betreffende het BEGIN van het leven! Deze wet is, in 't kort gezegd, de absolute wet dat het levende alleen uit het levende voortkomt: het niet-levende kan nooit het levende doen ontstaan of er geboorte aan geven, of het voortbrengen.
     
    Het feit alleen dat LEVEN voorkomt vereist een GEVER VAN LEVEN!
    Genesis 2:7 betreft een fundamentele doctrine:
    Als je dan verder leest wat men bedoelt met dan kom je tot de conclusie dat men veronderstelt dat er eencelligen bestonden, waaruit alle leven is geëvolueerd. Evolutie theoretiseert uitgaande van devan organisch leven - het reeds LEVEN om mee te beginnen! Hoe minuscuul klein het organische leven ook was waar de mier, de olifant en ook de mens uit voortgekomen zijn - althans volgens hun theorie - er leven. Het toont aan en heeft ook nooit aangetoond en zal ook aan te tonen hoe leven ONTSTOND!
     
    Gen. 2:7  toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen. St. Vert. levende ziel.
    De  Almachtige  God, het Zelf-Bestaande-Leven, degene, die  leven heeft, die Leven IS, die vóór alle dingen was, GAF leven aan de eerste mens en plaatste in de mens, in de dieren en al de planten, de levenscyclus die hen in staat stelt zich volgens bepaalde vastgestelde wetten voort te planten!
    Bewijs nummer twee: er is een Gever van leven.
    GOD IS DE GROTE GEVER VAN AL HET LEVEN! 
     
    Bewijs nummer DRIE
     
    Veel van deze bewijzen zijn op meer dan één aspect van het bestaan van een Almachtige God van toepassing; met andere woorden, het ene bewijs houdt tot op zekere hoogte verband met het andere. Het derde bewijs van Gods bestaan kan eenvoudig gegeven worden met het citaat, dat onder bewijs nummer één staat.
    Zoals opgemerkt, gaan aanhangers van de evolutie-leer, als zij proberen hun theorie te bevestigen, altijd uit van een ordelijk heelal en het aanwezig zijn van materie. De zogenaamde Evolutietheorie gaat dus uit van materie, bestaande wetten en "eenvoudig" leven!
    Wat is materie? Materie neemt ruimte in en heeft gewicht. Het hoeft noodzakelijkerwijze niet altijd zichtbaar te zijn, daar bepaalde gassen, en zelfs de lucht die u inademt, ook geclassificeerd worden als 'stof'.
    Vroeger spraken de geleerden nog over de wet van het "behoud van massa". Als een gevolg van de ontdekkingen in de kernfysica en vooral na de experimenten van Madame Curie met radium, zijn de geleerden nu echter tot de slotsom gekomen dat er in zekere mate van 'ontbinding' van materie (massa) sprake is!
    Deze afbraak van massa is een wetenschappelijk feit! Uranium (U 238) ontbindt zich via veel tussenstadia langzamerhand tot lood (Pb 206).
    Uranium, zoals u wellicht zult weten, is radioactief en geeft energie af in de vorm van stralingen. Over een periode van een schijnbaar onbeperkt aantal jaren, ontbindt dit radioactieve materiaal zich langzamer-hand tot lood! Er komt tegenwoordig geen nieuw uranium tot stand! Alle uranium moet eens, in het verre verleden, gecreëerd zijn! Als de wetenschap beweert dat uranium in eeuwigheid bestaan heeft, miljarden miljard jaren geleden ook al bestond, dan zou de voorraad uranium nu toch al lang ontbonden zijn tot lood? Uranium houdt vanzelf op te bestaan.
     
    Eenvoudig gezegd betekent dit dat de wetenschap bewezen heeft dat deze aarde langzaam afloopt! De aarde en het gehele heelal kunnen vergeleken worden met een reusachtige klok, die eens opgewonden werd! Hij is sindsdien langzaam aan het 'aflopen' en wordt niet door enig bekend of waargenomen of opgemeten proces weer 'opgewonden'!
    Het is alsof de mens op het toneel is verschenen te midden van een ordelijk heelal, dat langzamerhand aan het 'aflopen' is! Kijk naar de velden, bergen, valleien en de verschillende topografische  kenmerken om u heen.
    Jaren geleden observeerde een zekere Powell, één van de eerste Amerikaanse onderzoekers in de geolo-gie, de erosiekrachten van verschillende stromen en rivieren, en kwam daarbij tot de conclusie dat, indien hiervoor genoeg tijd zou zijn, stromend water elk oppervlak, ongeacht hoe hoog het voordien ook geweest was, zou afslijten tot wat hij het algemeen basispeil noemde, dat bepaald wordt door het niveau van de zeespiegel.
    Dit erosieproces kunt u voortdurend om u heen zien. Dat betekent dat hoe hoger en steiler de bergen zijn, des te sneller erosie plaats zal vinden en dat langzamerhand alle hoge gebieden op aarde lager gemaakt worden. De zeebodem, riviervalleien en lage gebieden worden langzamerhand opgehoogd, zodat uiteindelijk, indien genoeg tijd voorhanden zou zijn, de aarde, als dit proces zou doorgaan, vlakker en vlakker zou worden.
    Hoewel dit een geheel andere beschouwing is dan die van de ontbinding van uranium, dient het niettemin om aan te tonen dat de aarde langzamerhand 'afloopt'
    De wetenschap heeft dus aan de hand van de ontdek-kingen, gedaan op het gebied van de kernfysica, duidelijk bewezen dat materie niet eeuwig bestaan heeft!
    Materie moet op een zeker tijdstip TOT BESTAAN GEKOMEN ZIJN! Daar materie juist door zijn aard geen eeuwig verleden heeft gehad, moet het op een zeker punt een begin gehad hebben!
    De schepping, het bestaan van dingen als zodanig, vereist en vergt absoluut een Schepper! Dat wat ge-maakt wordt vergt een maker! Dat wat geproduceerd wordt vereist een producent!
    Materie is gemaakt zoals de wetenschap zelf aange-toond heeft - het 'gebeurde' niet zo maar en het heeft géén oneindig verleden! Daarom is het derde bewijs dat de schepping een grote SCHEPPER vereist!
     
    Materie moet op een zeker tijdstip TOT BESTAAN GEKOMEN ZIJN! Daar materie juist door zijn aard geen heeft gehad, moet het op een zeker punt een begin gehad hebben!
    Wat materie? Materie neemt ruimte in en heeft gewicht. Het hoeft noodzakelijkerwijze niet altijd zichtbaar te zijn, daar bepaalde gassen, en zelfs de lucht die u inademt, ook geclassificeerd worden als 'stof'.
     
    Bewijs nummer VIER
     
    Genesis 1:24-25  En God zeide: Dat de aarde voort-brenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo. 25  En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag dat het goed was.
     
    God heeft de dieren naar hun eigen soort, naar hun eigen aard gemaakt. Geleerden proberen een evolu-tionair patroon aan te tonen met hun 'vergelijkende embryologie', door een studie van teeltkeus, de erfelijkheidsleer en verscheidene andere aspecten van de biologie.
    Maar er is een absolute, onweerlegbare, onaantast-bare, onveranderlijke WET, die een sprong van de ene soort naar de andere soort verbiedt!
     
    Er zijn honderden verschillende variaties in een bepaalde soort en hoewel er Friese koeien zijn, het roodbonte IJsselvee en Argentijnse vleeskoeien, blijven het koeien! Het zijn geen katten en ook geen paarden en er is niet het minste teken van een geleidelijke verandering in een ander soort! Ze zijn allemaal van hetzelfde soort.
    Vergelijkende embryologie baseert zich op het feit dat de embryo's van vissen, kikkervisjes en mensen in hun eerste ontwikkelingsfasen erg op elkaar lijken. En dat is ontegenzeglijk waar! Het voegt echter niets toe aan de argumenten van de evolutionisten; integendeel, het geeft juist een STERKER bewijs voor het bestaan van God! De wetenschap wordt uitgedaagd het embryo van een vis tot een kikkervis of tot een mens te laten uitgroeien, of tot iets anders dan een vis van precies hetzelfde soort als de vis waar het eitje van afkomstig was!
    Nog een citaat uit een encyclopedie: "het is vaak lastig in de visies van evolutionisten fantasie en werkelijkheid van elkaar te scheiden. De basisfeiten zijn geen feiten in de gewone zin van het woord. Ze bevatten veel verborgen vooronderstellingen."
    Dat is een objectieve verklaring.
    De mens is niet uit een ander vreemd soort geëvolueerd. Geen overgang van vis naar mens. Hoewel, met de zeemeermin weet je het maar nooit. Geleerden hebben hun evolutietheorie door teeltkeus en het optreden van mutaties trachten te verklaren.
    Zij bewijzen eerder het bestaan van absolute, onver-anderlijke WETTEN betreffende de voortplanting van al het dieren- en plantenleven, en dat die wetten functioneren binnen bepaalde begrensde gebieden, die niet overschreden of gebroken kunnen worden!
    Hoewel wij tegenwoordig in staat zijn nieuwe variaties binnen een groter soort te kweken en te cultiveren, blijven ze toch steeds van hetzelfde SOORT en worden ze niet een nieuw soort van leven! Denk maar aan het fokken van hondenrassen. Hoe verschillend een pekinees en een sint-bernard er ook uitzien, het blijven honden.
    Er is een wet die het onmogelijk maakt om uit eencel-ligen van soort naar soort te evolueren totdat de soort van de mens bereikt wordt. Ook niet van aap naar mens. En dit is ook nooit aangetoond, slechts gesuggereerd. Het kan ook nooit aangetoond worden omdat wetten dit onmogelijk maken.
    Deze wetten worden gehandhaafd, ondersteund en in werking gehouden! Hoe? Door de Onderhouder - GOD!
    Het feit dat God zei, laat de aarde voortbrengen "naar zijn aard" en dat Hij die wet sindsdien heeft uitgevoerd en onderhouden, is het vierde bewijs van het bestaan van God!
    Dat is een objectieve verklaring. De mens is niet uit een ander vreemd soort geëvolueerd. Geen overgang van vis naar mens. Hoewel, met de zeemeermin weet je het maar nooit.Geleerden hebben hun evolutiet-heorie door teeltkeus en het optreden van mutaties trachten te verklaren.Zij bewijzen eerder het bestaan van absolute, onver-anderlijke WETTEN betreffende de voortplanting van al het dieren- en plantenleven, en dat die wetten functioneren binnen bepaalde begrensde gebieden, die niet overschreden of gebroken kunnen worden!Hoewel wij tegenwoordig in staat zijn binnen een groter te kweken en te cultiveren, blijven ze toch steeds van hetzelfde SOORT en worden ze een nieuw soort van leven! Denk maar aan het fokken van hondenrassen. Hoe verschillend een pekinees en een sint-bernard er ook uitzien, het blijven honden.
    Vergelijkende embryologie baseert zich op het feit dat de embryo's van vissen, kikkervisjes en mensen in hun eerste ontwikkelingsfasen erg op elkaar lijken. En dat is ontegenzeglijk waar! Het voegt echter toe aan de argumenten van de evolutionisten; , het geeft juist een STERKER bewijs voor het bestaan van God! De wetenschap wordt het embryo van een vis tot een kikkervis of tot een mens te laten uitgroeien, of tot als de vis waar het eitje van afkomstig was!Nog een citaat uit een encyclopedie: Dat is een objectieve verklaring.De mens is niet uit een ander vreemd soort geëvolueerd. Geen overgang van vis naar mens. Hoewel, met de zeemeermin weet je het maar nooit.Geleerden hebben hun evolutietheorie door teeltkeus en het optreden van mutaties trachten te verklaren.Zij bewijzen eerder het bestaan van absolute, onver-anderlijke WETTEN betreffende de voortplanting van al het dieren- en plantenleven, en dat die wetten functioneren binnen bepaalde begrensde gebieden, die niet overschreden of gebroken kunnen worden!Hoewel wij tegenwoordig in staat zijn binnen een groter te kweken en te cultiveren, blijven ze toch steeds van hetzelfde SOORT en worden ze een nieuw soort van leven! Denk maar aan het fokken van hondenrassen. Hoe verschillend een pekinees en een sint-bernard er ook uitzien, het blijven honden.
     
    Bewijs nummer VIJF
    Kijk om u heen! Wij leven in een buitengewoon gecompliceerde en veelzijdige wereld, waarin alles van elkaar afhankelijk is!
    Het is een wereld die getuigt van een GROOT ONTWERP.
    U heeft nog nooit een lelijke zonsondergang gezien! U heeft nooit een lelijk berglandschap of zeegezicht waar dan ook op deze aarde gezien, tenzij het door de mens was bezoedeld! Alles is harmonisch.
    Het leven, zoals wij het kennen, is geheel afhankelijk van andere levensvormen. Niets leeft of sterft voor zichzelf.
    De mens voedt zich met planten, vruchten en bijvoorbeeld zo nu en dan een gebraden kip. De vruchtbomen hebben op hun beurt bestuiving nodig, de kip heeft graan nodig, enz.
    De vraag aan de aanhangers van de evolutieleer is nu: Wat "ontwikkelde zich" het eerst, de bloem of de bij? Kwam de bij gedurende duizenden, miljoenen of miljarden jaren tot ontwikkeling, onafhankelijk van het voedsel van bloemen en planten, die zijn levensonderhoud uitmaken?
    "Ontwikkelden" bloemen, grassen, bomen en graansoorten zich allemaal langzaam en geleidelijk over een periode van miljoenen of miljarden jaren, onafhankelijk van de kleine bij, waarop zij aange-wezen zijn voor de voortzetting van hun bestaan?
     
    Of kwam er op zekere dag zomaar een heel klein primitief plantje uit de aardbodem dat op een bloem-pje leek. Zo snel werkt de evolutie natuurlijk niet. Het had een bijtje nodig om zich voort te kunnen planten en wel ja, heel toevallig precies op dezelfde dag ontwikkelde zich uit één van de massa krioelende celletjes zomaar een beestje dat wel iets van een bij weg had. De eencelligen waren er al volgens de geleerden. Hoe kregen die voeding? Kon de bij voor de bestuiving zorgen? Daar had dat bijtje een ander bloempje voor nodig, maar dat moest nog geëvolueerd worden. Bovendien hadden zijn vleugels nog een evolutionaire ontwikkeling nodig voordat hij kon leren vliegen. En voor zijn eigen voortplanting had hij een vrouwtje nodig. Wanneer zou die uit die prut cellen komen? Dus, aan het eind van de dag: krakkemikkig bloempje dood en krakkemikkig bijtje dood.
    Dit zijn totaal onoverkomelijke en niet te beantwoor-den vragen voor de evolutionisten! De eeuwenoude vraag, "Wat kwam het eerst, de kip of het ei?", is een vraag, die de evolutionist interessant zou moeten vinden. Maar hij vindt het een flauwe vraag. Waarom? Eenvoudig omdat hij die niet kan beantwoorden!
     
    Vanuit zijn standpunt bekeken komt het hem beter uit, er de gek mee te steken en te trachten zo'n vraag van zich af te zetten wanneer hij die niet kan beantwoorden!
    Deze totale onderlinge afhankelijkheid van alle levensvormen - dat geweldige ontwerp dat zichtbaar is in alle aspecten van dit heelal, duidt op één Beginner, één grote Architect en Ontwerper, die de opzet van een groots scheppingsplan, waarin  alle  levensvormen passen, uitdacht en uitvoerde. Alles is kant-en-klaar geschapen, zodat alle levensvormen kunnen bestaan en functioneren. De ene levensvorm heeft de andere nodig.
    Niets leeft of sterft voor zichzelf alleen. Ieder levend wezen, of het nu een plant of een dier is, verschaft, wanneer het sterft, verder levensonderhoud aan andere levende wezens. Wat zien we in een bos? Een boom groeit, sterft tenslotte en valt, alleen maar om deel te gaan uitmaken van de bosgrond en organische elementen te verschaffen aan de jonge bomen, die hij in zijn leven gezaaid had!
     
    De aarde in dit onmetelijke heelal en waarop wij leven en ademhalen, is een wereld die getuigt van een groots plan. Het is zo'n complex en ingewikkeld ont-worpen wereld, dat de eerste poging het kleinste deel ervan te onderzoeken ons reeds de adem beneemt.  
     
    Alleen al het wonder van de dag en nacht of de vleugel van een arend of van een vlieg, de pracht en praal van een zonsondergang, de facetten van een kwartskristal en bovenal het overweldigende meest-erstuk van de gehele schepping, de mens, duiden er allemaal op dat voor zo'n ingewikkeld ontwerp, EEN EEUWIGE ONTWERPER MOET BESTAAN!
    Vanuit zijn standpunt bekeken komt het hem uit, er de gek mee te steken en te trachten zo'n vraag van zich wanneer hij die niet kan beantwoorden!
     
    ONTWERP in het heelal bewijst het bestaan van een ONTWERPER! Dat is bewijs nummer vijf.
     
    Bewijs nummer ZES
     
    Dit zesde bewijs is vervulde profetie!
    Ongeveer een derde van de Bijbel bestaat uit profetie
    Ongeveer een derde van de Bijbel bestaat uit
    En hoewel het grootste deel hiervan op onze tegen-woordige tijd slaat, zijn er vele profetieën, die reeds vervuld zijn en die vandaag aan de dag voortgaan vervuld te worden!
    Honderden jaren geleden zond God Zijn profeten naar grote steden als Babylon, Ekron, Asdod, Askelon, Tyrus en Sidon. Deze profeten - eenvoudige mensen die met een boodschap waren gemachtigd - voorzegden het verval, de ondergang en de precieze vorm van het lot dat elk van deze oude steden zou treffen!
    En zonder mankeren GEBEURDEN al deze dingen, in elk van die afzonderlijke gevallen, op precies de vooraf bepaalde tijd!
     
    Alleen al het feit dat God in staat is de toekomst te voorspellen en die voorspelingen te doen uitkomen, is een bewijs van Zijn bestaan! Het zesde bewijs is vervulde profetie. 
     
    Bewijs nummer ZEVEN
     
    Dit laatste bewijs is voor Christenen misschien het grootste bewijs van allemaal. Het is het bewijs van verhoord gebed!
    Maar, aangezien sceptici, atheïsten en twijfelaars nooit hebben gebeden en daarom nooit hebben meegemaakt dat gebeden verhoord worden, blijven zij twijfelen of verwerpen!
     
    Zij denken verhoord gebed te kunnen verklaren als een toevallige samenloop van omstandigheden of als gevolg van "concentratie". Veel mensen schijnen vandaag aan te nemen dat verhoord gebed alléén maar een gave is als een gevolg van "positief denken" of een psychologische aanpassing!
     
    Werkelijk verhoord gebed is een goddelijke, boven-natuurlijke INTERVENTIE - een volledige, WONDERBAARLIJKE tussenkomst en antwoord van de Almachtige God! Het is het gevolg van gehoorzaamheid aan Gods wetten, van vragen naar Zijn wil en dan, in vertrouwen GELOVEN totdat het antwoord komt!
    Deze zeven bewijzen van het bestaan van de Almachtige God kunnen met nog veel meer bewijzen uitgebreid worden.
    Maar, aangezien sceptici, atheïsten en twijfelaars en daarom nooit hebben meegemaakt dat gebeden worden, blijven zij twijfelen of verwerpen!
     
    C o n c l u s i e
     
    Evolutionisten gaan uit van veronderstellingen, spre-ken over pogingen om te verklaren, of verklaringen die gewoonlijk worden aangenomen of waarschijn-lijkheden en buigen die om tot definitieve gebeurte-nissen uit het verleden waarvan gezegd wordt dat ze hebben plaatsgevonden.
     
    ÉÉN
    Het eerste bewijs van Gods bestaan is dat de evolutionisten uitgaan van bestaande wetten. Er is dus een Wetgever.
     
    TWEE
    Een bewijsbare wetenschappelijke wet, de Wet van Biogenisis, leert dat het levende alleen uit het levende voortkomt. Er is dus een Gever van leven.
     
    DRIE
    Materie moet op een zeker tijdstip tot bestaan gekomen zijn. Stel eens dat uranium in 10 miljard jaar in overgangsfasen ontbindt tot lood. Als uranium eeuwig zou hebben bestaan, dus veel langer dan 10 miljard jaren, dan zou er vandaag geen uranium meer bestaan. Maar er is nog heel wat uranium.
     
    Door erosie zou de aarde zonder begin vlak moeten zijn, een vlakke bol zonder bergen en dalen. Er is dus een begin van materie en dat vereist een Schepper.
     
    VIER
    Alle levende wezens zijn geschapen naar hun eigen aard. De mens kan dus niet ontstaan zijn uit een vreemd micro-organisme of uit een aap.
    Laat de wetenschap ....
    Lees meer...
    Heilig
     
    Op een bepaald moment kwam ik niet verder in mijn geestelijke groei.  Ik was meer dan 15 jaar christen, en toch stond ik op een dood punt. Al schreeuwend vanuit mijn ziel naar meer van God, naar de waarheid die werkelijk vrij maakt, al zoekende kwam ik tot de ontdekking dat wat ik in de bijbel las niet in mijn leven zichtbaar zag. Het zag er aan de buitenkant heel mooi uit maar van binnen had ik honger en was het droog en dor. Samen met Sonia die het zelfde ervaarde zijn we God gaan zoeken, hebben ons "apart" gezet een week, door vasten en bidden, los van alles, we keken geen t.v., we lazen geen kranten, ontmoetten geen mensen, wij en God.
     
    God heeft grote dingen gedaan die week. Vanaf die tijd is ons leven 180 graden omgedraaid. Het balletje ging rollen, van het een kwam het ander. We ontmoetten nieuwe mensen, die ons nieuwe dingen openbaarden waar onze harten ja en amen op schreeuwden. Al gauw kwamen we bij heiliging. We ontdekten dat dat een hele serieuze zaak is voor God. Maar ook voor je eigen leven. Wil je in aanmerking komen voor alle beloften moet je heilig zijn. Laten we ons een weg voorstellen. Een gouden weg. Verhard, zonder bobbels of putten, zonder stenen erop. Gewoon een mooie geplaveide gouden weg. Ernaast loopt een karrenspoor, modderig, diepe sporen. Iedereen zoekt naar de gouden weg. Waar alle beloften op gelden, rust, vrede, vrucht van de Geest, gelijk worden aan Hem enz. Maar toch zijn we ge-neigd om op het karrenspoor door te blijven ploegen. Waarom? Veel christenen kennen de tekst "we zijn in de wereld maar niet van de wereld". Zo zou het moeten zijn. Maar vaak zien we wat anders. We zien vaak in de wereld en van de wereld. Dat komt omdat we toch aan alle dingen van de wereld meedoen. En dat dan vervolgens als ''zegeningen'' zien. Maar God spreekt over andere zegeningen. Hij zegt zoekt eerst Mijn Koninkrijk en al het andere zal Ik je schenken. Dus, het karrenspoor kan vol zogenaamde zegeningen zitten, maar je kan toch honger en verlangen hebben naar meer. Een goede baan, een positie in de gemeente, mooie huizen, dure auto's hoeven geen zegening van God te zijn. Het kunnen wel middelen zijn om ons op het karrenspoor te houden?? De weg naar het Koninkrijk is die gouden weg, waar je niet hoeft te ploeteren om vooruit te komen. Maar om op die weg te komen moet je je laten heiligen. Dat is dus iets meer dan "apart" gezet worden. 
    Dat was het verlangen in ons hart.
    Al hadden we onszelf een week apart gezet, beseften we wel dat God er iets diepers mee bedoelt. Hij leerde ons wie we zijn in het vlees en liet ons zien dat we over het vlees moesten heersen. Dat we niet alleen onze zonde moesten inleveren, maar heel ons zijn. Wie we zijn geworden in dit leven door opvoeding, de maatschappij, opleidingen, pijn, kerkelijke achter-grond enz...  Dat was even best schokkend, als je jezelf ziet in je vlees. Er zit echt niets goeds in de mens, hoe we ook onze best doen om "heilig" te lijken. Want het is heilig doen, niet heilig zijn. Heilig zijn heeft niets te maken met de werken die je doet, het heeft met je hart te maken. Het oordeel van God in alles toe te laten, want oordeel is scheiding brengen tussen goed en kwaad. Zijn zwaard in je hart toe te laten en Zijn Zwaard is het Woord dat uit Zijn Mond komt. Het is de Geest in ons die ons overtuigd van zonde, het is de Geest die ons onderscheiding geeft van vlees en geest. Heiliging is een proces, vaak van sterven aan jezelf. Het heeft niets met die ander te maken maar alles met jezelf. Het is een zaak tussen God en onszelf. We ontdekken dat God heel anders naar dingen kijkt dan wij, dat Hij zaken heel anders belicht dan wij, dat Hij hele andere dingen belang-rijker vindt dan wat wij belangrijk vinden. Heiliging heeft ook te maken met loskomen van alles wat ons bindt, bevuilt. Dat kunnen harde momenten zijn. Want we moeten dan losgemaakt worden van mensen waar we van houden, van ideeën waar we van dacht-en dat ze goed waren enz. We gaan leren dat Hij heel anders naar mensen kijkt, zij waarvan wij dachten dat ze helemaal super waren blijken ineens niet zo super te zijn. En zij die niets lijken te zijn blijken heel groot te zijn in Zijn Koninkrijk. God leert ons dat we naar harten moeten kijken, allereerst die van onszelf en dan naar die van de ander. Niet naar buitenkanten kijken, hoe mooi of hoe lelijk ze ook kunnen lijken. We leren te zoeken naar de vrucht van de Geest in onszelf en in die ander. Dat wordt belangrijker dan tekenen en wonderen, mooie gebeden, kennis, mooie preken enz..
     
    Dus heiliging is een proces die meestal in het verbor-gene gebeurt, in je hart door de heiliging wordt je ingevoegt in Het Lichaam. De vruchten worden zichtbaar in je leven in alles wat je onderneemt, leef je een geheiligt leven zullen de vruchten zoet en van de Geest Gods zijn, leef je je eigen leven dan zullen er vruchten zichtbaar worden van het vlees en vanuit deze wereld, je denken, je voelen, je houding enz...
     
    bron : Onbekend 
    Lees meer...
     
    Shalom broeders en zusters,...
    Onderstaand een interessante meditatie.

    KERK & ISRAËL

     

    DE THORA BLIJFTVAN KRACHT 

     

    Romeinen 3:1-3:  1Wat hebben de Joden dan nog voor op anderen? Heeft het enig nut dat men besneden is? 2Zeer zeker, en in ieder opzicht. In de eerste plaats zijn het de Joden aan wie God zijn woord heeft toever-trouwd. 3. Maar wat is daarvan de zin? Wanneer sommigen van hen God ontrouw zijn geworden, zal dat dan geen einde maken aan Gods trouw? Natuurlijk niet. Ieder mens is onbetrouwbaar, maar God is betrouwbaar…

     

    Jesaja 42:4b … op zijn wetsonderricht(namelijk van de knecht van God) zullen de kustlanden wachten. 

     

    “Joden hebben de Thora, en wij, christenen, hebben Jezus,”zo wordt vaak gezegd.

     

    Het verschil tussen Joden en Christenen is hiermee aangegeven. Totdat we verder gaan denken: ís dat eigenlijk wel zo? Geldt de Thora voor Christenen na Jezus niet meer, terwijl hij zelf toch duidelijk zei dat hij niet van plan was om de Wet of de Profeten af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen? En betekende het, toen Jezus zijn verzoeningswerk volbracht had, dat het daarna niet meer hoefde, te leven naar de Thora, of  gold veel meer: “Ik heb het jullie voorgedaan, en nu gaat het pas goed beginnen?”Gelovige Joden maken nog steeds ernst met het houden van de geboden. Zij proberen hier-mee om het leven aan de hand van de richtlijnen, in de Thora gegeven, vorm te geven zoals de Eeuwige het bedoeld heeft. Als Christenen hebben we hier niet altijd waardering voor gehad. Zeker niet voor bijvoorbeeld de spijswetten, en de rituele en cultis-che voorschriften. Wij wisten beter, werd gedacht.

     

    Deze gedachte maakt ook het Kerk & Israël werk niet altijd gemakkelijk. Hoe kun je je inzetten voor de verbondenheid met het jodendom als je alleen oog hebt voor de verschillen? Zeker, Jezus was een Jood, dat weten we. Maar verder? Wat doen we met die wetenschap?

     

    Heeft het zin om ons in gedachten betrokken te weten bij de viering van de joodse feestdagen, uit solidariteit met Jezus, omdat hij die vierde? Of spreekt de symboliek van de feesten ons misschien aan? 

     

    Jood-zijn is ook na Christus geen gepasseerd station. In tegendeel. Eerder is het andersom. Wanneer heiden-volkeren de Thora gaan houden, worden ook zij ‘besneden jood’ genoemd. Zouden we niet beter kunnen zeggen: In Jezus hebben ook christenen met de Thora te maken gekregen, in ieder geval met de morele en ethische kant daarvan?

     

    Het ‘voorrecht van de jood’ en het ‘nut van de besnijdenis’ blijft, in alle opzichten. Het belangrijk-ste is wel, volgens Paulus, dat aan joden het woord van God is toevertrouwd. De Thora blijft in alle opzichten van kracht.Wel moet worden beseft dat niemand door het vervullen van de werken, de mitswot, gerechtvaardigd wordt, niemand is recht-vaardig uit zichzelf. Ieder wordt gerechtvaardigd door het vertrouwen, dat Jezus heeft gesteld, schrijft Paulus. En verderop, in Romeinen 9 vs. 4zegt hij: de wet, de Thora, vindt zijn doel in Christus. In de NBG vertaling staat: ‘Christus is het einde der wet,’wat misschien velen van ons op het verkeerde been heeft gezet. Alsof het daarna niet meer nodig zou zijn naar de Thora te leven. De Nieuwe vertaling geeft anders weer waar het om gaat: Christus is het doel, de zin van de Thora. In Christus staat de waar-heid van de Thora meer dan ooit te stralen voor Jood en voor Griek. Het leven wordt er door geordend, de bedoeling van God met het leven wordt zichtbaar als mensen zich naar de Thora richten. Er komt ruimte voor bijbelse begrippen als vrede en gerechtigheid. Dus gaat het ook vandaag nog om een leven met de Thora, zoals ook Jezus zijn hele leven met de Thora geleefd heeft. “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.” zegt Jezus volgens het Mattheüs-evangelie bij zijn afscheid. Dit levensonderricht hebben wij met joden gemeen. In de steeds veranderende situaties van het leven is dit onderricht, altijd gebaseerd op de Thora, door de grote joodse geleerden en uitgewerkt en geactualiseerd. Vertrouwd met de oude teksten en die steeds belevend van binnenuit, komen zij tot verrassende inzichten. Iedere nieuwe situatie in het leven vraagt immers om een nieuwe interpretatie van de oude, vaststaande waarheid, ook voor christenen boeiend om te lezen. 

     

    Nog iets hebben wij gemeenschappelijk: de beloften door de Eeuwige aan Israël gedaan,waar wij, door Jezus, ook deel aan mogen hebben. Ze gaan over terugkeer en herstel voor Israël, maar ook over de komst van het Koninkrijk van de levende God, waar we nu al vast hier en daar een glimp van mogen laten zien, als een oase in de woestijn. Dit vraagt van ons vaak creativiteit, trouw en doorzettingsver-mogen, soms gaat er zelfs een worsteling aan vooraf. Zo mogen we bijdragen tot de heiliging van de Naam, waar we keer op keer om bidden

     

    Onder invloed van wat de media berichten wordt de solidariteit van de kerk met Israël op de proef gesteld. Maar als we bedenken wat ons verbindt, breekt het licht door en kunnen we beter zien waar het om gaat. 

     

    Tenslotte zal de Thora de volkeren verenigen, zegt Jesaja, als ze eens samen naar Jeruzalem zullen optrekken om levensonderricht te leren. 

     

    En dan is het vrede.

     

    Louise Katus-Luyendijk

     

    Bron: Van zondag naar sabbath, meditatie Sj. van der Zee.

     

    Met vriendelijke groet en in Jeshua verbonden,

     

    Wim Verdouw

     

    Immanuël, Gemeente van het Levende Woord
    Lees meer...
    ik wilde hier een bijbelstudie plaatsen van eindtijdinbeeld.nl/
    bedelingen Gods
    doch ik vind het beter om deze bijbelstudielink te plaatsen.
     
     
    klik gewoon op
     1
    Lees meer...

    Besnijdenis

    Besnijdenis (Hebreeuws mîlah, hlwm, Grieks peritome, peritomh, Latijn circumcisio) is het wegnemen van de voorhuid van het mannelijk lid. Door deze ingreep werd men opgenomen in de gemeente van het oude verbond. Volgens Gen. 17  ontving Abraham een jaar voor de geboorte van Izaäk het bevel van God om zichzelf en alle mannelijke personen in zijn huis te besnijden. 

     De wetten in Tenach veronderstellen het bestaan van dit gebruik en vermelden het alleen terloops (Lev.12:3). Niet alleen alle zonen van Israëlieten maar ook de slaven die gekocht of in het huis geboren waren, moesten besneden worden. Wie zich hieraan onttrok sloot zich buiten het verbond van God en werd met uitroeiing bedreigd (Gen.17:14; Ex.4:24 ) Vreemdelingen, die in het land Israël woonden, waren niet genoodzaakt om zich te laten besnijden. Maar buitenlanders die in de gemeente wilden worden opgenomen en tot de Paasmaaltijd toegelaten wilden worden, moesten niet alleen zichzelf maar ook al de mannen van hun huis aan het heilige gebruik onderwerpen (Ex.12:48 ).  

    Dergelijke besneden mensen werden later "proselieten der gerechtigheid" genoemd, in onderscheiding van degenen die niet besneden waren en die "proselieten der poort" heetten. Ook voor zoons van Joodse vrouwen en heidense vaders was de besnijdenis niet verplicht (Hand.16:1).

     

    De gebruikelijke dag voor de ingreep was de 8e dag na de geboorte; reeds Izaäk werd op die dag besneden (Gen.17:12; 21:4  Lev.12:3  Luc.1:59; 2:21 ; Fil.3:5  De besnijdenis had zo vroeg plaats om zo spoedig mogelijk te bezegelen, dat het kind door natuurlijke afkomst bij het volk van God hoorde, maar niet vóór de 8e dag, omdat de tweede week gold als het moment waarop het nieuwe wezen tot een zelfstandig bestaan kwam, onafhankelijk van de moeder. Om deze reden mochten ook jonge dieren pas na de 8e dag geofferd worden (Ex.22:30; Lev. 22:27 ). De sabbat was geen reden tot uitstel.

     

    In diverse gevallen was bij uitzondering uitstel tot de 12e dag geoorloofd; als reeds twee zoons van dezelfde moeder aan de besnijdenis gestorven waren, mocht men het nog langer uitstellen, en bij zieke kinderen wachtte men de genezing af, voordat de besnijdenis uigevoerd werd. De ingreep kon worden uitgevoerd door elke andere Israëliet, in geval van nood ook door vrouwen (Ex.4:25 ). 

     

    Later werd zij dikwijls door artsen verricht, maar dan altijd door Joodse. Tegenwoordig is zij het werk van de mohel.

     

    In de tijd van het Oude Testament gebruikte men stenen messen (Ex.4:25; Joz.5:2); in de dienst van het heilige stelde men oude en eenvoudige middelen boven latere uitvindingen. Later gebruikte men stalen messen.

     

    Bij baby's is de operatie (zeker tegenwoordig) veilig. Maar bij volwassenen zijn er meer risico's, vroeger vooral vanwege de meer of minder ernstige ontsteking, die gepaard ging met de pijn die op de derde dag vaak hevig was (Gen.34:25 ). Samen met de besnijdenis vond meestal de naamgeving plaats (Gen.17:5; Luc.1:59; 2:21). Voor personen van het vrouwelijk geslacht bestond geen bijzonder teken van opname in de gemeente. Vrouwen golden namelijk als afhankelijk van de huisvader of een andere man.

     

    De besnijdenis was door de eeuwen het teken dat men bij het uitverkoren volk behoorde, in onderscheiding van Kanaäniet-en, Filistijnen en andere onbesnedenen met wie Israël in aanraking kwam. Zodoende konden de 100 voorhuiden in 1 Sam.18:25vv, vgl. 2 Sam.3:14  als bewijs dienen dat er even zoveel Filistijnen verslagen waren. Zolang Mozes in Midian was, had hij zijn zoon niet besneden (Ex.4:25 ). Maar bij de uittocht uit Egypte waren alle Israëlieten wel besneden. Omdat de generatie die in de woestijn was geboren, de besnijdenis niet had ondergaan, voerde Jozua ze direct na de aankomst in het beloofde land in Gilgal uit (Joz.5:1-9). Pas toen dit gebeurd was, was de smaad van Egypte van hen afgenomen, omdat zij pas door de besnijdenis een zelfstandig volk werden, het eigendom van de HEERE, voor altijd verlost van de ellende en de smaad van de slavernij in Egypte. 

     

    Dat daarna iedereen besneden werd blijkt uit het feit dat men de Filistijnen kortweg als "onbesnedenen" aanduidde (Richt. 14:3; 15:18; 1 Sam.14:6; 17:26,36; 2 Sam.1:20  hiermee drukte men de nationale afkeer van hen uit./en voor besnijdenis en wet voort uit nationaal-politieke beweegredenen, maar later ontaardde hij in een godsdienstig fanatisme. Zelfs Joods-christelijke kringen waren er niet vrij van. De strijd van de apostel Paulus met zijn Judaïstische tegenstanders ging hoofdzakelijk over de vraag of heidenen besneden moesten worden om aan de zegeningen van het geloof deel te hebben. De besnijdenis zou hen dan tevens tot het houden van de hele wet verplichten.

     

    Sedert de tijd van Antiochus Epifanes waren er ook Joden die de voorvaderlijke gebruiken niet meer in acht namen en de besnijdenis nalieten. Sommigen probeerden zelfs, om de vervolging en de spot van de heidenen te ontgaan, hun besnijdenis te verbergen of door heelkundige en andere middelen te verhelpen (1 Kor.7:18).

     

    De besnijdenis komt niet alleen bij de Israëlieten, maar ook bij andere volken voor. Het minst verbaast het natuurlijk, dat zij ook aangetroffen werd bij die Arabieren die van Abraham afstammen. De Koran veronderstelt dan ook, net als de Mozaïsche wet, de besnijdenis als een bestaande gewoonte. Anders dan bij de Israëlieten heeft de besnijdenis bij de Arabieren pas tussen het 6e en 15e jaar plaats, meestal in het 13e: op die leeftijd werd ook Ismaël besneden (Gen.17:25 ). 

     

    Let op ! Ismael is niet de erfgenaam zoon van abraham maar Izaak.

     

     Van de afstammelingen van Abraham moeten de Edomieten de besnijdenis al vroeg hebben nagelaten, als zij deze ooit in acht genomen hebben. De Moabieten en Ammonieten hebben haar, voor zover wij weten, nooit gekend. Zij worden daarom met de Edomieten tot de onbesnedenen gerekend (Jer.9:25-26 ). De Assyriërs en de Babyloniërs kennen deze gewoonte niet, maar zij was wel in Egypte in gebruik. Dat weten we van Herodotus, Diodorus, Philo, Josefus, Clemens, Origenes e.a., maar ook van Egyptische monumenten, zoals een afbeelding van een besnijdenis in een tempel te Karnak; bovendien zijn bijna alle onderzochte mummies besneden.

     

    Toch is het onzeker of zij in Egypte algemeen gebruik was, zoals Herodotus en Philo schijnen te beweren. Josefus, Clemens en Origenes menen dat alleen de priesters de benij-denis ondergingen, en zij die in de mysteriën ingewijd werden of zich op de hogere wetenschappen gingen toeleggen. In ieder geval blijkt uit de laatste verklaringen door wie zij in later tijd onderhouden werd. Uit Joz.5:9  en Jer.9:25-26  kunnen we niets hierover opmaken, en uit Ezech.31:18; 32:19  blijkt misschien alleen dat de koning van Egypte, die bij zijn troonsbestijging altijd in de priesterkaste werd opgenomen, besneden was. De ceremonie had tussen het 6e en 14e jaar plaats. In Egypte was besnijdenis al lange tijd vóór Abraham in zwang. Oorspronkelijk was zij dus waarschijnlijk een gebruik van de nakomelingen van Ham (Cham) dat vanuit Egypte tot de Semieten doordrong en ook door Abraham en zijn nakome-lingen werd overgenomen. Dat Abraham de besnijdenis in-voerde krachtens een goddelijke openbaring wordt hiermede volstrekt niet ontkend of betwijfeld. Ook sluit het niet uit, dat Abraham haar in Egypte heeft leren kennen; het verhaal in Gen.17  schijnt deze bekendheid zelfs te veronderstellen, want er wordt geen nadere aanwijzing over de uitvoering van de besnijdenis gegeven.

     

    Over de betekenis en het doel van de besnijdenis het volg-ende: het is een verkeerde uitlegging van Ex.4:24vv als men haar een bloedig offer van het eigen lichaam noemt. Het is in strijd met het Oude Testament te denken dat juist de onreine voorhuid aan God moest worden opgedragen. In Lev.19:23  wordt het woord voorhuid gebruikt als aanduiding van iets dat te slecht is om het aan God toe te wijden. Ook bestaat er geen verband tussen de besnijdenis en ontmanning ter ere van God. 

     

    In het Nieuwe Verbond moest het verbondsteken van de besnijdenis wegvallen. Het Koninkrijk bleef niet beperkt tot Israël maar drong door tot alle volken. In het Nieuwe Testament betekent "onbesneden van hart" niet zozeer onrein van hart, maar dat men zich in zijn natuurlijke koppigheid tegen God verzet; besnijdenis van het hart is de innerlijke, gewillige overgave aan God (vgl. Deut.10:16; 30:6 ; Jer.4:4 Een onbesneden oor (Jer.6:10 ) is een oor dat niet naar God en zijn woord wil luisteren. Onbesneden lippen zijn volgens Ex.6:11,29  lippen die in hun natuurlijke toestand ongeschikt zijn voor de dienst aan God. 

    Let op! de kinderen doop is niet inplaats van de besnijdenis gekomen. 

    Romeinen 2:25 Want de besnijdenis is wel nut, indien gij de wet doet; maar indien gij een overtreder der wet zijt, zo is uw besnijdenis voorhuid geworden.

     

    Romeinen 2:26 Indien dan de voorhuid de rechten der wet bewaart, zal niet zijn voorhuid tot een besnijdenis gerekend worden?

     

    Romeinen 2:27 En zal de voorhuid, die uit de natuur is, als zij de wet volbrengt, u niet oordelen, die door de letter en besnijdenis een overtreder der wet zijt?

     

    Romeinen 2:28 Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis , die het in het openbaar in het vlees is;

     

    Romeinen 2:29 Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenisdes harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis ; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.

     

    Romeinen 3:1 ¶ Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis ?

     

    Romeinen 3:30 Nademaal Hij een enig God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof.

     

    Romeinen 4:9 ¶ Deze zaligspreking dan, is die alleen over de besnijdenis , of ook over de voorhuid? Want wij zeggen, dat Abraham het geloof gerekend is tot rechtvaardigheid.

     

    Romeinen 4:10 Hoe is het hem dan toegerekend? Als hij in de besnijdenis was, of in de voorhuid? Niet in de besnijdenis , maar in de voorhuid.

     

    Romeinen 4:11 En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend: opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde;

     

    Romeinen 4:12 En een vader der besnijdenis, dengenen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen des geloofs van onzen vader Abraham, hetwelk in de voorhuid was.

     

    Romeinen 15:8 En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar geworden is der besnijdenis , vanwege de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de beloftenissen der vaderen;

     

    1 Corinthe 7:19 De besnijdenis is niets, en de voorhuid is niets, maar de onderhouding der geboden Gods.

     

    Galaten 2:7 Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis ;

     

    Galaten 2:8 (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis , Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen);

     

    Galaten 2:9 En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;

     

    Galaten 2:12 Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen, die uit de besnijdenis waren.

     

    Galaten 5:6 Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende.

     

    Galaten 5:11 Maar ik, broeders! Indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik nog vervolgd? Zo is dan de ergernis des kruises vernietigd.

     

    Galaten 6:15 Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel.

     

    Efeze 2:11 ¶ Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;

     

    Kolossensen 2:11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;

     

    Kolossensen 3:11 Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.

     

    Kolossensen 4:11 En Jezus, gezegd Justus, welke uit de besnijdenis zijn; deze alleen zijn mijn medearbeiders in het Koninkrijk Gods, die mij een vertroosting geweest zijn.
     
    Titus 1:10  Want er zijn ook vele ongeregelden, ijdelheidsprekers en verleiders van zinnen, inzonderheid die uit de besnijdenis zijn
     
    Lees meer...
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl