W.E.N. HART VOL VUUR
World-Evangeisation-Network.
    Recente Tweets
    Abonneren
    Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
    Laatste reacties
    "Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.”
    Heb.4:7b
     
     
    In het eerste vers wordt op indrukwekkende wijze de misleiding van de zonde geschilderd. Er staat dat de zonde spreekt. Hier wordt de zonde weergegeven als een persoon. Dat wordt vaker in de Bijbel gedaan, denk maar aan Gen.4:7, waar staat dat de zonde als een belager aan de deur ligt. De satan zelf spreekt diep in het hart van de zondaar, ja zo diep, dat deze denkt dat het zijn eigen gedachten zijn.
    Als de Heilige Geest ons leidt in alle waarheid, dan maakt Hij allereerst scheiding tussen de zonde en ons. Paulus zegt vanuit dit licht: „Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde die in mij woont”(Rom.7:20). En het Woord van God, dat het Zwaard des Geestes is (Ef.6:17), schift overleggingen en gedachten des harten (Heb.4:12). Zo wordt het duidelijk dat de eerste vijf verzen van Psalm 36 de mens beschrijven, bij wie de scheiding tussen licht en duisternis nog niet heeft plaatsgevonden. De verzen zes tot en met tien beschrijven de mens bij wie de Geest van God wèl tot Zijn heerschappij is gekomen: „In Uw licht zien wij het licht”. Daarom is deze Psalm voor ons allen de spiegel die God ons voorhoudt!
    Wie nog veel van zichzelf verwacht, zal in zijn ver-blinding doorgaan tot de verdorvenheid van het hart onontkoombaar openbaar wordt en de zelfvoldaan-heid overslaat in zelfverachting en hopeloosheid (:3). Eigenlijk is het een zegen als ons zoiets overkomt, want in die nood leren we misschien opnieuw tot God te roepen!?
    Jezus zegt, dat ieder die roept, antwoord zal ontvan-gen. En als God ons antwoord geeft, dan richt Hij ons door Jezus, vanuit al onze duistere onwaardigheid, op in Zijn Licht: „Want bij U is de Bron des levens, in Uw licht zien wij het licht!”
     
    www.bijbelsdagboek.nl



    Lees meer...
    „Hij zeide tot hen: Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.”  
    Luc.18:27
     
    Lezen: Matteüs 14:22-33 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    Op zee voel je je veilig op een schip, behalve als het flink gaat stormen en het schip water gaat maken, dan vallen al die zekerheden weg. Het is daarom helemaal niet vreemd dat de discipelen alleen maar aan een spook konden denken, toen ze Jezus zo rustig op de golven zagen wandelen. Maar in hun doods-nood sprak Hij hen toe: „Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!” Wat een geweldig woord temidden van de woedende elementen. Is het bij ons niet net als bij Petrus? Immers, als door de stormen van het leven het eigen schip niet zo veilig blijkt te zijn, dan roepen we: „Beveel mij dan tot U te komen over het water!” De weg naar de Here is niet een geasfalteerde weg, maar woelig water. En Jezus antwoordt: „Kom!” Vaak hoor ik antwoorden op deze roepstem van de Heer: ‘Ik kan niet!’ Dat had Petrus ook kunnen en moeten zeggen als hij naar zichzelf en naar de golven had gekeken. Maar in zijn verlangen om veilig bij Jezus te zijn, keek hij alleen naar Hem Die geroepen had: „Kom!”. Alle eigen, betrekkelijke, zekerheden loslaten en overboord stappen naar Jezus toe, is ook een dwaasheid, behalve voor degene die Jezus ziet staan temidden van het dreigende geweld van deze wereld. Zodra wij Zijn roepstem horen, weten we dat het geen hersenschim is, maar werkelijkheid en als Hij zegt dat we komen mogen, dan wordt het onmogelijke mogelijk. Petrus gaf de touwtjes uit handen en liet alles achter om bij Jezus te zijn. Als wij ook ons bijna zinkende schip verlaten om achter Jezus aan te gaan, moeten we alleen maar naar Hem kijken. Want als we ons ‘gezond’ verstand gaan gebruiken, krijgen we het bewijs dat we niet op water kunnen lopen. Maar als we dan roepen „Heer red mij!”, zal Hij zonder verwijt ook naar ons Zijn hand uitstrekken en uitredding geven!
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    „Wanneer gij een woord uit Mijn mond hoort, zult gij hen uit Mijn naam waarschuwen.”
    Ez.3:17b
    Lezen: 1 Samuël 16:1-13 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    Toen Eliab, de oudste zoon van Isaï, binnenkwam, was Samuël zo onder de indruk van zijn verschijning dat hij wel moest denken dat deze man hun koning zou worden. Maar gelukkig had de Here gezegd: „Wie Ik zal aanwijzen, zult gij voor Mij zalven”. Samuël was een dienstknecht van God en had van jongs af aan leren luisteren. Gelukkig maar, anders was er een grote fout gemaakt. Wie vertrouwt op eigen inzicht kan daarin soms heel voorspoedig lijken maar is dan voor het Koninkrijk van God een misleidend gevaar! Want zulke mensen leren nooit te luisteren naar wat God zegt. Zij volgen de stem van hun eigen geweten (Ez.13:1-3).
    Nu was Samuël, behalve een dienstknecht van God, ook een heel gewoon mens.
    Toen hij Eliab zag aankomen, was hij er van overtuigd dat deze de koning van Israël zou zijn (:6). Maar al was hij er nog zo zeker van, hij bleef luisteren naar wat de Here hem te zeggen had. En God zei hem iets waar wij ook heel veel van kunnen leren: „De mens ziet wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan”. Het verborgene van het hart kan een ander niet zien! Alleen God weet de diepste roerselen van ons hart.
    Isaï had acht zonen, maar David scheen in de ogen van zijn vader helemaal niet voor het koningschap in aanmerking te kunnen komen, want hij moest gewoon bij de schapen blijven. Als een zoon van Isaï koning zou worden, dan moest het één van de zeven zijn... Isaï had ook nog niet geleerd naar God te luisteren en volgde nog steeds de stem van zijn eigen hart. Gelukkig had God nog een Samuël!
    Zijn wij bereid ook zo stil te worden dat het spreken van God belangrijker wordt dan de vanzelfsprekend-heid van ons eigen denken?!
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    "Maar nu, vergeef toch hun zonde - en zo niet, delg mij dan uit het boek dat Gij geschreven hebt.”
    Ex.32:32b
    Lezen: Joël 2:12-17 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    Joël heeft in het eerste gedeelte van dit hoofdstuk geprofeteerd over „de Dag des Heren” als een verschrikkelijk oordeel, onontkoombaar, niet af te wenden! „Want groot is de Dag des Heren en zeer geducht! Wie zal hem verdragen?!”(:11). Maar dan volgt de tere oproep tot bekering in het gedeelte dat wij voor vandaag lezen. Deze oproep tot bekering spreekt over een vasten, over geween en rouwklacht.
    Hebben wij niet een verkeerd beeld gekregen van wat de Bijbel bekering noemt? Bekering is niet een kwestie van wat emotionele tranen ten gevolge van een indringende boodschap en het nemen van een beslissing om niet meer je eigen weg te gaan, wat meer Bijbel te gaan lezen en te bidden, maar een diep doordrongen worden van het fatale einde van een eigengekozen weg, hoe godsdienstig die er ook uitziet.
    Bekering is een gebed om de genade en barmhartig-heid van God. Als we ons werkelijk tot God keren, beseffen we dat het allemaal niet vanzelfsprekend is. Die vanzelfsprekendheid is de misleiding van de theo-logie van de goedkope genade en van de veronderstel-de zondevergeving. Dat het niet zo vanzelfsprekend is, laat Joël ons duidelijk merken: „Wie weet, of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven!” Laten we toch stoppen met de dwaasheid van de prediking van een suikerzoete onze-lieve-Heer! God is heilig en zeer te vrezen. Maar Joël zegt ons ook: „Hij is genadig en barmhartig!” Daarom moeten we gehoor geven aan deze oproep om onze eigen belangen te vergeten! Laten we met een bewogen en priesterlijk hart terwille van ons hele volk, ja, van de hele wereld, tot Hem roepen: „Spaar Uw volk!”
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    „En gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk Zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem!” 
    1 Joh.2:27b
    Lezen: Ezechiël 34:1-12 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    In een wereld waar geen rekening gehouden wordt met God, geldt altijd het recht van de sterkste, maar in het Koninkrijk van God, dus ook in de wereld waar God tot Zijn heerschappij komt, geldt een totaal andere wet: het recht van de zwakste! Het mag ons dan misschien verbazen, maar de Bijbel staat er vol van! Doch omdat we zo moeilijk kunnen geloven dat God Zelf onze Rechter wil zijn in onze zwakheid, daarom doen we nog vaak ons best om sterk te zijn: sterk in het geloof, in ijver, in gebed en ga maar door. Met inzet van alles proberen we met krachtige hand de kerkelijke orde en leer te handhaven. We durven niet zo zwak te zijn dat we alles, maar dan ook alles, van God zouden verwachten.
    Vandaar dit waarschuwende woord tegen de herders! Herders mogen best het geslachte eten en zich kleden met de wol die van de kudde komt, maar alleen dan als zij hun taak verstaan en de kudde werkelijk leiden!
    Hiervan is echter niets terecht gekomen: „het zwakke versterkt gij niet..., het gewonde verbindt gij niet..., maar gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij...”
    De gevolgen blijven niet uit: „Mijn schapen dwalen rond... zonder dat er iemand is die naar hen vraagt of ze zoekt”, behalve rovers die ze voor hun eigen belang bijeen drijven!
    Wat een duidelijk beeld van onze tijd. Hoeveel mensen met een sektarische geest weten velen om zich heen te verzamelen, omdat de zielen van de gelovigen in de kerk vaak geen geestelijk voedsel vinden?!
    Maar God vergeet Zijn dolende schapen niet! „Zie Ik zal Zèlf naar Mijn schapen vragen en naar hen omzien!” Laten wij God danken voor Zijn Geest die ons leiden zal in alle waarheid, zodat wij niet meer afhankelijk zijn van afvallige herders!
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”
    Joh.19:30
    Lezen: Jesaja 5:1-7 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    Dit gedeelte wordt het lied van de wijngaard genoemd maar zou het niet beter een klaaglied genoemd kunnen worden? God roept ons op om Hem aan te klagen: „Spreekt toch recht tussen Mij en Mijn wijngaard. Wat was er nog aan Mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aan gedaan heb?”
    Zeg dan wat God nog meer had moeten doen!!
    Heeft God, nadat Jezus alles volbracht heeft, niet Zijn Heilige Geest gezonden, opdat wij in de kracht van de Geest zouden uitgaan in deze wereld? Wat had God nog meer moeten doen? Wie wil Hem nog aanklagen?
    Is de oorlog en liefdeloosheid, waar deze wereld zo vol van is, de schuld van God òf van de Gemeente die verknocht aan zichzelf, niet bereid is om in de voetstappen van haar Meester te treden?
    Waar is de werkelijkheid van liefde en van zelfverloochening nog zichtbaar in deze wereld? Ging dit alles met Jezus aan het kruis verloren? Moet Jezus dan opnieuw gekruisigd worden, of zijn er nog mensen die de uitroep van Jezus aan het kruis verstaan en geloven?
    Dan is er maar één antwoord op die geweldige uitroep van Jezus, alsook op de uitdaging van dit Schriftgedeelte! Laten wij buigen voor de eeuwig getrouwe God en met vreugde beleven dat alles volbracht is! Maar we moeten dit niet alleen belijden met onze lippen, maar met de inzet van ons hart en ons leven van elke dag. God die ons alles gaf in Zijn Zoon, is immers geen minder antwoord waard?! Laten we niet langer een afwachtende houding aannemen, maar opstaan en ons ten volle gaan inzetten. Wie weet zal God in Zijn genade Zich toch nog over ons, over ons land, ja, Zich nog over de hele wereld ontfermen! „Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods”(Rom.8:19).
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeen halen.”  
    2 Tim.4:3
    Lezen: Jesaja 30:8-15 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    Wanneer ons gehoor verwend is, zegt de dagtekst, zullen we het niet meer verdragen dat ons de waarheid wordt gezegd, maar zullen we leraars bijeen halen die onze eigen begeerten zullen bevestigen! Paulus zegt tegen Timoteüs dat die tijd komen zal, maar wíj weten heel zeker dat we nu in die tijd leven. Wij vragen ons niet meer af of iemand als dienstknecht van God spreekt, maar of hij naar onze zin spreekt. Ons gehoor is verwend. We zijn overladen met kennis, maar het maakt ons alleen opgeblazen; het bepaalt ons praktische leven niet meer!
    Wanneer iemand werkelijk de boodschap van God zou brengen, wordt hem zeker een spreekverbod opgelegd. „Spreekt tot ons aangename dingen.” Dit is de harde werkelijkheid. De gezonde leer van de Bijbel is dat een mens tot niets goeds in staat is, dat zijn keel een open graf is, dat addervergif onder zijn lippen is, dat ellende en verwoesting op zijn wegen zijn (Rom.3:13-16). Voor wie zal de boodschap dat wij opnieuw geboren moeten worden nog kracht hebben, als we gemakshalve maar veronderstellen dat ieder mens de Geest van God heeft? Hoe kunnen we ooit bereid zijn om werkelijk aan onze ik-gerichtheid gekruisigd te worden, als we maar gemakshalve veronderstellen dat we allemaal ‘van huis uit’ al met Christus mede-gekruisigd zijn?!
    Daarom... er komt een dag voor ieder die de gezonde leer verwerpt, dat de steen die een hoeksteen had moeten zijn, onbetrouwbaar zal worden en zal gaan wankelen en neerstorten en allen zal verpletteren die hun gehoor hebben verwend en het aangename zochten in plaats van de waarheid lief te hebben! Dit is geen dreigement, maar een indringende doch liefdevolle waarschuwing voor ons over wie het einde van deze eeuw gekomen is!
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd!”
     Job 42:5
    Lezen: Handelingen 8:26-40 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    Heel veel mensen denken de Stem van God te horen door te luisteren naar het verstandigste en het mooiste wat er in eigen hart opkomt.
    In de Bijbel zien we vaak dat het tegendeel waar is. God sprak tot Abraham: Ga en offer voor Mij op de berg Moria uw zoon, uw geliefde (zie Gen.22:2)! Maar dat is toch moord?!
    Zo is het eigenlijk ook weer in dit schriftgedeelte. Heel Samaria had het Woord Gods aanvaard en Filippus predikte daar het Evangelie van het Koninkrijk. De pas-bekeerden moesten verder geholpen worden en zij konden hem daar eigenlijk helemaal niet missen, zeker niet nadat de apostelen weer naar Jeruzalem waren teruggekeerd...
    Maar een engel des Heren sprak tot Filippus: „Sta op en ga tegen de middag de weg op, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza. Deze is eenzaam...”.
    Wat moet Filippus, die het zo druk heeft in Samaria, toch op die eenzame weg doen! Dat is onlogisch. Dus, zeggen we, dan kan het niet de Stem van God zijn geweest! Maar gelukkig had Filippus niet zijn eigen mooiste gedachten tot de wil van God gemaakt. Hij had geleerd in de stilte de Stem van God te herken-nen. Hij was bereid gemaakt om altijd te gehoorzamen, ook als hij het niet begreep.
    Er zijn velen onder ons die graag eens de Stem van God zouden willen horen. Hoevelen zeggen niet: ‘Ik heb nog nooit een stem uit de hemel gehoord!’
    Geen wonder! Wanneer we al niet bereid zijn om te doen wat God zegt in Zijn Woord, hoe zouden we dan bereid zijn om te doen wat een Stem vanuit de hemel ons zou opdragen!!
    Maar omdat Filippus had leren gehoorzamen aan het Woord van God en aan God Zelf, daarom kon het gebeuren dat de Moorse kamerling zijn weg met blijdschap vervolgde!
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.”
    2 Tim.2:13
    Lezen: Klaagliederen 3:21-27 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    Als er iemand reden had om te klagen, dan was het toch zeker Jeremia! Jarenlang had hij het volk Israël gewaarschuwd, opgeroepen tot bekering, maar ze hadden niet geluisterd. Nu had God Zijn Woord in vervulling doen gaan. Ontelbaren waren gedood, het grootste gedeelte van het overgebleven volk werd in ballingschap weggevoerd en Jeruzalem verwoest! Maar al is het volk Israël ook nog zo ongehoorzaam geweest en heeft het niet willen luisteren, toch heeft Jeremia ook mogen getuigen van Gods eeuwige trouw voor Zijn volk: „Als de zon en de maan zullen ophouden een licht te zijn voor de dag en de nacht, dan zal ook Israël ophouden het volk van God te zijn! De dagen zullen komen, dat er niet weer vernield zal worden in eeuwigheid”(Jer.31:35 v.v.)!
    Temidden van al de troosteloze puinhopen van de stad Jeruzalem weent Jeremia vanwege de ontrouw van het volk Israël, maar hij blijft getuigen van de trouw van God aan Zijn verbond. Nee, Jeremia zondert zich niet af van het ongehoorzame volk. Hij blijft erbij betrokken en daarom weent hij, ook al is het oordeel van God over de Joden nog zo rechtvaar-dig geweest. Hij is geen sektariër die met genoegen de afval van de andere gelovigen ziet om zichzelf daarmee te rechtvaardigen! God beware ook ons voor deze sektarische geest.
    Al gaan wij een weg van moeite en tranen en al zouden we ook wel klaagliederen kunnen zingen over de grote afval van al degenen die slechts in naam, maar niet met de daad Christenen zijn, toch zal dan ook bij ons, midden in de klaagzang, de jubel niet ontbreken, nl. de jubel in de eeuwig getrouwe God: „Daarom zal ik hopen: Het zijn de gunstbewijzen des Heren, dat wij niet omgekomen zijn, want Zijn barmhartigheden houden niet op!”
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    „Maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen.” 
    Dan.11:32b
    Lezen: Spreuken 24:1-12 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

    Wij horen tegenwoordig veel klagen over het krachteloze Christendom. En terecht! Vele Christenen kunnen dit niet verdragen en doen mee aan allerlei heel humane projecten. Door je uit medemenselijkheid hiervoor in te zetten, kun je bovendien je eigen problemen zo heerlijk verdringen! Maar laten we toch in ’s hemels naam onder ogen durven zien dat de wezenlijke opdracht van de Gemeente op aarde praktisch verwaarloosd wordt! Velen weten zelfs niet eens meer wat de wezenlijke opdracht van de Gemeente is, omdat zij zèlf deze boodschap niet meer hoorden: „Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen!”  (Matt.4:17).
    Wanneer wij als Christenen de Here niet meer van harte liefhebben, zo, dat Hij ons alles in al is, dan wordt het een uur van grote benauwdheid als iemand ons vraagt wat Jezus voor ons betekent! Hoevelen van ons schamen zich niet om van Hem te vertellen in hun naaste omgeving! We geven liever wat van onze overvloed aan de zending of helpen de ‘achterge-bleven gebieden’ mee te doen in onze verziekende cultuur, gelovende in een suikerzoete god, dan dat we ons zouden inzetten met gebed en vasten voor onze buurman, zodat hij Jezus als zijn Heiland mag vinden, opdat hij niet verloren zal gaan.
    De spreukendichter was een wijs man, niet wijs in eigen ogen, maar wijs voor God. Hij vertelde, al zovele honderden jaren geleden, hoe het komt dat de gelovigen geen kracht meer hebben! Het is waar, we zeggen liever gemakshalve: „Zie wij wisten dit niet”, dan dat we hen, die ten dode gegrepen zijn, van Jezus zouden vertellen! En een ieder die zich hierin slap betoont, zal geen kracht ontvangen in het uur van benauwdheid!
     
    www.bijbelsdagboek.nl
    Lees meer...
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl