W.E.N. HART VOL VUUR
World-Evangeisation-Network.
    Recente Tweets
    Abonneren
    Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
    Laatste reacties
    De grote behoefte aan goede leiders -
    Zac Poonen

    (The Great Need For Good Leaders)

    De staat waarin God’s mensen zich bevinden is afhankelijk van hun leider. De meeste leiders in het christendom van vandaag de dag zijn niet sterk genoeg om de mensen van God op het rechte en smalle pad te houden, omdat zulke leiders zelf God niet kennen en steeds compromissen sluiten. Zij proberen mensen te behagen zoals Aaron, en daarom kan God hun leiderschap niet bekrachtigen. Mozes en Jozua waren nooit op zoek naar populariteit.

    “En het volk diende de HEERE al de dagen van Jozua en al de dagen van de oudsten die lang geleefd hadden na Jozua en die alle grote daden van de HEERE gezien hadden, die Hij voor Israël verricht had” (Richteren 2:7). Maar tegen de tijd dat Jozua en de mede-oudsten gestorven waren, waren er geen God vrezende mannen beschikbaar om hen te vervangen. En dus nadat “ook heel die generatie met zijn vaderen verenigd was, stond er na hen een andere generatie op, die de HEERE niet kende, en evenmin de daden die Hij voor Israël verricht had”  (Richteren 2:10). Er was niemand die God kende.

    Nadat ik me vele jaren in verschillende christelijke groepen heb bewogen, moet ik zeggen dat ik heel erg weinig christelijke leiders heb ontmoet die God echt kennen en die, net als Elia, kunnen zeggen: ”Ik sta voor de Heere God”. De meeste mensen in christelijk werk vandaag de dag zijn professionele sprekers. Ze bestuderen de Bijbel, behalen een diploma, ze vinden iemand om hen te onderhouden en gaan er vervolg-ens op uit om “de Heere te dienen”. Er zal wel een opoffering zijn in hun leven en zelfs enthousiasme. Maar enthousiasme, opoffering en kennis alleen zijn niet nuttig, als een persoon God niet kent. De statis-tieken van hun werk mogen indrukwekkend zijn, maar de kwaliteit van hun bekeerlingen zal bedroevend zijn, want ze kennen God niet. Ze kunnen zeggen dat ze wederom geboren gelovigen hebben in de kerk, maar zijn al deze “gelovigen” discipelen van Christus? Er is een enorm verschil tussen een geestelijke gelovige en een vleselijke gelovige. Elke Godsman weet dat het beter is om een kleine gemeenschap te hebben met geestelijke gelovigen, dan een grote gemeenschap met vleselijke gelovigen. Dat kun je vergelijken met het hebben van enkele 1000 watt gloeilampen, dat beter is dan het hebben van 100 ‘nul-watt gloeilampen’.

    Wij worden geacht het licht van de wereld te zijn. De intensiteit van ons licht is echter afhankelijk van hoe goed we God kennen. Als de leider God niet kent, dan zullen de mensen God ook niet kennen. Je kunt de Bijbel bestuderen en er uit leren aan je gemeente-leden en ze zullen de Bijbel kennen. Maar dat zou net zo gaan als het leren van scheikunde in een klaslokaal. Dat zal hen niet helpen God te kennen. Mensen kunnen God niet leren kennen door Bijbelse informatie. Je kunt God enkel leren kennen als je door beproevingen en testen gaat. Je moet jezelf door die beproevingen vernederen en in je hart smachten naar God. Dat is hoe je God kunt leren kennen en niet door in een samenkomst te zitten. We moeten zeker ook de Schrift kennen, maar we moet-en achter de Schrift kijken om God te leren kennen. “Het volk echter, zij die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zij zullen hun wil ten uitvoer brengen (NBG: het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen.”), Daniel 11:32. De Israëlieten kenden God niet en daarom “deden de Israëlieten wat slecht was in de ogen van de HEERE en zij dienden de Baäls” (Richteren 2:11). Dat was omdat Jozua gestorven was, en nu was er geen Godvrezende man meer om hen te leiden.

    De geschiedenis van het christendom in de laatste 2000 jaar staat vol met talloze voorbeelden van mannen, die door God opgewekt werden om een gemeente of een beweging te starten, die een opwekking in hun tijd teweeg bracht. Maar toen zij op een gegeven moment stierven, verviel hun gemeente of beweging net zoals de gemeenten en bewegingen voor hun tijd. De nieuwe generatie kan dezelfde doctrine als hun oprichter behouden en dezelfde theorie van heiliging, maar zelf niet zo heilig zijn als hun oprichter was. Velen van hen zullen beweren dezelfde “doop in de Heilige Geest” te hebben gehad als hun oprichter had. Maar hun leven en bediening hebben niet dezelfde zalving. Er mist iets. Dan moet God opnieuw iemand opwekken om opnieuw iets te beginnen.

    God heeft altijd Zijn grootste werken gedaan in de gemeente door individuele mannen die Hij opwekte in verschillende generaties en in verschillende landen. Rondom zo’n man verzameld God een paar mensen die niet zo bezig zijn met grootte maar meer met kwaliteit – om een puur getuigenis van God te zijn in hun generatie. Ik geloof dat de gemeente veel van zulke mannen en vrouwen nodig heeft.
    Lees meer...
    Onvoorwaardelijke overgave
    Zac Poonen
    (Yield Yourself to God without any Reservation)
     
    Het Nieuwe Testament spoort ons aan om slaven van de Heere te worden. Paulus noemde zichzelf een bereidwillige slaaf van Jezus Christus.

    In het Oude Testament waren er twee soorten knechten: de lijfslaaf en de gehuurde knecht. Een lijfslaaf, in tegenstelling tot de gehuurde knecht, werd nooit betaald. Hij was door zijn meester gekocht en betaald en als gevolg daarvan was alles wat hij was en bezat van zijn meester. Zo moet elke gelovige zichzelf beschouwen – als een lijfslaaf. Onze tijd, ons geld, onze talenten, familie, bezittingen, ons verstand en ons lichaam – alles – is van onze Heere en Meester: Jezus, want het is rechtens van Hem omdat Hij het alles aan het kruis gekocht heeft (1 Kor. 6:19,20).

    We worden daarom in Romeinen 12:2 vermaand ons lichaam voor eens en voor altijd tot een levend, heilig en God welgevallig offer te stellen, net als het brand-offer in het Oude Testament. Het brandoffer, in tegenstelling tot het zondoffer, werd in zijn geheel aan God geofferd en betekende de volkomen toe-wijding van de offeraar. Als iemand een brandoffer bracht, kreeg hij niets terug. God kon met dat offer doen wat Hij wilde. Het sprak van het kruis van Golgotha, waar de Heere Jezus Zich volkomen aan Zijn Vader geofferd heeft, en zei: “Vader, niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede”. Dat is wat het betekent om ons lichaam als een levend offer aan God te geven. Wij moeten sterven aan onze eigen wil en keuze hoe en waar ons lichaam door Hem gebruikt zal worden. Alleen zo kunnen we Zijn wil leren kennen.

    Het ontbreken van zo’n overgave is meestal de belangrijkste reden waarom we Gods wil niet kunnen vinden. Onze overgave aan de Heere is vaak beperkt. We zijn niet werkelijk bereid alles wat God ons biedt te aanvaarden.

    Ik heb eens een man ontmoet die bereid was elk beroep te aanvaarden, behalve christelijk werk. Ik heb hem gezegd dat het dit voorbehoud was waar-door God hem Zijn plan voor z’n leven niet duidelijk kon maken. Toen hij uiteindelijk alles aan de Heere overgaf, kreeg hij onmiddellijk een diepere zekerheid van Gods wil. God riep hem niet tot een bediening in het evangelie, maar Hij wilde dat hij gewillig zou zijn.

    Velen die tot God komen onder het voorwendsel dat ze graag Zijn wil willen weten, willen eigenlijk alleen maar Zijn goedkeuring over de weg die ze zelf al voor zich hebben gekozen. Vandaar dat ze geen antwoord van Hem krijgen. Onze problemen met leiding zouden heel gauw opgelost zijn, als we ons maar zonder enige reserve aan onze Heere zouden geven en zeggen: “Heere, ik ben bereid alles te aanvaarden, als U mij maar verzekert dat het Uw wil is. Kiest U maar voor mij, mijn Heere. Ik heb zelf geen voorkeur in deze zaak.” Het was Abrahams bereidheid overal heen te gaan en alles voor God te doen, wanneer ook, die hem tot “de vriend van God” maakte.

    George Müller uit Bristol was een man met een groot geloof en iemand die de wil van God met opmerke-lijke nauwkeurigheid kon verstaan. Hij heeft in dit verband gezegd: “Eerst probeer ik mijn hart zover te brengen dat het geen eigen wil meer heeft in een bepaalde zaak. Negentig procent van de problemen bij de mensen ligt juist hier. Negen van de tien moeilijkheden worden overwonnen als ons hart bereid is Gods wil te doen, wat het ook moge zijn. Als iemand werkelijk zo’n gesteldheid heeft, duurt het meestal maar even om Zijn wil te kennen.”

    Sommigen willen eerst Gods wil weten voor ze beslissen of ze wel of niet zullen gehoorzamen. Maar God openbaart Zijn wil niet aan zulke mensen. Jezus heeft gezegd: “Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij weten …” (Johannes 7:17). Alleen een bereidheid om alles te willen doen, wat God ook gebiedt, zal ons in staat stellen te weten wat Zijn volmaakte wil is. Dit is evenzeer van toepassing bij kleine dingen als bij grote.
     
    Lees meer...
    De Bruid heeft zichzelf gereed gemaakt -
    Zac Poonen
     
    (The Bride Has Made Herself Ready)
    We lezen in Openbaringen 19:5-7 “En er kwam een stem uit de troon, die zei: Loof onze God, al Zijn dienstknechten, en die Hem vrezen, kleinen en groten! En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedge-maakt”.

    Let op dat er niet staat dat de Heer de bruid gereed gemaakt heeft. Nee. Er staat dat de bruid zichzelf gereed gemaakt heeft. Wij zijn zelf degenen die ons gereed moeten maken voor de komst van de Heere Jezus. Vele gelovigen weten dat als we in het licht wandelen, omdat God in het licht is, dan reinigt het bloed van Christus ons van alle zonden (1Johannes 1:7). Maar dat is slechts één kant van de waarheid. De andere kant van de waarheid is dat we ons zelf ook moeten reinigen. Dit is de manier waarop de bruid zichzelf gereed maakt. Het staat ook geschre-ven in Openbaringen 19:8 “En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen”.

    De zinsnede “het is haar gegeven” maakt duidelijk dat het een gift van God is. Dit leert ons dat zelfs het verlangen en de mogelijkheid om onszelf te reinigen gaven van God zijn. Het is God “Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”  (Filippenzen 2:13). Dat is niet onze eigen verdienste en we kunnen ons in geen enkel opzicht op de borst kloppen ten overstaande van andere gelovigen. De goddelijke mens is nederig en geeft God alle eer voor al het goede dat er in hem gevonden wordt. Want hij weet dat er niets goeds gevonden kan worden in zijn vlees.

    Als deze kleding een gift is, waarom ontvangen we het dan niet allemaal? Omdat God niemand dwingt Zijn gaven aan te nemen. Zelfs Zijn gaven kunnen slechts ontvangen worden door hen die reageren op Zijn Woord.

    Het fijne linnen hier is niet de rechtvaardigheid van Christus maar “de rechtvaardige handelingen van de heiligen”. Het is waar dat de rechtvaardigheid van Christus aan ons wordt toe geschreven vanaf het moment van wedergeboorte (Romeinen 4:22-24; 1 Corinthiërs 1:30). Ons wordt echter ook verteld dat “de rechtvaardige eis van de wet (zou moeten word-en) vervuld (in ons)” (Romeinen 8:4). Dat is het gewaad van de bruid hier: “de rechtvaardige handelingen van de heiligen”. Dat is zo duidelijk in Openbaringen 19:8, dat iemand erg blind moet zijn om dat niet te zien.

    Haar eigen rechtvaardigheid is haar kleding. Ze kreeg het door de geboden van de Heere te gebruiken en zichzelf serieus te reinigen en te louteren. Ze be-werkte zo haar eigen redding “met vrees en beven”  (Filippenzen 2:12). En elke keer dat ze, met vrees en beven en in de kracht van de Heilige Geest, haar eigen redding bewerkte dan was dat alsof ze nog een naad stikte aan haar bruidskleding. Gedurende een periode vanjaren heeft ze zo al haar kleding geweven

    Wat dan te denken van een gelovige die dit alles niet zo nauw neemt, door te zeggen “Het bloed van Christus reinigt mij, dus het is wel goed zo met me”. Tegen zulke christenen zegt de Heer, “Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat HIJ NIET NAAKT ZAL RONDLOPEN en men zijn schaamte niet zal zien” (Openbaringen 16:15).

    Heb je ooit een bruid gezien, die naakt naar haar eigen bruiloft komt? De Heere waarschuwt Zijn mensen hier dat ze niet naakt gevonden moet worden – naakt, omdat ze geen kleding hebben voor de trouwdag. Ze hadden geen rechtvaardigheid van zichzelf.

    De misleiding van babylon, het mysterie van onge-rechtigheid, de magische vloek die babylon over veel christenen heeft uitgesproken is deze: “Maak je geen zorgen. Je bent gekleed in de rechtvaardigheid van Christus. Het maakt niet uit hoe je leeft” Jacobus waarschuwt ons echter heel duidelijk dat geloof zonder werken dood is. Toch heeft babylon veel gelo-vigen ervan weerhouden om zulke waarschuwingen serieus te nemen.

    Er is een verschil tussen onze eigen rechtvaardig-heid, die als smoezelige vodden zijn in de ogen van God (Jesaja 64:6), en de rechtvaardigheid in ons bewerkt in door de kracht van de Heilige Geest, als we ons kruis opnemen en in de voetsporen van Jezus gaan wandelen in ons dagelijkse leven. Dit laatste is ons bruidsgewaad. Als we voor het eerst tot de Heere komen is alle kleding die we dragen niet meer dan de smoezelige vodden van onze eigen rechtvaardigheid en de nog viezere vodden van onze zonden. Maar als we wederom geboren worden, dan rechtvaardigt God ons – door de rechtvaardigheid van Christus die aan ons wordt toegeschreven (Romeinen 3:24 en 4:5). Dan schrijft Hij Zijn wet in onze harten en ons verstand (Hebreeën 8:10), waarmee de rechtvaar-digheid van de Wet in onze harten vervuld wordt (Romeinen 8:4). Het resultaat hiervan is dat de rechtvaardigheid geleidelijk aan onze uiterlijk aankleed en ons uiterlijke karakter aan Christus gelijk wordt.

    De kleding van de bruid is gemaakt van fijn linnen, stralend en schoon. Wat een contrast is er tussen haar eenvoud en het opzichtige, scharlaken kleed en gouden ornamenten van de hoer. In de “Psalm van de bruid” (Psalm 45), lezen we over de Heere, onze Bruidegom, als Iemand Die “gerechtigheid lief heeft en goddeloosheid haat” (Psalm 45:7). En de bruid wordt als volgt beschreven: “De koningsdochter is INNERLIJK één en al heerlijkheid” (Psalm 45:13). Ze heeft een zachtmoedige en stille geest (1 Petrus 3:4). En het is in dit innerlijke gewaad waarin “ze naar haar Koning geleid zal worden” (Psalm 45:14). Dat zal vervuld worden in Openbaringen 19:8.
    Lees meer...
    De Tora - Blauwdruk
     
    INLEIDING

    Veel mensen zijn bezig met de toekomst van de wereld. Door de huidige spanningen en het nieuwe millenium wordt dat nog eens versterkt. Sommigen komen bij hun zoektocht terecht in de zogenaamde apocalyptische boeken.

    Een van de meest bekende apocalyptische boeken is het boek dat Apocalypsus heet. De Apocalypsus is een van de boeken van de Bijbel, dat in het Nederlands "de openbaring" wordt genoemd.

    Dit boek is het laatste van de 66 boeken van de Bijbel, maar misschien ook een van de minst begrepen boeken. De oorzaak van dit onbegrip ligt hoofdzakelijk in het feit dat het christendom zich heeft los gemaakt van de Joods oorsprong. Het boek staat niet op zichzelf en kan en mag nooit bestudeerd worden los van de wortels van het boek.

    Zowel van Joodse als van christelijke zijde is het boek vaak om verschillende redenen terzijde geschoven. Velen beseffen niet dat het een typisch Joods Apocalyptisch en profetisch boek is, dat op schrift is gesteld door de Jood Jochanan (Johannes). Het is een boek waarin de taal en symbolen vanuit TeNaCH (Tora, Profeten en Geschriften) duidelijk doorklinken en dat is geschreven in overeenstemming met de blauwdruk van de Tora. Doordat de kerkelijke leiders zich losmaakten van de Joodse wortels was het boek niet langer toegankelijk voor hen.

    DE BLAUWDRUK

    Wanneer we Gods plan voor de toekomst willen ontdekken of een profetisch boek goed willen begrijpen en bijbels willen interpreteren, dan is het van groot belang om eerst Gods "blauwdruk" grondig te bestuderen. Zonder een goede bouwtekening met daarin alle details en maten van een in aanbouw zijnd huis, zal het vrij moeilijk zijn om alles precies te kunnen plaatsen en een juist inzicht te krijgen in welke bouwfase het huis zich op dat moment bevindt.

    In onze tijd zijn er mensen die stad en land aflopen om allerlei interessante bijeenkomsten te bezoeken die handelen over wat men noemt de "Eindtijd" of over het boek Openbaring. Velen vergeten echter dat het boek Openbaring niet "los verkrijgbaar is". Het boek, dat terecht een onderdeel vormt van onze bijbel, staat vol van beeldende taal en uitdrukkingen die alleen voor ingewijden begrijpelijk zijn.

    Maar wanneer God ons een boek geeft en erover waakt dat het in de 2000 jaar sinds het geschreven is niet verloren is gegaan, zou het dan niet tegenstrijdig zijn dat het boek dat notabene een openbaring heet, zo vol zit met onduide-lijkheden.

    Het probleem is echter niet het boek Openbaring zelf, maar de moeilijkheid ligt bij de lezers ervan. Het boek gaat er nl. vanuit dat de lezers een bepaalde voorkennis hebben. Hetzelfde geldt ook voor het onderwijs dat de Here Jezus gaf, Hij gebruikte zeer veel beelden en uitdrukkingen die voor Zijn toehoorders vertrouwd waren.

    De vraag is nu, waar kunnen we deze voorkennis vandaan halen. Het antwoord op deze vraag is niet zo moeilijk. Degenen die de toespraken van de Here Jezus hoorden waren vertrouwd met de vijf boeken van de Tora. Hetzelfde gold voor hen die in het begin van de jaartelling de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes in handen kregen.

    De Tora in het judaïsme

    Bij de Joden heeft de Tora tot op de dag van vandaag nog altijd een centrale plaats in het godsdienstige leven. De Tora is in de oudheid verdeeld in 54 gedeelten of Sidra’s. Eén deel voor iedere week van het jaar. (Het joodse jaar heeft 54 weken, omdat het een maanjaar is. Door regelmatig aanpassingen te doen blijft men echter in de pas met het zonnejaar.) De Sidra’s zijn weer onderverdeeld in 7 leesge-deelten, voor de 7 dagen van de week. Op deze manier is men zijn hele leven lang voortdurend met de Tora bezig.

    Ieder jaar wanneer men de Tora uit heeft, dan wordt er weer van voren af aan begonnen met lezen. Dit is een groot feest, dat Simchat Tora heet, (Vreugde der Wet). Daarnaast wordt er wekelijks ook een gedeelte uit het overige deel van of de TeNaCH (het Eerste of Oude Testament) gelezen. Dit wordt de "Haftara" of het profetengedeelte genoemd.

    Bij de Joden heeft de Tora tot op de dag van vandaag nog altijd een centrale plaats in het godsdienstige leven. De Tora is in de oudheid verdeeld in 54 gedeelten of Sidra’s. Eén deel voor iedere week van het jaar. (Het joodse jaar heeft 54 weken, omdat het een maanjaar is. Door regelmatig aanpassingen te doen blijft men echter in de pas met het zonnejaar.) De Sidra’s zijn weer onderverdeeld in 7 leesgedeelten, voor de 7 dagen van de week. Op deze manier is men zijn hele leven lang voortdurend met de Tora bezig.

    Mensen uit de stam Levi lazen en lezen meestal het Tora-gedeelte voor en joden uit de overige stammen lazen en lezen meestal het profetengedeelte voor. Zo kreeg de Here Jezus, die niet uit Levi stamt, de eer om in de syna-goge te Nazaret, Zijn "thuisgemeente" de Haftara te lezen, zoals beschreven in Lucas 4:16-20. Het gedeelte voor dat moment kwam uit Jesaja 61 en was op Hemzelf van toepassing. Menigmaal vertelt de Here Jezus dat de Tora en de Profeten van Hem getuigen zoals in Lucas 24:27. Maar ook Paulus kende het belang van het Oude Testament. Hij vertelt in een van zijn brieven dat Jezus volgens het Oude Testament voor onze zonden zou sterven en dat Hij na drie dagen uit de dood zou opstaan (I Cor. 15:3,4).

    De gelovigen uit de eerste gemeenten, hoofdzakelijk joden, waren voortdurend met de Heilige Schriften bezig. In die tijd een verzameling van 39 boeken, ons Oude Testament, maar de bijbel van de eerste christenen. Want het Nieuwe Testament was er nog niet. Zij bestudeerden samen dagelijks het Oude Testament! (Zie Hand. 17:11.)

    DE TORA ALS BLAUWDRUK

    Nu zijn er gelovigen die menen dat de Tora heeft afgedaan en niet langer een boodschap voor ons heeft.

    Maar Jezus zegt zelf dat Hij niet is gekomen om de Tora te ontbinden, maar om hem te vervullen! Hij benadrukt het belang van zelfs het kleinste lettertje in de Tora (Matt. 5:17 - 48), Hij voegt er zelfs nog geboden bij.

    De Tora is het "Woord van God" en werd gegeven op Sinaï met groot bazuingeschal. Evenzo zal de Messias komen met bazuingeschal!

    In de Tora raken we vertrouwd met bepaalde bijbelse principes, uitdrukkingen en beelden. Om zaken uit het Nieuwe Testament goed te kunnen begrijpen is het dus van belang dat we bij het begin beginnen, nl. "Gods blauwdruk".

    De Tora is het woord [DaBaR] van God en werd gegeven in de woestijn [MiDBaR]. Het is de blauwdruk van Gods profetische verlossingsplan voor de mensheid en bevat de heenwijzing naar "het Woord van God", de Messias Jezus.

    De Tora, geen wetboek!

    In deze lessen zullen we steeds over de "Tora" of "Pentateuch" spreken i.p.v. over "de Wet". Hoewel het Nieuwe Testament vaak over de Wet spreekt, is dit toch niet helemaal een juiste weergave van het Hebreeuwse woord Tora.

    Het woord Tora komt van het Hebreeuwse werk-woord 'jara' dat o.a. onderwijzen en leren betekent. De Tora is Gods instructie of gebruiksaanwijzing voor ons mensen om te leren hoe we eeuwig leven kunnen ontvangen, hoe we God kunnen dienen en hoe we onze naaste kunnen dienen.

    De woorden Jeruzalem en Moria zijn tevens van dit werkwoord afgeleid. Moria is niet alleen de plaats waar Abraham zijn zoon Izaäk zou moeten offeren, maar het is tevens het gebied waar later Jeruzalem is gebouwd, de stad waar Jezus Zijn leven heeft afge-legd voor onze zonden. Op deze profetische plaats zal de Here nog een heerlijke onderwijzing geven. (De bijbel legt ook nog een verband tussen Moria en het 'voorzien' van God.)

    De Torarol

    De Tora wordt tot op de dag van vandaag nog altijd op een rol geschreven die van perkament (dierehuid) is gemaakt. De eerste maal dat we de dierehuid tegenkomen in de bijbel is het om de naakte zondige mens te bedekken.

    De rol wordt meestal rond houten stokken gewikkeld. Zo’n stok heet "Eets Hachajiem" dat "boom des levens" of "hout des levens" betekent. Dit hout dat leven geeft is een heenwijzing naar de boom des levens en naar het kruis.

    De indeling van de Tora

    De Tora omvat de vijf eerste boeken van de bijbel; Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, samen ook wel ‘Pentateuch’ (= vijfdelig boek) genoemd.

    De 5 boeken van de Tora zijn als de vingers van een hand. Ze zijn verschil-lend, maar toch met elkaar verbonden. De eerste vier boeken lijken qua vorm en inhoud sterk op elkaar. In het Hebreeuws zijn ze dan ook aan elkaar verbonden door het woordje "en...".

    Deuteronomium (dat tweede wet) betekent lijkt een soort herhaling en samen-vatting van de eerste vier boeken. Hij staat er a.h.w. tegenover, zoals de duim tegenover de vier vingers kan worden gezet.

    De hand is in de bijbel het symbool van Gods hand elen. En juist daarover spreekt de Tora.

    Zoals het menselijk lichaam een symmetrische opbouw heeft, waarbij de ledematen, maar ook een aantal organen in tweevoud aanwezig zijn, zo vinden we eveneens in de Tora een duidelijk symmetrisch patroon.

    Hetzelfde patroon zien we terug in andere bijbelboeken zoals in de 5 hoofdstukken van Klaagliederen. Zo bestaan de Psalmen uit 5 boeken. (Zie het opschrift boven b.v. Psalm 42)

    De indeling van de Psalmen:

    • HET EERSTE BOEK DER PSALMEN ? PSALM 1- 41
    • HET TWEEDE BOEK DER PSALMEN ? PSALM 42- 72
    • HET DERDE BOEK DER PSALMEN ? PSALM 73- 89
    • HET VIERDE BOEK DER PSALMEN ? PSALM 90-106
    • HET VIJFDE BOEK DER PSALMEN ? PSALM 107-150

    De indeling van de boeken van de Tora en de overige bijbelboeken van de Hebreeuwse bijbel zijn hier te vinden.

    De inhoud van de Tora

    De Tora handelt over hetgeen was, hetgeen is en hetgeen geschieden zal (vgl. Opb. 1:19). Het doel van de Tora is niet om voor ons als geschiedenisboek te dienen, noch als handboek voor de archeologie of de geologie, maar het is een profetisch boek. De Tora vertelt op een vaak verhalende manier over Gods Verlossingsplan en de toekomst van de wereld.

    Er wordt verteld hoe we deel kunnen hebben aan de verlossing en welke rol Israël daarin speelt. De Tora is een boek van verlossing voor mensen in slavernij en van troost en van hoop voor hen die leven in een gebroken wereld.

    De overige boeken van de bijbel borduren voort op hetgeen in de Tora is geopenbaard en nog nooit is God van dit plan afgeweken!

    DE OPBOUW VAN DE TORA

    De Tora is opgebouwd met behulp van 22 kleine bouwsteentjes, de Hebreeuwse letters. Het Hebreeuws, de taal van het grootste deel van het Oude Testament, heeft de bijzondere eigenschap dat de letters tevens een getalswaarde hebben. Daardoor heeft ieder Hebreeuws woord eveneens een getals-waarde (Zie het Alefbet voor de getalswaarde van de letters). Zo is de getalswaarde van b.v. het woord Abba 4. In het Hebreeuws wordt Abba als volgt ge-schreven alef-bet-alef (de alef =1, de bet =2). Door de letters bij elkaar op te tellen vindt men de getals-waarde van een woord, in dit geval: 1 + 2 + 1 = 4.

    Zonder deze voorkennis is het onmogelijk om te begrijpen wat Openbaring bedoelt met het getal van de Antichrist. Het is op bovenstaande manier dat het getal van de Antichrist kan worden berekend, door de letters van zijn naam (in het Hebreeuws opgeschre-ven) bij elkaar op te tellen. Het boek Openbaring vertelt dat het getal van zijn naam 666 zal zijn.

    Daarnaast heeft iedere letter een betekenis. De alef, de 1 wijst naar God, die volgens Deut. 6:4 één is. Hij is de eerste, de basis van alle dingen. De bet, de 2, is een huis. Dit is de letter waarmee de Tora begint. De Tora wijst de weg naar Gods huis. De 3, de gimel, is de kameel, het vervoermiddel in het land van de bijbel. De 3 is het getal van voorbereiding en een getal dat met de verlossing heeft te maken. Abraham reisde in 3 dagen naar Moria om Izaäk te offeren, Mozes was 3 maanden in verborgenheid, Mozes, Aäron en Hur stonden met hun drieën op de rots om Amalek te verslaan, Jezus is 3 dagen en nachten in de dood geweest, etc. De 4 is het getal van de deur, waardoor we Gods huis binnen kunnen gaan. De bijbel vertelt ons dat Jezus de deur is. De 5 is de hé of het "heitje" (zoals vroeger het vijf-stuiverstuk heette), de hé is een ademstoot in het Hebreeuws en een beeld van de Heilige Geest. Zo krijgt Abram bij zijn ontmoeting met de Engel des Heren de letter hé erbij in zijn naam en heet hij voortaan Abraham, het beeld van de geestvervulde gelovige. En zo kunnen we het gehele Alefbet afwerken.

    Het belang van de getallen

    Soms kunnen onduidelijke teksten worden begrepen door inplaats van naar de letters te kijken, naar de getallen te kijken. Zo staat er in Gen. 49:10 dat Silo zal komen en dat de volken hem zullen gehoorzamen. De getalswaarde van deze "komende Silo" is 358 dat de getalswaarde is van het woord Messias. Silo is dus een heenwijzing naar Jezus Christus.

    Van Bethel (dat "huis Gods" betekent) wordt vermeld dat het vroeger Luz heette (Gen 28:19).. Het verschil in de getalswaarde van Luz en Bethel is 358, het getal van de Messias Jezus. Dit vertelt ons dat een onbetekenende plaats als Luz, door de Messias tot een huis Gods wordt, (een "Bethel").

    Zo is het Hebreeuwse woord voor het Paasfeest, het feest der verlossing, çñt [PeSaCH], dat de getalswaarde 148 heeft. Dit is precies de som van brood (íçì [LèCHeM]) dat 78 is en wijn (ïéé [Jajin]) dat 70 is. Het is daarom niet voor niets dat Jezus op het paasfeest de viering van de maaltijd met de tekenen van brood en wijn instelt.

    De kandelaar

    In het boek Openbaring komen we het beeld van de kandelaar o.a. tegen in ver-band met de gemeente van Jezus Christus. De kandelaar komen we eerder al tegen in de Tora en wel in een aantal verschillende vormen. Zo geeft de HERE God in Ex. 25 de opdracht om een gouden kandelaar te maken voor de taber-nakel. Maar ook de Tora zelf en de boeken van de Tora zijn in de vorm van een kandelaar opgebouwd.

    De kandelaars in de Tora verwijzen allen naar Jezus, die "het Licht der wereld" is. En de olie waarop de lamp brandt is het beeld van de Heilige Geest. De kandelaar in de tempel was van goud, dat een beeld van god-delijkheid en volmaaktheid is.

    Wanneer we een Menora met 5 of 7 armen bekijken dan valt het op dat de middelste arm (ook wel de sjammasj of dienstknecht genoemd) tevens dàt deel vormt waarop de kandelaar staat en alle delen komen daarin samen.

    De middelste arm die tevens de onderkant van de kandelaar vormt is de Here Jezus, de "dienstknecht" van God. In Hem komt alles samen, de armen zijn versmolten met de middelste. Zo horen wij de Here Jezus in ons leven de centrale plaats te geven en moeten we a.h.w. met Hem versmelten om tot een eenheid te worden. Daarnaast valt het op dat de linker en de rechter armen van de Tora elkaars spiegelbeeld zijn. Deze overeenkomst tussen de linker en rechter armen heet met een technische term "parallellisme". In de profetische literatuur is het parallellisme vrijwel steeds aanwezig, zij het in verschillende vormen.

    Doordat onze Grieks-Romeinse cultuur nogal sterk afwijkt van de Semitische, zijn velen helaas niet vertrouwd met de manier waarop de bijbel is opgebouwd. Hierdoor kunnen allerlei zaken vaak niet worden geplaatst. Daarom is het van belang om weer terug te gaan naar de Hebreeuwse en Joodse oorsprong van het evangelie.

    Bron: Peter Steffens

    Lees meer...
    Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de genade van God
    Zac Poonen
     
    Ezau had zijn geboorterecht veracht. Er staat in Genesis 27:34 dat, toen hij hoorde dat hij de zegen gemist had, hij een luide bittere schreeuw gaf. Nu had hij spijt van de keuze, die hij jaren eerder gemaakt had, om zijn geboorterecht te verkopen. Hij had toen gedacht dat hij zijn eenvoudige broer Jacob te slim af zou zijn, door eerst een bord linzensoep van hem te krijgen en later alsnog zijn geboorterecht. Maar God was Ezau uiteindelijk te slim af. God weet hoe “Hij de wijzen vangt in hun sluwheid” (1 Corinthiërs 3:19). God zorgde ervoor dat Jacob zijn geboorterecht kreeg. Laat alle sluwe plannenmakers dus op hun hoede zijn. Je zult uiteindelijk bij God oogsten wat je nu zaait.

    Er staat geschreven in de brief aan de Hebreeën 12:16-17: “Laat niemand een ontuchtpleger zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorte recht verkocht. Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht.” Je maakt een keuze in je jonge jaren. Je komt op een splitsing op je levensweg als je jong bent, in het bijzonder met betrekking tot morele waarden. Daarom wordt er hier gesproken over immorele mensen.

    Wil je het geboorterecht, de eeuwige zegeningen, de geestelijke zegeningen, of wil je de tijdelijke zegeningen, de direct te genieten zegeningen, het bord met soep, dat je vleselijke begeerten bevredigt? Dat is een keuze, waar veel jonge mensen vandaag de dag voor staan – een keuze tussen dat wat eeuwig is, geestelijk en in de toekomst EN dat wat tijdelijk, materiaal (lichamelijk) is en direct beschikbaar.

    We komen die splitsing in de weg vaak tegen. Mozes kwam op dat punt en hij weigerde het genot van de zonde, de rijkdommen van Egypte en de eer om de kleinzoon van de Farao te zijn (Hebreeën 11:24-26). En daarom kon God hem gebruiken. Velen van jullie staan nu op zo’n splitsing in de weg. Je zou kunnen zeggen: “Laat me genieten van deze kleine dingen. Uiteindelijk, zal ik berouw hebben en ook de geestelijke zegeningen ontvangen.” Laat ik je verzekeren dat je die niet zult ontvangen. Net als Ezau, zal je oogsten wat je gezaaid hebt.

    Maak nu de juiste keuze, want er staat hier geschreven (in Hebreeën 12:15), “Zie erop toe dat niemand achteropraakt (lett. uit Engels: te kort schiet) in de genade van God”. Dat niemand van ons achterop zal raken in de genade van God en zal eindigen als Esau.
    Lees meer...
    De gaven van de Heilige Geest

    - Zac Poonen

     

     
    Geestelijke gaven zijn essentieel om het Lichaam van Christus te bouwen. Er staan drie lijsten met geeste-lijke gaven beschreven in het Nieuwe Testament. (1Corinthe 12:8-10, Romeinen 12:608 en Efeziërs 4:11).

    In 1 Corinthiërs 12:12-26, wordt het uitoefenen van geestelijke gaven vergeleken met het functioneren van de leden van een lichaam. Een mens kan leven, maar toch blind zijn, of doof, of stom of verlamd. Vele gemeenten zijn zo. Hun leden zijn wederomgeboren, maar ze hebben niet de gaven van de Heilige Geest om daarmee de Heere te dienen – en dus zijn zij krachteloos.

    De gaven van de Geest zijn wat het Lichaam van Christus maakt dat het ziet, hoort, spreekt en wandelt. Godsvrucht is het leven van het Lichaam van Christus. Maar wat kan het Lichaam van Christus doen voor anderen die de gaven van de Geest niet hebben? Hoe zou Jezus zelf geweest zijn als Hij de gaven van de Geest niet had gehad? Hij zou nog steeds de zonde overwonnen hebben en een heilig leven geleid hebben. Zonder de zalving van de Heilige Geest echter, zou Hij niet in staat geweest zijn om te prediken op de manier waarop Hij dat deed, of de zieken genezen, demonen uit te werpen of enig ander wonder hebben gedaan.

    De zalving van Jezus op dertig jarige leeftijd maakte Hem niet heiliger dan Hij daarvoor al was. Zijn 31ste levensjaar was in geen enkel opzicht heiliger dan zijn 29ste. Met de zalving van de Heilige Geest echter, ontving Hij de kracht om anderen te dienen. Als Jezus voornamelijk rond gegaan was om aan mensen Zijn heilig leven te tonen, dan zou Hij niet in staat geweest zijn om de plannen van Zijn Vader uit te voeren. Zo kan ook de gemeente vandaag de dag Gods plannen niet uitvoeren door een heilig leven aan anderen te tonen. Jezus had zowel de heiligheid en de gaven. Zijn Lichaam vandaag moet deze ook beiden hebben.
    De tragedie in het christendom vandaag is dat som-mige groepen de aandacht op heiliging benadrukken, terwijl anderen de aandacht op de gaven van de Geest benadrukken. Maar het zijn geen “ dit-of-dat” opties. De Bijbel zegt ons; “Laat uw kleding te allen tijde wit zijn (leef altijd een heilig leven) en laat op uw hoofd geen olie ontbreken (leef constant onder de zalving van de Heilige Geest, Prediker 9:8). We hebben beiden nodig.

    De gaven van de Geest maken iemand niet geestelijk. De Christenen in Corinthe hadden alle gaven van de Geest (1Corinthiers 1:4-7). Ze gebruikten “het spreken en alle kennis” (een van de gaven van de Geest) in hun samenkomsten. Ondanks dat alles was er onder hen niet één wijze (geestelijke) man (1 Corinthiers 6:5). Een woord van kennis kan door een vleselijk persoon gegeven worden; maar wijsheid zelf wordt enkel in een geestelijk persoon gevonden. Iemand kan in een ogenblik een woord van kennis van God ontvangen, maar wijsheid zelf komt alleen door het jarenlang opnemen van het kruis.

    We kunnen niet zelf onze geestelijke gaven uitkiezen, want het is God Die bepaald welke gave voor ons het beste is voor onze bediening in het Lichaam van de Heere Jezus. Ons wordt echter gezegd dat we serieus op zoek moeten gaan naar de gaven die het Lichaam van Christus zullen opbouwen – en in het bijzonder de gave van profetie (1Corinthe 14:1,12).
    Lees meer...
    Het waarderen van echte christelijke gemeenschap
    Zac Poonen
     
    Ondanks alle vooruitgang van de mensheid op vele gebieden, blijven menselijke relaties nog steeds problemen geven op vele plaatsen in de wereld. Bedrijven en agentschappen geven veel geld uit om mensen in te huren die het harmonieus samenwerk-en onder hun personeel bevorderen. Je zou misschien kunnen denken dat het begrijpelijk is dat zelfgerichte, ongelovige mensen het moeilijk zullen vinden om met elkaar om te gaan, maar zeker als mensen wedergeboren zijn en een nieuwe schepping zijn geworden in de Heere Jezus, dan zullen deze problemen niet voorkomen. Want het is toch zeker zo dat als God op de eerste plaats komt in iemands leven en bediening, welke ruimte is er dan nog voor dergelijke kleine problemen met betrekking tot anderen?

    Maar toch, jammer genoeg, is er geen bewijs nodig van het feit dat christenen ruziën en kibbelen met elkaar, overal ter wereld. Velen spreken zelfs niet meer met hun medegelovigen; sommigen kunnen een bepaalde christen zelfs niet luchten of zien. De Naam van God wordt continue naar beneden gehaald in de wereld door het gedrag van mensen die zeggen te geloven. Jezus zei dat de wereld Zijn discipelen zou herkennen aan hun intense liefde voor elkaar. Dit was, algemeen gesproken, letterlijk vervuld in de eerste twee eeuwen na Christus. De wereld keek toen naar de christenen met verbazing en zei: “Kijk eens hoeveel die christenen van elkaar houden!” Vandaag de dag, is het echter een ander verhaal en zegt de wereld heel vaak, “Kijk eens wat een hekel die christenen aan elkaar hebben!”

    Relaties zijn inderdaad het belangrijkste. Gaven, talenten, methodes en technieken, programma’s en vermogen (geld) zijn allemaal van secundair belang voor mensen en relaties naar anderen. De gemeente kan haar God-gegeven taak als licht in de wereld pas vervullen als er een echte christelijke gemeenschap is onder haar leden. Net zoals een individuele gelovige pas een bediening kan krijgen ten dienste van anderen, nadat hij zelf geleerd heeft te leven volgens de wet van de liefde voor zijn mede christenen.
     
    De Bijbel leert herhaaldelijk en heel duidelijk dat geen enkele christen gemeenschap met God kan hebben zonder gemeenschap te hebben met andere gelovigen. Je kunt niet met God wandelen als je niet in liefde met je mede-gelovigen kunt wandelen. Het kruis waarop Jezus stierf had twee balken – een verticale en een horizontale: Jezus kwam niet alleen om vrede te brengen tussen God en de mensen (verticaal), maar ook tussen mensen onderling (horizontaal). De verticale en horizontale relaties gaan hand in hand. Je kunt het eerste niet hebben zonder het tweede.

    Johannes, de apostel van de liefde, heeft met hele duidelijke bewoordingen gesproken over dit onderwerp. Een van de bewijzen, zegt hij, van echte bekering is dat iemand zijn medechristenen begint lief te hebben. Als iemand deze liefde niet heeft, dan is dat een duidelijke indicatie dat zijn bekering vals is en dat hij op weg is naar de eeuwige dood (1Johannes 3:14). De correcte leer te hebben was niet de enige test die de apostelen toepasten om te onderscheiden waar een mens stond in zijn relatie naar God toe. Later schrijft Johannes in dezelfde brief, dat als iemand zou zeggen dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar. Noteer dat! De passende naam voor zo iemand is niet “gelovige”. Maar “leugenaar”! En de logica van Johannes is overduidelijk. Hij schrijft: wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, hoe kan hij dan God liefhebben, Die hij niet gezien heeft? (1Johannes 4:20).
     
    Vergelijk dit nu eens met de ervaringen van de meeste “gelovigen”. Liefde voor God wordt meestal uitgedrukt in termen als drukke activiteiten in christelijk werk of in termen als verrukte gevoelens van blijdschap tijdens de diensten. Dit kan heel misleidend zijn. Ik heb gelovigen ontmoet die geen gemeenschap hadden met andere christenen, maar desondanks getuigden van “bijzondere momenten van gebed” en van “bijzondere resultaten in bedieningen”. Hoe zouden zij überhaupt met God kunnen wandelen als zij zelfs niet een poging hebben ondernomen om alles bij te leggen met de andere leden van Gods familie waar zij iets tegen hebben? Satan heeft zeker weten hun verstand verblind voor deze waarheid in Gods Woord!

    We realiseren ons vaak niet wat we onszelf ontnem-en, als de gemeenschap met andere gelovigen wordt verbroken. De Bijbel verteld ons dat we de breedte, de lengte, de diepte en de hoogte van de liefde van Christus kunnen ontdekken en vervuld kunnen worden met de volheid van God, ”samen met alle heiligen” (Efeziërs 3:17-19). Alleen als we de realiteit kennen van gemeenschap met de gelovigen waar God ons geplaatst heeft, dan hebben we de mogelijkheid om een begrip door ervaren te krijgen van de Liefde van Christus en de volheid van God.

    Degene die zichzelf afsnijdt van enig medechristen, ontneemt zich hiermee de ervaring van de liefde van de Heere Jezus en de genade die aan hem zou toekomen door deze persoon heen. Als we falen om te leven door de wet van de liefde, dan beroven we ons zelf van enkele rijkdommen in de Messias en van de volheid van God.

    Lees meer...

    Manipuleer nooit!‏


    Het gebeurde een aantal jaren geleden. Iemand zei tegen mij: ‘Ik wil voor je bidden. Ga mee, naar de kamer hiernaast.’ Iemand anders ging ook mee. Met zachte dwang werd ik naar de andere kant van die kamer geleid, tot voor het bankstel. Eén van de twee ging naast mij staan, met één arm achter mij. De ander bleef voor mij staan en begon te bidden. Ondertussen was er een gebed in mij: ‘Here, als dit niet van U is, bescherm mij.’ Degene die voor mij aan het bidden was, begon tegen mij te blazen. Mijn gebed om bescherming werd intenser. Toen stopten ze en zeiden verbaasd: ‘U hebt wel een zeer sterke Geest in u’.

    Toen ik de afgelopen week een bericht las over weer een ‘opwekking’ ergens en de opnamen ervan op internet bekeek, moest ik opnieuw aan dit voorval denken. Voor de duidelijkheid: Nu zou ik dit niet weer laten gebeuren. Ik ben er zeker van dat het hun opzet was mij te laten vallen in de geest. Daarom moest ik voor die bank plaatsnemen, daarom hield één van de twee zijn arm achter mij. Daarom blies die ander tegen mij. Bewust schrijf ik hier geest met een kleine g. Het is voor mij zeer de vraag of dit wel de Heilige Geest is. Temeer daar die twee lieten merken dat de Geest in mij sterker was dan hun geest. Die beelden op internet toonden opnieuw wat voor velen als het bewijs van een echte opwekking geldt: ‘Veel geschreeuw vanaf het podium, een zaal die wordt opgezweept door de voorganger, mensen die bij bosjes ondersteboven vallen en allerlei rare manifestaties, zoals de meest vreemde geluiden en bizarre bewegingen die mensen dan maken. Voor velen is dat het bewijs dat het echt van God is. Bovennatuurlijk. Een werk van de Geest, wordt gezegd.

    Veel christenen verlangen naar opwekking. Als ze dan horen over een opwekking ergens ter wereld, dan willen ze daarbij zijn, daarover lezen, dat zien. Dat begrijp ik. Maar juist al die vreemde verschijn-selen moeten ons alert maken. Het blijft zeer belangrijk om de geesten te toetsen, of ze uit God zijn, waartoe ook 1 Johannes 4:1 ons toe oproept: ‘Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan.’ En zeker, als God Zich openbaart, kan er van alles gebeuren. Dat zie je ook in de Bijbel, dat mensen dan op de knieën vallen of voorover, maar nooit achterover, zoals gebeurt in tal van hedendaagse opwekkingssamenkomsten. De enige keer dat je leest dat mensen achteruit deinzen en ter aarde vallen, is wanneer de soldaten met ver-tegenwoordigers van de overpriesters en Farizeeën, met Judas, in Gethsemané de Here Jezus gevangen willen nemen (Johannes 18:6).

    Opwekkingen gingen in de tijd van de Bijbel al gepaard met verootmoediging, met belijdenis van schuld en zonde, met een diep ontzag voor de heilig-heid van God en met bekering. Ook in voorgaande eeuwen was dat zo. Ook nu, anno 2012, zijn dit de kenmerken van ware opwekkingen. Niet het zogenaamde vallen in de geest, niet het uitstoten van vreemde geluiden, niet de ongecontroleerde bewegingen die mensen dan maken, maar de uitroep, gewerkt door de Heilige Geest: ‘Ik heb gezondigd, wat moet ik doen om behouden, om gered te worden?’

    Dan kan er van alles gebeuren: genezing, bevrijding, herstel, vergeving. Dan kan het zijn dat je op je knieën valt, omdat je zo onder de indruk van de heiligheid van de Here bent. Dan barst je misschien in tranen uit. Dan word je misschien heel stil, in stille aanbidding en verwondering. Laat de Heilige Geest Zijn werk doen in uw leven.
    Manipuleer nooit de Heilige Geest. Pas op wanneer grote nadruk wordt gelegd op tekenen en wonderen. Niet elke genezing die als wonder wordt gepresenteerd, is een echte genezing. Altijd zal de Here Jezus centraal moeten staan.



    Lees meer...
    Onderwerp jezelf aan Gods training in jouw leven
    Zac Poonen
    Wanneer God iets wil doen voor Zijn volk, begint Hij altijd met één man. Hij moest een geschikte man vinden voordat hij de Israëlieten kon bevrijden. De opleiding van Mozes nam 80 jaar in beslag - en het was niet enkel en alleen een academische opleiding. Mozes was opgeleid op de beste academies van Egypte, maar dat bracht hem niet in aanmerking voor het werk van God. In Handelingen 7 zegt Stefanus dat Mozes machtig was in woord en daad. Hij was een sterke man en een welbespraakt redenaar op de leeftijd van 40 jaar. Hij was een groot militair leider, een zeer rijk persoon, en had een opleiding genoten met het beste onderwijs dat het meest geavanceerde land ter wereld zou kunnen geven - Egypte was immers 's werelds enige supermacht in die dagen. Alles bij elkaar opgeteld was hij echter toch ongeschikt om God te dienen. Stefanus zegt dat Mozes dacht dat de Israëlieten zouden erkennen dat God hem had verwekt om hen te bevrijden. Maar ze erkenden hem niet als hun leider. Al zijn aardse roem en vaardigheden konden hem niet voorbereiden op de taak die God voor hem had voorbereid.
     
    Vandaag de dag denken veel christenen dat ze God kunnen dienen, omdat ze kennis van de Bijbel, muzikale vaardigheden en veel geld hebben. Maar dat hebben ze mis. Ze moeten een les leren vanuit het leven van Mozes: 40 jaar lang kon het het beste dat de wereld kon geven, hem niet voorbereiden op de dienst aan God.
     
    God bracht hem 40 jaar in de woestijn, in een totaal andere omgeving dan het paleis, om hem vaardig te maken voor de taak die wachtte. Zijn menselijke kracht moest gebroken worden. En God bereikte dit door hem op de schapen te laten passen en door hem te laten leven en werken voor zijn schoonvader -  40 lange jaren. Bij je schoonvader wonen, zelfs maar één jaar, kan heel vernederend zijn voor een man! Ik weet dat veel getrouwde vrouwen in India al heel hun leven bij hun schoonvader wonen. Maar het is anders als een man moet wonen bij de vader van zijn vrouw en ook voor hem werken. Dat kan nogal een vernederende ervaring zijn voor een man. Maar dat is hoe God Mozes brak. Dat was ook hoe God Jakob brak
    Ook hij moest 20 jaar bij zijn schoonvader wonen. God gebruikt schoonvaders en schoonmoeders om Zijn kinderen te breken.
     
    Wat alle universiteiten in Egypte Mozes niet hadden kunnen leren, leerde hij in de woestijn, passend op de schapen en werkend voor zijn schoonvader. Aan het einde van die 40 jaar is Mozes zo gebroken dat hij, die ooit zo welsprekend was en dacht dat hij Israël kon bevrijden, nu zegt: "Heere, ik ben ongeschikt. Ik kan niet goed spreken. Stuur toch  iemand anders om uw volk te leiden. En toen zei God: "Eindelijk ben je er klaar voor. Ik zal je nu naar farao sturen" (Exodus 4:10-17).
     
    Wat is de les die we leren van Jacob en Mozes? Namelijk deze: Als je denkt dat je er klaar voor bent, ben je het niet. Wanneer u denkt dat u in staat bent, dat u sterk bent, dat u kennis hebt, dat u kunt spreken en zingen en muziekinstrumenten bespelen, en prachtige dingen kunt doen voor God, zegt God: "Je bent niet geschikt. Ik moet wachten tot je gebroken bent". Bij Jacob duurde dat proces 20 jaar, bij Mozes duurde het 40 jaar, bij Petrus duurde het drie jaar, en bij Paulus tenminste 3 jaar. Hoe lang duurt het met ons? Dat hangt ervan af hoe snel we leren ons te vernederen onder de machtige hand van God.
     
    Hoe lang duurt het om van de lagere school naar de middelbare school te gaan? 8 jaar? Ja, als je elk jaar over gaat. Maar ik ken kinderen die 10 jaar nodig hadden om de 8 klassen te voltooien op de basis-school. Ik ken medische studenten die 15 jaar de tijd namen om  een 5-jarige medische opleiding af te ronden! Hoeveel tijd het iemand kost om zijn school af te maken, hangt af van hoe snel hij zijn lessen leert. Zo is het in het christelijk leven ook.
     
    Lees meer...
    God plant (stippelt) ons leven in liefde (uit)
    Zac Poonen
     
    Dwars door de geschiedenis van het volk Israël heen, heeft God gezocht naar wegen om Zijn blijvende Liefde aan hen bekend te maken. Hij hield van hen met een eeuwigdurende liefde (Jeremia 31:3; Deuteronomium 4:37). Hij vertelde hen dat het antwoord dat Hij zocht, hun liefde voor Hem was (Deut. 6:5). Maar zij waren net als wij. Ze twijfelden voortdurend aan Zijn liefde. En toch bleef God van hen houden. Toen ze klaagden dat Hij hen had vergeten, antwoordde Hij met de tedere woorden van Jesaja 49:15: "Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten." Een moeder kan niet constant aan haar volwassen kinderen denken, maar als ze een kind aan haar borst heeft, is er nauwelijks een moment van de tijd dat ze wakker is, dat ze met haar gedach-ten niet bij dat kind is. Als ze ‘s nachts gaat slapen, is haar laatste gedachte bij de baby die naast haar ligt te slapen. Als ze wakker wordt in het midden van de nacht, kijkt ze even naar haar kind, om te zien of alles goed is. Als ze uiteindelijk ’s ochtends wakker wordt, is haar eerste gedachte weer bij haar zuigeling. Dat is de zorg van een moeder voor haar kleintje. Zo, zegt God, zorgt Hij voor de Zijnen.
     
    Het boek Hosea benadrukt dit ook. De pijnlijke ervaring die Hosea doorging in zijn eigen persoon-lijke leven was een gelijkenis van de houding van God jegens Israël. Deze parallel vertelt ons van Zijn Liefde, hoe Hij Israel verdraagt, net zoals een trouwe echtgenoot een ​​ontrouwe vrouw. De Heere heeft ook het boek Hooglied in de Bijbel geplaatst om ons de grote waarheid te laten zien van de trouw van de Goddelijke Geliefde jegens Zijn eigenzinnige bruid.  
     
    Ons geloof moet stevig worden gebaseerd op dit feit: Dat al Gods handelen met ons is gebaseerd op Zijn liefde. De woorden "Hij zal zwijgen in Zijn liefde" in Zefanja 3:17, zijn soms vertaald met: "In stilte stippelt Hij jouw leven in liefde uit." Realiseren we ons dat elk ding dat God toelaat om binnen te komen in ons leven, voortkomt uit een hart dat voor ons vooruitdenkt in liefde? Elke beproeving en probleem dat in jouw en mijn leven komt is gepland voor ons ultieme goed. Als Hij onze plannen verruineerd, is dat om ons ervoor te bewaren dat we het beste dat Hij geeft mis zouden lopen. We kunnen niet in staat zijn om dit allemaal volledig te begrijpen hier op aarde. Maar als we erkennen dat er geen andere oorzaak is dan Hij alleen, en dat alles komt uit de handen van een liefhebbende God, dan zou dat alle zorgen en angsten en moeilijke gedachten die ons normaal bezwaren volledig wegnemen. Het is omdat vele gelovigen niet stevig zijn gegrondvest op deze waarheid dat angsten en zorgen zich voordoen in hun geest, waardoor ze vervreemd blijven van de "vrede van God, die alle verstand te boven gaat", evenals de "onuitsprekelijke vreugde en volheid van glorie", waarvan de Bijbel spreekt.
     
     De bediening van de Heere Jezus Christus was heel vaak een correctie op de verkeerde opvattingen die zelfs de religieuze mensen van Zijn tijd hadden over hun vizie op God, ondanks dat ze goed belezen waren in het Oude Testament. Alles aangaande Jezus; hoe Hij de zieken genas, Zijn troostende woorden voor de treurenden, Zijn liefdevolle uitnodiging aan hen die belast met de zonde waren, Zijn geduld met Zijn discipelen, en uiteindelijk zijn dood aan het kruis, lieten steeds de liefdevolle aard van het hart van God zien. Hoe vaak prentte Hij  Zijn discipelen in dat hun hemelse Vader van hen hield en hen in al hun behoeften zou voorzien. Hoe vaak moest Jezus hen berispen vanwege de twijfel aan hun Vader. Als aardse vaders wisten hoe ze voor hun kinderen moesten zorgen, hoeveel temeer zou hun liefheb-bende hemelse Vader voor hen zorgen! (Matt. 7:9-11). De gelijkenis van de verloren zoon was ook bedoeld om aan te tonen hoe groot Gods vergevende liefde is voor Zijn eigenzinnige, opstandige kinderen. Door onweerstaanbare logica, door gelijkenissen en door Zijn persoonlijke voorbeeld, wilde Jezus de onjuiste opvattingen corrigeren, die Zijn generatie had over God. In Zijn laatste gebed voordat Hij naar het kruis ging, bad Hij dat de wereld zou weten van de liefde van God (Johannes 17:23). Moge God diep en voor eeuwig in ons hart deze garanties van Zijn Woord prenten: de waarheid van Zijn oneindige en onveranderlijke liefde voor ons! Want geloof in God kan op geen enkele andere bodem groeien dan deze.
      
    Lees meer...
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl