W.E.N. HART VOL VUUR
World-Evangeisation-Network.
    Recente Tweets
    Laatste reacties
    dwalend door de hoofdstraat
    Hendrik dwaalde door de hoofdstraat van het half verlaten dorp terwijl het volle bak pijpenstelen begon te regenen. Steeds weer trok hij de kraag van zijn jas hogerop terwijl hij dacht aan de tijd van voor zijn scheiding met zijn vrouw. En langzamerhand begon hij aan zijn misdragingen te denken “Moest dat nu absoluut zo gegaan zijn? Moest ik nu eerst zoveel meemaken vooraleer mijn ogen open gingen?
    Maar wat zou Monica wel zeggen als ik nu naar haar terug zou gaan? Ach ja ik was kwaad, en… wellicht zal die onderzoeksrechter het haar ook wel gezegd hebben. Ik was verdraait ook zo lastig. En wat ik toen in een kwade bui tegen hem zei, dat ze voortaan voor mij maar moest uitkijken, en dat ik haar nog wel zou krijgen. Tja dat is ook niet van aard om me met open armen te verwelkomen.
    Ja, daarom zal ze wel zo gereageerd hebben toen ik zo plots voor haar deur stond. Mensenlief hoe moet, kan ik dat allemaal ooit nog goed maken?
     Zouden de kinderen nu al in bed liggen en Monica?Mijn ex? Zal wel veilig en ontspannen naar de t.v zitten te kijken. Zou ze aan mij nog eens gedacht hebben?
     Ik kan toch moeilijk nu aan haar gaan vragen of ik de kinderen even een goedendag mag komen zeggen? Nee op dit uur zal ze me zeker weigeren, het is nu veel te laat… En morgen zal het ook al niet gaan, of wel?
     Nee Hendrik dan moet je toch weer gaan kijken of je niet ergens werk kan vinden, anders kan je de rest van de week op een houtje bijten…
    En opeens bleef hij daar het plots harder begon te regenen voor de vitrine van een bakkerswinkel staan. Nee het goot.  Even stond hij te zien 'hum lekker spul'. Rook hij. En afwachtend tot het minderde draaide hij zich resoluut om. En gelijk zag hij al dat lekkers door het raam voor zich uitgespreid. Het wenkte hem zelfs toe, leek het. En meteen voelde hij zijn maag heviger van de honger knoren.  De hele dag had hij nog geen kruimel brood over zijn lippen gehad. Maar daarom was de verleiding om iets kleins te kopen en met iets groot weg te gaan groot. Doch zijn spiegelbeeld in het uitstalraam weerhield hem ervan. Waarbij hij tot zichzelf zei “Nee Hendrik afblijven!” Waarna hij zich omkeerde en door de regen verder liep. 
    Nee hij had zich tot God gekeerd, en wilde er niet aan toegeven.
    Doch even verder was er een patisseriewinkel, maar het was voorjaar, en warmer, daardoor stond de deur wijd open, waarbij de heerlijke geur van het vers gebakken brood nog aantrekkelijker rook. Ook leek het alsof zijn smaak hier nog veel feller op reageerde, en hem een groter hongergevoel bezorgde.
    Maar het gevaar was des de te groter! Het bestond hierin dat het franse brood vooraan aan de deur in een geweven riete korf rechtop stond. Waar vandaan de aromatische geur in een verfijnde en verleidelijke kracht zich naar hem toe verspreide. Daar stond het nu, het was klaar om het zo, zonder dat men het zag weg te kunnen nemen, en niemand zou dit merken, daar er niemand in of buiten de winkel te bespeuren was.
     “Wat is er hier toch allemaal aan de hand?” Dacht Hendrik, “Laten ze tegenwoordig hun koopwaar zomaar onbewaakt op straat staan?” Doch ook hier liet hij, ondanks zijn honger, liggen wat niet van hem was. Waarna hij met een lege maag door de gietende regen verder liep.
    Maar ondertussen was zijn maag echt opstandig gaan aanvoelen, de pijn ervan was danig voelbaar. Het leek hem wel alsof zijn krachten aan het afnemen waren naarmate hij door de straten dwaalde. En de gietende regen die deed hem ook niet veel deugd, het bracht hem steeds verderaf, naar een plaatsje waar hij dacht wat veiligheid en beschutting voor de nacht te kunnen vinden.
    Ja hij was het moe telkens onder een brug aan het kanaal de nacht door te moeten brengen.
    O wat zou hij wel niet geven om een nachtje in een echt zacht bed te kunnen doorbrengen? Mensenlief! Het was al zolang geleden!
    En daar was het opnieuw, passeerde hij weer een winkel.
    Deze had eindelijk een luifel waaronder hij weer wat kon schuilen. Net op tijd want de hemelsluizen gingen alweer open. Doch meteen draaide hij zich om, daar hij merkte dat hij voor de derde maal en op korte tijd voor een bakkerswinkel stond. Ja een beetje kijken kon hij, ook al om te kijken naar al dat fraais wat hij in dat uitgebreide uitstalraam zag liggen. “Zou die bakker mij nu niet zien?  Misschien heeft hij nog wat oud brood liggen, wat hij misschien toch anders gaat weggooien? Mmm, zou ik het vragen?” Dacht hij. En terwijl kreeg hij het water in de mond, waarbij hij gelijk in zijn jaszak voelde naar wat geld. Ja hij voelde iets, haalde het te voorschijn. Een stuk van 50 cent, en het goedkoopste bedroeg algauw 1.50 euro.
    “1.50 euro? En dit voor één klein rozijnenkoekje?”
     Ho zijn maag kromp ineen, En weldra weerklonk het in zijn hoofd “Ach mens ga toch naar binnen en vraag of je dat voor het bedrag wat je hebt kan krijgen?”
    Doch Hendrik schudde het hoofd “Nee in Gods woord staat geschreven, je zal niet bedelen… Maar je zal het aan de Here vragen.”
     Doch de gedachten bleven hem plagen Maar er staat ook geschreven dat Hij jou niets gaat weigeren… Die bakker heeft vandaag al genoeg verdiend, hij zal het je wellicht voor niets geven.
     “Er staat ook geschreven wie niet werkt, zal ook niets eten…”
     O.k. maar zal God met jou nog iets kunnen doen als je nauwelijks op je benen kunt staan? Ten andere kijk daar eens? Wat staat er daar… Ja daar kijk, bezijden die garagedeur in die jute zak? Neem daar maar een van, één klein broodje minder, dat valt toch niet op, en uit zo’n grote zak? En je honger is zeker gestild, dan kan je straks weer helder nadenken hoe je morgen met de mensen over uwe god kunt praten. Wie weet wat je morgen anders met een lege maag nog kunt zeggen, wellicht kun je wel geen woord uitbrengen door de honger?
     Doch Hendrik was gaan kijken en zag de 2 papieren zakken oud brood staan. “Hè ben jij het? Zo? En wat staat er dan geschreven… Je zult niet stelen… En je naaste zal je liefhebben gelijk uzelf, en dit is mijn naaste… O ik weet wel wie je bent, gij ze leugenaar! Ga weg van mij, jij. Je hebt geen enkel recht meer op mij. Ik ben gekocht en betaald door 't bloed van Gods Zoon op Golgotha. Achteruit satan, God zal je oordelen!”
     Maar iemand had de stem van Hendrik gehoord, die daarop naar buiten kwam om te zien wat er gaande was. Doch Hendrik was doorgegaan, zag deze, ja het moest die mens wel geweest zijn. Er was geen ander op straat te bespeuren.
    Daarop ging de man met witte schort naar binnen, maar kwam snel terug naar buiten waarna hij hem achterna liep. “Mijnheer, mijnheer, wacht eens een ogenblikje?”
     
    De eeuwige God is uw toevluchtsoord en Zijn eeuwige armen ondersteunen u.
     
    Deuteronomium 33:27a Het Boek 
     
     
    wil je het verhaal verder lezen klik http://godsgenadegaatverderdanudenkt.punt.nl 

    Reacties

    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl