W.E.N. HART VOL VUUR
World-Evangeisation-Network.
    Recente Tweets
    Laatste reacties
    naakt stond ik voor Hem
    Gisteravond nam ik mij een lekker verfrissend bad, en met een smyle van oor tot oor stond ik zo eens voor de spiegel. Ik keek eens effe goed naar mezelf, keek naar al die porieën, naar de lijnen in mijn handen, mijn naden, mijn nagels, mijn geslacht, mijn achterste, en ja zelfs mijn voeten, kortom, het is waar wat er geschreven staat
    Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken;
    En ja, ook ik stond versteld en moest toegeven....
    mijn ziel weet dat zeer wel.
     
    Ik onderzocht mezelf verder, en dacht Here mijn God hoe heb jij die minieme kleine gaatjes toch in mijn huid gekregen? (stomme vraag he?) Maar zoals Vader al zei, Ik geef antwoord, en in mijn hart was het daar, "om je huid te laten ademen, opdat je leven zou", nu ja kijk dit kan natuurlijk ook uit mijn eigen hart komen, maar aangezien het de waarheid is?
    Nee, Hij heeft mij geschapen, mij bekleed naar zijn beeld en zijn volmaakte gelijkenis, ja, vreemd hoor.
    Zeker, er zijn er velen die daar niet over durven te spreken terwijl God zegt, dat we allen zijn geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. Maar toch had ik ook zo mijn bedenksels.
    Want dit zondige lichaam, zat vroeger aardig potvast.
    En zo dwaalden mijn gedachten nog veel verder af... Naar mijn geboorte, toen ik uit de schoot van mijn moeder kwam. Je schrikt ervan? Ja zeker, ik was een prachtig en mooi gevormde baby, net zoals Vader mij gewild had, met alles erop en eraan... alleen, hoe zal dit kind evolueren naar een volwaardig volwassen mens. Met respect naar anderen toe?
    Kon dat zonder zijn schepper en met ouders die in de naoorlogse jaren al zo diep verwond en ontspoort waren? God wist het, en handelde ernaar.
    Ik herinnerde mij toen ik zeven was, dat ik dit ooit gehoord had Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven.
    En dat zou ik nooit meer vergeten.
    Maar het vreemde was wel, dat mijn vader, ook al was hij een atteist, mij toch een godsbewustzijn wou meegeven. Omdat ik hem steeds weer de vraag stelde "Va, waar is god nu?", "va waar woond hij", "Va kan hij u niet helpen? (vader was oorloginvalide) "ik geloof in god va, en ik zal voor u bidden"
    En nu stond ik daar voor de spiegel, alles was wel groter in omvang, mijn spieren, mijn hoofd, mijn edele delen, mijn benen, en ja, lach maar, ik heb ook een buikje gekregen. Maar dat komt omdat er in mijn hoofd teveel hersens zitten, en dus zakt dat naar mijn buik. hahahahaha (grapje)
     
    Maar als je daar zo spiernaakt voor de spiegel staat, dan word je tegenover je schepper wel erg klein hoor. En dan vraag je je af, waarom zorgt de Heer nu voor zulk zondig en wispelturig mens als ik? Maar dan kom je op één enkel antwoord terug uit, Omdat Hij zo ontzettend veel van Zijn schepping houd, ons dus, en omdat Hij zijn tegenstander wilt laten zien hoe Hij is. De Almachtige, de enige waarachtige God.
    en kan je zoals ik heel klein worden en door je benen gaan, en hem danken dat je, ook al ben je naakt, daar voor zijn troon mag staan.
    O nee ik schaam mij daar niet voor, trouwens waar-om zou ik mij schamen?? En Hij heeft mij gemaakt. En ik ben Zijn kind, Zijn geliefd kind, dat voor Hem mag verschijnen zoals ik ben. Met plus en minpunten, Maar die steeds bereid is om Hem te gehoorzamen.
    HERE, Gij doorgrondt en kent mij;
    2 Gij kent mijn zitten en mijn opstaan,
    Gij verstaat van verre mijn gedachten;
    3 Gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
    met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd.
    4 Want er is geen woord op mijn tong,
    of, zie, HERE, Gij kent het volkomen;
    5 Gij omgeeft mij van achteren en van voren
    en Gij legt uw hand op mij.
    6 Het begrijpen is mij te wonderbaar,
    te verheven, ik kan er niet bij.
     
    7 Waarheen zou ik gaan voor uw Geest,
    waarheen vlieden voor uw aangezicht?
    8 Steeg ik ten hemel – Gij zijt daar,
    of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde –
    Gij zijt er;
    9 nam ik vleugelen van de dageraad,
    ging ik wonen aan het uiterste der zee,
    10 ook daar zou uw hand mij geleiden,
    uw rechterhand mij vastgrijpen.
    11 Zeide ik: Duisternis moge mij overvallen,
    dan is de nacht een licht om mij heen;
    12 zelfs de duisternis verbergt niet voor U,
    maar de nacht licht als de dag,
    de duisternis is als het licht.
     

     
    13 Want Gij hebt mijn nieren gevormd,
    mij in de schoot van mijn moeder geweven.
    14 Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid,
    wonderbaar zijn uw werken;
    mijn ziel weet dat zeer wel.
    15 Mijn gebeente was voor U niet verholen,
    toen ik in het verborgene gemaakt werd,
    gewrocht in de diepten van het aardrijk;
    16 uw ogen zagen mijn vormeloos begin;
    in uw boek waren zij alle opgeschreven,
    de dagen, die geformeerd zouden worden,
    toen nog geen daarvan bestond.
    17 Hoe kostelijk zijn mij uw gedachten, o God,
    hoe overweldigend is haar getal.
    18 Wilde ik ze tellen, zij zijn talrijker dan het zand;
    als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U.
     

     
    19 O God, dat Gij toch de goddelozen ombracht
    – gij, mannen des bloeds, wijkt van mij –
    20 die arglistig tegen U spreken
    en uw naam tot leugen gebruiken, uw tegenstanders.
    21 Zou ik niet haten, HERE, wie U haten,
    niet verafschuwen wie tegen U opstaan?
    22 Ik haat hen met een volkomen haat,
    tot vijanden zijn zij mij.
    23 Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,
    toets mij en ken mijn gedachten;
    24 zie, of bij mij een heilloze weg is,
    en leid mij op de eeuwige weg.
    Psalm 139

    Reacties

    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl